ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Tag Archives: Groen Leven

De overbevolkte berg en een week hart

De rust op de berg was van zeer korte duur en voor we het goed en wel doorhadden werd de berg overspoeld door familie en vrienden.

En niet dat we niet blij waren van iedereen daar te mogen ontvangen en aan iedereen te mogen laten zien waar we ooit ons eigen huis zullen neerpoten, maar soms was het wat van het goede teveel.

‘Dit gaan we volgend jaar anders doen’, hebben we meermaals tegen elkaar gezegd. En niet dat we geen mensen meer willen ontvangen, integendeel, maar met mate: niet teveel tegelijk en niet te lang en met wat tussenpozen. Al doende leert men…

En dat er nog engelen bestaan op deze wereld bewijzen de mensen van het vakantiehuisje waar we onze intrek in hebben genomen tot ons huis gebouwd is. Helemaal gratis mogen wij hier wonen. Hier en daar een klusje, wat bomen verzagen, het huis goed beheren, meer niet. Dat is een godsgeschenk in een tijd waarin we nog steeds geen vast werk hebben.

En dat het een goede plek is werd nogmaals bewezen toen er na een dag of twee, ineens een jengelende rosse kater voor de deur stond. Nu wil het toeval dat ik me altijd had voorgenomen om hier in Frankrijk een ros katje te nemen en dat de naam ‘Carotte’ te geven. En zo geschiedde zonder enige tussenkomst van onzentwege. Carotte is ondertussen niet meer weg te denken uit ons leven al is het maar omdat hij zo hard kan jengelen en zagen dat je hem onmogelijk kan negeren. Hij krijgt hier ongelooflijk veel eten dus daar kan het niet aan liggen en toen hij overlaatst net voor onze voeten, twee volledige muizen uitkotste, ja zelfs de snorhaartjes en staartjes waren nog te zien, wist ik het helemaal zeker. Hij zaagt niet omdat hij honger heeft maar eerder omdat hij heel de tijd aandacht en streeltjes wilt. En ondanks het feit dat als je hem streelt, hij een berg haar verliest, je aflikt en vol kwijlt, hij je krabt en bijt, als hij je dan smekend en dolverliefd aankijkt met zijn mooie gele ogen, ja, dan vind je dat allemaal niet zo erg meer. Ja, het eerste binnengehaalde ‘straat’beest is ook hier weer een feit.

Bert zoekt zijn rust, zeker na het slechte nieuws ivm de gezondheid van zijn vader, in het buitenshuis werken. Als hij niet bezig is bij Hanne & Jonas, restaureert hij hier de buitentrap, zaagt met zijn nieuwe, doodenge speelgoed bomen in stukjes die hij daarna bewerkt met een grote bijl. De wintervoorraad hout groeit met de dag. Hij installeert een brievenbus zodat we ons hier kunnen domiciliëren en met iedereen samen leggen we een kruidentuintje aan.

De jongens spelen in het bos. Ze bouwen er grote en kleine kampen. Een paar dagen geleden zagen we hoe de geitjes van onze buurman over ons terrein liepen tot grote vreugde van de kinderen. De geiten werden in de weide onderaan het bos geplaatst. We liepen ernaartoe en bleven een hele tijd zitten om naar hen te kijken.

Gust vond het hilarisch dat die geitjes dus ook kaka en pipi doen. Als ze een protje lieten lag hij dubbel van het lachen. Als ze met hun koppen schudden en hun oren lieten flapperen dan deed hij dat uitbundig na. Alleen het continue vechten van de papa’s verstond hij niet zo goed en daar was hij wat bang van.

Fons en Jules bekeken de zaak al op een heel andere manier:

Jules, luid lachend en roepend: ‘Kijk, die mama-geit heeft een protje gelaten en die papa-geit ruikt nu aan haar poep!’

Fons: ‘Maar nee, die papa-geit ruikt om te zien of dat zijn vrouwtje is of niet’

Jules: ‘Maar waarom is die andere papa-geit dan boos als hij dat doet?’

Fons: ‘Omdat je niet aan de vrouwtjes van andere geiten-papa’s mag ruiken, tiens!’

En ik kan alleen maar medelijden hebben met al die mama-geitjes die heel de dag door die papa-geitjes worden opgejaagd en achternagezeten en bedenk dat de term ‘een geile oude bok’ echt niet uit de lucht gegrepen is.

En dan was er vandaag die ‘om ter spannendste dag’: de eerste schooldag!

Fons was al enkele dagen heel zenuwachtig en zei dingen als: ‘Was de school maar in het Engels, dat kan ik al!’ of ‘Ik vind het niet eerlijk dat wij naar school moeten en jullie (Bert en ik) niet!’.

Jules liet het allemaal niet aan zijn hart komen. Hij spreekt me al geruime tijd aan met ‘Maman’ en vindt zijn kennis van het Frans al ruimschoots voldoende al bestaat die uit niet veel meer dan:

–       Qui

–       Non

–       Merci

–       Comment tu t’appelle?

–       Ooievaar (= au revoir)

–       Salaud (ipv ‘salut’ en hilarisch vinden ze dat! Wij iets minder…)

–       (En dan nog een hele resem vieze woorden die ze van Bert hebben geleerd en die ik hier niet zal vernoemen.)

Ik had dan ook deze nacht behoorlijk last van een week moederhart. Vanaf 3u lag ik klaarwakker en alle mogelijke doemscenario’s passeerden de revue. Waaronder: stomme kinderen die rosse, Nederlandstalige kinderen pesten en kwellen, uiterst strenge Franse juffen die nog lijfstraffen uitdelen, mijn jongens die bijna omkomen van de dorst omdat ze niet weten hoe ze moeten zeggen dat ze dorst hebben (vanmorgen dus nog even het woordje ‘soif’ in hun hoofd proberen krijgen), zelfde soort scenario met ‘toilettes’ dus ook maar heel de tijd in de auto gezegd dat het woordt ‘toilet’ hetzelfde is in het Nederlands als in het Frans, huilende kinderen die we terugkrijgen, of nog erger: getraumatiseerde kinderen die ons nooit gaan vergeven wat we hen hebben laten doormaken, etc etc

Enfin, een typisch staaltje van een te week moederhart. En ondanks de welverdiende rust, na bijna 5 volle maanden continue samenzijn, tel ik nu toch af…over welgeteld 56 minuten kan ik ze weer in mijn armen sluiten. Pffff moeders…..

Op weg naar school.

 

De kinderen zullen zoals alle schoolkinderen voor de eerste keer eten in het restaurant bij Bernadette. Elke dag 4 gangen. Het kan slechter…

Carotte.

Teveel namen om op te noemen maar er is dus heel veel bezoek geweest.

Boys and their toys.

Het huisje op de berg.

Samen werken en

samen spelen.

Slaatje van courgette met thijm en citroen

Eén van onze bezoekjes in België was in Londerzeel, bij Andreas, Ilona en Harald.

Ilona’s mama heeft een prachtige ‘eetbare tuin’. Ze combineert op een geweldige manier eetbare en niet-eetbare planten en bloemen. Het is een ware ontdekkingsreis om tussen al dat moois ook vanalles lekkers te mogen uitkiezen.

Voor een fris slaatje valt ons oog op enkele felgele courgettes.

Met een dunschiller maken we van de schil, gele sliertjes. (Gooi de zachte binnenkant niet weg, is perfect te gebruiken in een soepje of een stoemp).

We marineren deze met olijfolie en citroen. En kruiden dit af met verse thijm & munt, grof zeezout en peper.

Het ziet er niet alleen mooi uit maar smaakt naar de zomer. Een beetje zon in je bord.

Stoemp met erwten en salie

Niets zo leuk om van wat je vindt in de tuin samen iets lekkers te maken.

En elke ouder weet dat groentjes verstopt in de puree er heel wat makkelijker ingaan bij kinderen.

Eén van mijn favorieten variaties is de stoemp met erwten en salie erin:

Voor ons vijven neem ik:

–       ¾ kilo aardappelen, oftwel zo’n 2 aardappelen pp

–       een grote soeplepel fijngehakte salie

–       300 gram erwten (vers of diepvries)

–       een beetje fijngehakte peterselie en/of bieslook

–       6 teentjes knoflook

–       100 ml zure room of yoghurt

–       1 theelepel mosterd

–       wat olijfolie, peper en zout

 

Zo ga je te werk:

–       schil de aardappelen en kook ze

–       kook de erwtjes

–       bak in een pan de fijngehakte look aan in de olijfolie

–       stamp de aardappelen fijn

–       meng er dan de look, de erwten, de zure room, de mosterd, de salie en peterselie en/of bieslook onder

–       en kruid af met peper en zout

Wij hebben er van gesmuld met een lekker vers varkenskoteletje erbij.

Meer moet dat niet zijn!

THE PROMISED LAND!!!

Als je je éénmaal in de stroom die het leven is, gooit en je laat je meevoeren zonder tegen te spartelen dan land je soms op een heel andere plek dan je in gedachten had toen je die sprong in het ongewisse nam.

Van het initiële plan om een Bed & Breakfast met camping over te nemen schiet er ondertussen niet veel meer over.

Neen, we hebben een stuk grond gekocht en gaan ons eigen huis bouwen! Uit stro en leem. Het was spannend tot het laatste moment want toen we naar Le Mairie gingen om het te kopen bleek het net 15 minuten (!!!) daarvoor verkocht te zijn… Maar de burgemeester heeft alles op alles gezet en de bereidwillige kersverse eigenaar is akkoord gegaan met een ander stukje grond.

We zijn dus eindelijk geland!  En dan nog wel heel dicht in de buurt waar Youps begraven is, nl Nozières in de Ardèche. Laten we het een teken uit de hondenhemel noemen.

En ok, het is niet het gigantische, afgelegen domein waar we ooit van droomden maar het is een heel mooi stukje grond (1400m2), met voldoende plaats voor een mooi huis, tuin en moestuin. Heel de dag zon en een fantastisch uitzicht! Op zo’n 1000m hoogte! Het zal wennen worden aan de ijskoude winters maar de koelte ‘s nachts tijdens de hete zomers is dan weer een super pluspunt.

Het past perfect in ons budget en de ecologische woning die we gaan bouwen ligt helemaal in de lijn van wat wij in gedachten hebben. De kinderen kunnen er te voet naar school. Fons en Jules zijn al ingeschreven in de school met ‘classe unique’ waar alle kinderen van 5 tot 11 jaar  samen in één klas zitten. We zijn naar het afscheidsfeest geweest en er hing een hele leuke sfeer. Ook Mignus, Oscar en Pitu zitten er dus de jongens worden niet helemaal voor de leeuwen geworpen.

De grote eerste stap is gezet maar eigenlijk begint het avontuur nu pas. Het huis moet nog gebouwd worden al hebben we Jonas als architect aan onze zijde en dat geeft vertrouwen. We zoeken nu uit of we de komende maanden iets gaan huren of in een Yurt zullen overwinteren.

En niet alleen de kinderen moeten Frans leren, ook mijn Frans moet nog goed bijgeschaafd worden. Soms heb ik momenten dat de zinnen er uitvloeien alsof ik nooit iets anders gesproken hebt en op andere momenten krijg ik amper de weg gevraagd en verdwijnt mijn zelfvertrouwen als sneeuw voor de zon. Of zoals Bert het zegt: ‘il y a encore beaucoup de cheveux au dessus’.

En nu we geen B&B meer zullen runnen moet er op een andere manier brood op de plank komen. Soms slaat de schrik ons om het hart en vrezen we dat we ons regelrecht de armoede gaan instorten en nooit iets zullen vinden. Op andere momenten stromen we over van ideëen en zien we heel veel mogelijkheden.

En dan is er nog dat vreselijke woord: ‘integratie’, wat dat dan ook mag betekenen. Maar we zijn hier wel degelijk die buitenlanders die een plekje zullen moeten verdienen binnen deze gemeenschap. En daar moet je zelf ook erg je best voor doen.

Maar deze zorgen nemen niet weg dat we door het dolle heen zijn met ons eigen plekje hier in de bergen! We logeren voor een weekje in de Yurt van Jonas en Hanne die op vakantie zijn in Spanje en letten op de poezen, de vis en de moestuin. We genieten met volle teugen van eindelijk weer wat privacy te hebben en rijden regelmatig naar ons stukje grond om er te fantaseren over ons droomhuis. Het is heerlijk om een eigen nest te kunnen bouwen. Of zoals mijn vader het zei: ‘Een echt oergebaar’.

Hopelijk ooit het uitzicht vanop ons terras:

 

Het schoolpoortje.

Net voor de school drinkbaar water.

 

Gezellig samenleven in de Yurt met een poezenmama en 3 kleintjes, waarvan er maar eentje van haar is. Maar ze maakt geen onderscheid.

Allemaal samen lekkers uitzoeken voor het avondeten.

‘Wine in a jar’ want de rest wordt boven gekoeld in de bron. En de nachtlampjes worden opgeladen.

Niet alles is even gezond: ik betrap Gust op het leegdrinken van Bert’s blikje cola…

Niks zo sexy als een man die bij avondlicht ‘zijn’ pas bewerkte land nog even inspecteert…

Het leven zoals het is, on the road.

We hebben ondertussen het leven on the road terug hernomen na een laatste editie ‘vrijdagavondfeestje’ in het huisje.

Freija, de keukenprinses, tovert als aperitiefhapje tempura-salieblaadjes, wat niet alleen super lekker blijkt te zijn maar ook nog eens een streling is voor het oog. Enthousiast duiken we de tuin in en proberen vanalles uit: vlierbessenbloesem, saliebloemen,… iedereen verdringt zich rond Freija om te kijken hoe alles door het deegje wordt gehaald en gefrituurd. Om je vingers bij af te likken, zo heerlijk!

 

En de kinderen spelen met alles wat ze vinden en laten hun fantasie de vrije loop.

Oorlogsvoering met de gezelschapsspelletjesdoos

 

Driving the old R4!

 

Het zeer proffessionele wapensarsenaal van Fons en Jules, veilig opgeborgen in hun wapenkoffers.

 

Ik was een beetje bang dat het ons moeilijk zou vallen om na die wijdsheid van een huis weer met z’n allen op 6m2 te moeten leven maar we glijden als vanzelf weer in ons caravannetje en het buitenleven hervatten we alsof we nooit iets anders gekend hebben.

Naast de continue huizenjacht gaan we dikwijls op verkenning met de verrekijker om roofvogels te spotten. En ook een beetje om mensen te begluren.

 

Dichter bij huis is er de ‘potty-training’ van Gust, flink aangemoedigd door zijn broers. Maar het blijkt nogal een opdracht om Gust op het potje te krijgen. Hij vindt het zelf allemaal heel leuk maar hij plast en kakt overal, behalve waar wij willen natuurlijk: ik vind hoopjes strond verspreid over de grond, op zijn fietsje, aan zijn handjes die hij me komt laten zien om ze vervolgens, luid lachend, aan mijn broek af te vegen. Trots komt hij een plasje laten zien in mijn afwasteiltje, maar het liefst van al plast hij gewoon waar hij staat wat op een camping niet altijd door iedereen geapprecieerd wordt… Er is dus wel nog wat werk aan de winkel.

 

 

Bert scheert voor ‘t eerst op onze reis zijn mooie rosse baard af. Gust is zo in paniek als hij Bert ziet dat hij luid krijsend naar mij rent en heel bang vantussen mijn armen naar die vreemde man gluurt die wel wat op papa lijkt en ook dezelfde stem heeft, maar er toch och zo anders uitziet.

 

Jules stelt hem nu elke dag gerust, terwijl hij over Bert’s kin wrijft: ‘dat er alweer wat stengeltjes zijn bijgekomen’.

 

En wie zei ooit dat het eten on the road, saai was? De jongens kijken ‘s ochtends likkebaardend toe hoe ik ricotta-flensjes-met-bosvruchten-en-honing maak.

 

 

Fons schrijft zijn eerste (dictee)brief aan de klas.

 

 

De wasbekkens op de campings blijken badjes op maat van Gust.


En we geraken al wat in het zuiderse ritme met onze siësta’s.

 

 

Hanne en Gust samen in het schaapje.

 

We zijn de eerste gasten in het paradijs van Anne, Jeroen, Lux en Sam. Wat een geweldige plek is Le Moulinage chez Soie! Zo leuk ook dat we allemaal dicht bij elkaar zullen wonen. Wij kijken al uit naar ons volgend bezoekje daar.

Op de camping in Le Cheylard, die zich in de tuin bevindt van een oud kasteel, staan er drie gigantisch grote en oude sparren. Meer dan 150 jaar geleden aangekocht door de rijke eigenaars in Amerika en Canada, als exotisch en tropische bomen voor in hun tuin. Nu zovelen jaren later zijn ze een bron van fantasie voor de kinderen. We leggen onze oren te luister tegen de dikke bast en horen de kabouterjes die erin leven. De jongens noemen het ‘Enten’, zoals de levende bomen uit Lord of the Rings, die ons ‘s nachts beschermen.

En Jules, die de rijkste fantasie heeft van allemaal en ook een echte ‘praatjesmaker’ is, ‘vindt’ regelmatig achter zo’n boom een koekje! Fier komt hij het laten zien en zegt dan dat de Enten dat daar ‘s nachts voor hem hebben klaargelegd en dat hij het mocht opeten, helemaal alleen! Tja, wat zeg ja daar dan op?

 

 

Huizenjacht

Veel mensen vragen ons hoe het nu zit met het huizenzoeken maar het is zo’n lange zoektocht dat het niet op één-twee-drie uit te leggen is.

Het gaat ook veel verder dan het perfecte pand voor een B&B te vinden want onze plannen zijn tijdens dat onderweg zijn al wel wat gewijzigd. We leggen immers ook ‘vanbinnen’ een grote weg af.

Zo zijn we niet meer op zoek naar een grote B&B met gîtes ed maar zoeken we gewoon een pand waar we een leuke woonst van kunnen maken en als er dan extra kamers/verblijven zijn om te verhuren is dat mooi meegenomen maar we hebben ondertussen beslist dat we geen grote zaak meer willen.

Eerder willen we soberder leven en zoveel mogelijk in ons eigen onderhoud voorzien dmv een grote moestuin, dieren etc en daarnaast werk zoeken om de verbouwingen mee te  bekostigen en van te leven.

Dit is ook het meest realistische gezien ons budget. En daarbinnen zagen we al prachtige dingen maar waren er ook veel ‘maar-en’.

Zo zagen we in de Pyreneeën mooie bergeries maar die waren onbereikbaar tijdens de winter. Of zeer authentieke boerderijen in de Gers, Aveyron, Lot en Garonne maar daar durfden we ons, gezien onze niet bestaande kennis van het restaureren van muren-van-eikenbalken-opgevuld-met-leem, aan te wagen. En daar misten we toch ook het wijdse gevoel van de bergen.

Daarnaast is Frankrijk ook een verschrikkelijk groot land met ontzettend veel mooie plekken waar we zouden kunnen leven. Gelukkig is ondertussen ons zoekterrein verkleind naar de Ardèche maar ook dat is nog een zeer uitgebreid stuk grond.

En we zagen hier ook al veel pareltjes maar er was ook telkens een addertje onder het gras.

Zo zagen we een magnifiek terrein, met twee kleine huisjes op, in een gehucht dat voor de rest een ruine was geworden. Je had veel vlak terrein (belangrijk voor een moestuin), heel veel land (13 hectaren!), een killer view en de rust waar we zo naar snakken. Maar… weeral een maar, er is onduidelijkheid over het water.

En ik heb nooit zo hard beseft hoe belangrijk water wel niet is tot ik hier in Frankrijk op zoek ben gegaan naar een huis. Als er geen water is via de gemeente, wat bijna nooit het geval is bij de panden die wij bezoeken omdat wij zeer afgelegen willen zitten, dan MOET je een eigen bron hebben. En die blijkt er niet te zijn.

Er wordt door de makelaar nogal vaag over gedaan: ‘Je mag de bron gebruiken van één van de buren want dat was altijd al zo en nu woont er toch niemand meer’. Maar dat wordt ons door iedereen ten stelligste afgeraden, want als iemand dan ooit ‘njet’ zegt, dan hebben we geen water meer!

De makelaar zegt dat we ook beroep kunnen doen op een ‘sourcier’. Daar hadden we nog nooit van gehoord maar dat blijkt dus eigenlijk een wichelroedeloper te zijn. Stel je voor! Ik, die altijd dacht dat zo’n wichelroede je reinste kwakzalverij was, leer hier nu dat dat in Frankrijk de normaalste zaak van de wereld is en dat het nog werkt ook!

Maar goed, een praatje met de buurman wat verderop leert ons dat er al wat wichelroedelopers voor andere potentiële kopers zijn langsgeweest en dat die steeds zijn bron aanduiden als mogelijke waterbron. En water delen kan je hier niet want in de zomer is er amper genoeg voor één gezin.

Als we hem vragen hoe het komt dat het gehucht verlaten is zegt hij meteen: ‘Niet genoeg water!’. En zo zie je maar, hier betekent geen water, geen leven, mensen die vertrekken en ruines die achterblijven…

Andere panden liggen dan weer te diep in een dal en daar word ik clausterfobisch van. Of liggen naast een dennenbos en daar krijg ik ‘Twin Peaks’ kriebels van. Andere vinden we gewoon heel lelijk. Of het terein is veel te steil. Of je hebt een gsm-mast pal naast je deur staan. Enfin, zo is het altijd wel weer iets.

Dan bekijken we ook de mogelijkheid om een eigen huis te bouwen van stro en leem maar als we dan naarstig op zoek gaan naar bouwgronden blijken die altijd aan de rand van een dorp/gehucht te liggen. Uiteraard ook wel goed dat de natuur hier zo beschermd en niet meteen verkaveld wordt.

Of waarom niet in een Yurt leven terwijl we een ruine in een paar jaar tijd weer nieuw leven inblazen? Dat zijn nog allemaal opties.

Er duiken dus steeds nieuwe mogelijkheden op en we leren meer mensen kennen die weer iets te koop weten staan dus we zitten zeker niet stil.

Veel mensen zeggen dat we wel iets zullen vinden als we er de tijd voor nemen. Want de beste koopjes doe je natuurlijk via de lokale bevolking maar je moet eerst het vertrouwen winnen van zo’n noeste Ardèchois. En daar heb je tijd voor nodig. Want velen willen niet verkopen via een makelaar en ook niet meer aan buitenlanders die er dan een vakantiehuis van maken. Om er zo voor te zorgen dat er tijdens de winter hier vele spookgehuchten  zijn.

En ok, tijd hebben we, maar geduld iets minder. Het lange tijd niets doen vreet al langer aan mij, maar nu soms ook aan Bert. Die een hele nacht droomt dat hij bomen versleept, maw een eigen nest aan het bouwen is.

Maar we hebben er nog alle vertrouwen in dat we hier ooit een fantastische nieuwe fase in ons leven zullen beginnen. En ik hoor nog steeds wat zovelen me voor ons vertrek zeiden: ‘Swaane vergeet niet, het is niet de eindbestemming, maar de weg ernaartoe, die het tot een geweldig avontuur zal maken!’.

 

Huisjesjacht.

Killer views…

Freija, Aidan en Pitu wonen bij uitstek in de mooiste Yurt ooit!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

La vie en Rose

Het leven in ons tijdelijk huisje kent zijn hoogtepunt als Oma op verrassingsbezoek komt!

De jongens weten van niets en we hebben hen wijsgemaakt dat we (weeral) naar een huisje moeten gaan kijken. Dat vinden de jongens ondertussen de meest verschrikkelijke bezigheid die je je kan bedenken. Eerst in zo’n klein kantoortje stil moeten zitten, om vervolgens heel lang in de auto te zitten om dan, naar wat zij noemen ‘een krot’, te gaan kijken! Ze snappen er niets van en zo’n dag eindigt altijd weer in jengelende, krijsende kinderen en wij die ons generen tegenover de mensen die met ons een serieus gesprek proberen te voeren.

Dus we hebben ze echt heel veel zoets en lekkers moeten beloven om ze mee in de auto te krijgen. Als we bij het TGV station aankomen vindt Fons het precies een vlieghaven. Bert verzekert hem echter dat dit het grootste immobiliënkantoor ter wereld is en dat er hier binnen een mevrouw op ons wacht om ons een huisje te laten zien.

Als we binnen bijna direct op Oma botsen, zien ze haar niet meteen. Als ze dan ineens beseffen dat ze die vrouw wel degelijk kennen gaat er iets van een shock door hen heen. Ze staan stokstijf stil en worden eerst heel rood en dan heel erg wit. Ik voel me al schuldig dat ik hen dit aandoe. Ze zijn er de eerste minuten alledrie helemaal stil van en geloof me, daar moet je wat voor doen.

Die dag maken we plannen om vanalles te gaan bezoeken en bekijken maar verder dan de markt geraken we nooit.

 

De zonnige week kabbelt verder en de jongens laten zich die extra aandacht van Oma zeer wel gevallen.

Brandnetels uit de tuin voor een soepje.

Bootjes voor op het riviertje hier wat verder.

Sjoelbakken.

Gust zorgt voor al de scharminkeltjes uit de buurt.

Bellen blazen.

Elke dag gaat er een reuze klaproos meer open.

De natuur staat in volle bloei en dat is niet alleen super mooi maar ik krijg ook bijna dagelijks bloemetjes. Heerlijk!

Openlucht cinema.

En voor we het weten zijn de vijf dagen alweer om en zetten we Oma terug af.

Afscheidstaart voor Oma.

Gust snapt er niets van en zoekt Oma regelmatig in één van de kamers van het huis: ‘Waar is Oma?’. Fons en Jules stellen hem dan gerust dat we Oma over 10 daagjes weer terug zullen zien. Ik zeg maar niet dat het wel wat langer zal duren.

Maar ondertussen zijn er zoveel herinneringen en foto’s om te koesteren.

Deze ochtend zaten we met zijn vieren in bad en begonnen ze weer over één van hun favoriete gespreksonderwerpen:

Fons: ‘Wij hebben alledrie in jouw buik gezeten he?’

Ik: ‘Ja.’

Fons: ‘En ik kwam er eerder uit terwijl Jules en Gust nog even bleven zitten he? Want er was te weinig plaats en wij maakten veel ruzie in jouw buik he?’

Ik: ‘Zoiets ja.’

Jules: ‘En jij hebt in de buik van Oma gezeten he?’

Ik: ‘Ja.’

Fons: ‘Dus dan had Oma een super dikke buik want jij, ik, Jules én Gust zaten er dan in?’

En voor ik kan uitleggen dat het in een beetje een andere volgorde is verlopen slaat hun fantasie volledig op hol en keuvelen ze rustig met hun tweetjes verder…

Jules: ‘En toen deden wij heel zot in Oma’s buik en dan wiebelde die heel de tijd zo.’ (schudt met zijn poep heen en weer)

Fons: ‘Ja, en Oma was dan soms wel wat boos maar ze vond het ook grappig want Oma is nooit boos op ons.’

Jules: ‘Nee, Oma die verwendt ons heel erg.’

Fons: ‘Ja, van Oma mogen wij echt aaaalles!’

Jules: ‘Ja zelfs vijf ijsjes op een dag.’

Fons: ‘Ja want Oma die heeft respect voor ons!’

La maison.

Gelukkige is er afleiding na het vertrek van Oma. Hanne, Jonas, Mingus, Oskar, Freija, Aiden en Pitu komen spelen, eten en blijven uiteindelijk slapen.

Een super gezellige boel. Wat is het heerlijk voor ons allemaal, groot en klein, om hier ook al wat vriendschapsbanden te smeden.

(Gust goot zijn bellenblazer altijd leeg in het zwembad, dat verklaart dus het schuim)

Als het huisje uiteindelijk toch leeg is trekt er een stevig onweer over ons heen en de dag erna regent het onophoudelijk.

Maar nu we in een huisje zitten hoor je ons niet klagen: houtkachel aan, Franse chansons op de platenspeler, pannenkoeken, Pastis en spelen maar… La vie en Rose…

Home sweet Home!

Nee, we hebben nog geen huis gevonden en nee, nee, we hebben er niet de brui aan gegeven en zijn terug in Antwerpen zoals de titel misschien suggereert. Maar we hebben wel een tijdelijk huisje! We hebben een vakantiehuis gehuurd voor een week. De reden hiervoor zal in een volgende blog wel duidelijk worden, maar laten we de spanning er wat inhouden he?

We hebben letterlijk en figuurlijk een lange weg afgelegd. Niet alleen zijn we al meer dan 6 weken onderweg in de caravan, wat tijdens al die regen echt wel zijn tol begon te eisen. We beginnen ook stilaan, na onze fameuze ‘tour de France’, een heel sterk gevoel te krijgen dat we ons gaan settelen in de Ardèche. Zulke dingen leg je moeilijk uit, het is dat gevoel van thuiskomen dat we hebben, als we na een langere periode van afwezigheid, de Ardèche weer binnenrijden, op weg naar ons vakantiehuis.

Dat bergen ‘ons ding’ zijn, weten we nu al wel langer. Maar de Pyreneeën hebben ons (totnutoe) niet zo bekoord als de Ardèche.

We rijden de Pyreneeën binnen.

Als we hier laat in de avond toekomen en het slot omdraaien van wat ooit een oude schoolpoort moet geweest zijn, liggen de jongens meteen languit op de grond te spelen, zo blij met eindelijk wat ruimte.

Bert stookt een groot vuur in de houtkachel en ik flans snel snel een pasta-pesto in elkaar. En als Gust slaapt en Fons & Jules nog even een filmpje bekijken in bed

genieten Bert en ik op het terras van een glaasje wijn.

De regen is eindelijk gestopt maar nu zoeven de meikevers ons rond de oren. Bert vindt het de meest loempe insecten ooit, en ok, het zijn echt ongeleidde projectielen die overal tegenaan vliegen en dan hulpeloos spartelend op hun ruggetje terrecht komen, maar ik vind dat ze iets aandoenlijks hebben. Zo’n dikke, geblokte kever en dan dat kleine fijne, geweitje, zo mooi…

De afgelopen dagen hebben we al zo genoten van dit prachtige oude schoolgebouwtje. Het is heerlijk om eindelijk nog eens in een echt bed te slapen, een bad pakken heeft een extra dimensie gekregen en een wasmachine vind ik dé beste huishoudelijke uitvinding ooit!

De jongens kunnen eindelijk, weer of geen weer, spelen dat het een lieve lust is.

Maar af en toe mag er ook wat gewerkt worden.

Hanne en Jonas hebben eindelijk een dak!

 

En deze foto’s van Le Gouffre de Padirac, wil ik jullie niet weerhouden.

We dalen 103meter af en bekijken daar de prachtige onderaardse wereld. Ik vertel de jongens die erg onder de indruk zijn dat we nu in de buik van de aarde zitten. Maar Jules zegt het nog veel mooier: ‘Nee mama, we zitten nu in het hart van de aarde!’.

De storm en de mierenhoop

Maar goed, we zijn hier niet alleen om op onze luie krent te zitten, er moeten ook streken verkend worden en huizen bezocht.

We trekken naar de Ardeche, meer bepaald, Nozières, waar we vrienden van vrienden ontmoeten: Hanne en Jonas met hun twee zonen Mingus en Oscar en een grote poezenclan.

We zijn moe van het lange rijden en Bert voelt zich niet lekker maar toch wordt het een zeer gezellige avond. We eten wat brood en kaas en drinken wat wijn in hun tijdelijke openlucht keuken met een fantastisch uitzicht over glooiende bergen en dalen. What a view!

De kinderen spelen in de velden en wij luisteren met veel bewondering naar hun verhalen over het leven in Frankrijk en stellen honderden vragen.

Met ontzag bewonder ik Hanne’s moestuin en serre. Ik droom al zo lang van een eigen moestuin. Van met mijn handen in de grond te wroeten. Als een klein kind vind ik het nog steeds pure magie van wat er uit zulke kleine zaadjes allemaal kan groeien. Allemaal zoveel lekkerder en gezonder.

We hoeven het niet tegen elkaar te zeggen maar weten dat dit het soort leven is dat we willen. Die woeste bergen, het ruige klimaat, de prachtige uitzichten, de verbroedering en behulpzaamheid van de mensen daar. Het simpele en sobere leven. De jongens die hier tot het donker wordt buitenspelen. Ja! Zo willen we het!

Die nacht voelen we hoe hard het leven hier soms kan zijn. Hevige rukwinden, regen en hagel teisteren de omgeving en ons klein carvannetje. Ik lig bang te luisteren naar al die oorverdovende geluiden en denk aan Hanne en Jonas die hoog in de bergen tijdelijk in een Yourt leven tot hun huis af is…

En mijn gevoel blijkt juist: als we elkaar de volgende dag treffen op een boerderij-opendeurdag, hadden ze een onstuimige nacht achter de rug. Toen de planken vloer van de Yourt begon te bewegen zijn ze in allerijl naar de buren gevlucht!

Terwijl de stormschade bij ons beperkt bleef tot een volledig kapot gewaaid wasrek en modderige pas gewassen kleren, ondervinden we die nacht ook dat onze caravan pal op een mierennest staat en in no time helemaal ingepalmd wordt. Elk klein en groot kruimeltje wordt direct naar buiten gedragen door ellenlange kolonnes van mieren die zich niets aantrekken van de bende slapende mensen waar ze overheen trekken.

Ik krijg er nog kriebels van als ik eraan terudenk: het eerste wat je ziet als je na een woelige stormnacht, je oog opentrekt is een krioelende menigte! Brrrr

De kinderen darentegen vinden het nog leuk ook: terwijl ik in no time alles uit de caravan sleur pikken zij met hun vingertjes wel honderden mieren dood. Normaal kan ik er niet tegen als welk levend wezen dan ook zomaar wordt gedood maar nu heb ik geen medelijden: Trop c’est trop!