ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Het Mysterie van de halve brug…

We hebben een eerste pand bezocht in Bourgondië en ondanks de gietende regen waren we allebei toch wel verliefd. Ik had zo mijn twijfels om iets te vinden binnen ons budget maar bij het eerste pand zat het er dus al ‘boem’ op. Het gaat nog moeilijk kiezen worden de komende maanden denk ik.

Na dagen van koude en regen hebben we dan toch beslist om in één ruk naar het zuiden te trekken. Het bezoeken van panden in het midden van Frankrijk doen we wanneer het beter weer wordt.

Ik ben ondertussen snipverkouden en kan geen modder noch koude meer verdragen.

Allemaal in bed bij zieke mama

Dus rijden we tot we zon zien en dat is boven Avignon. We parkeren onze caravan op de oevers van de Rhône rivier met een prachtig zicht op de Pond d’Avignon en Le Palais du Pâpes.

We besluiten twee dagen te blijven om onze modderig kleren, auto en caravan weer hun normale look te geven.

En van het eerste moment spreekt die halve brug tot ieders verbeelding. Wat is er gebeurd met die andere helft???

We hebben het totnutoe nog niet opgezocht en alhoewel Bert en ik het in een ver verleden waarschijnlijk wel geleerd zullen hebben, doen we geen moeite om in onze grijze massa te grazen. Veel leuker is om onze fantasie de vrije loop te laten en op twee dagen tijd werden de theoriën steeds geloofwaardiger:

– er is een bom op gevallen tijdens de tweede wereldoorlog (Swaane)

– ridders hebben het in brand gestoken als zelfverdediging (Fons)

– piraten hebben de brug kapot gemaakt omdat ze jaloers waren omdat ze niet binnengeraakten (Fons)

– de werkmannen waren het op een dag beu om aan de brug te werken en zeiden: ‘Foerd! Wij gaan naar huis!’ (Bert)

-een groot zeemonster probeerde erdoor te zwemmen maar was te dik en bleef vastzitten. Zo heeft het de brug kapot gemaakt. (Jules)

En zo wat cultuur opsnuiven en in een stad vertoeven doet toch wel iets met en mens.

Supermarkten zijn ineens een speelterrein en Fons en Jules ontdekken overal geheime gangen in Avignon die naar de dé halve brug leiden. Elke gaatje, holletje en mysterieus gangetje wordt aan inspectie onderworpen. ‘Jaja, dat was zeer zeker een geheim plekje dat ze daar ontdekt hadden.

Al heeft Jules nogal snel weer last van ‘zijn gebroken been’ en kan hij ‘niet meer stappen tenzij hij een ijsje krijgt’. Daar hoort natuurlijk zoals altijd de nodige drama bij: haal u een jammerend kind voor de geest met één hand aan de buggy en een slepend beentje ergens achteraan. Wat een mishandeling is zo’n wandeling toch!

Voor Gust, de jongste, is het allemaal eender. Hij heeft als enige echte dierenvriend van de jongens, een super getrained oog wat dieren betreft. Al het gevogelte is momenteel: ‘KIP!’ en als hij dus een vogeltje ziet dan wordt dit telkens zeer luid gebruld, vergezeld van  een priemende wijsvingertje.

Nu heeft hij ook een enorme fascinatie voor uitwerpselen. Hij is dan ook net twee jaar geworden en het ‘potje’ roept. Maar dus even hard als hij ‘KIP!’ brult, roept hij ook ‘KAKA!’ met hetzelfde wijzende vingertje.

Als die twee interesses samen vallen ben ik toch wel blij dat we in Frankrijk zitten want tijdens de hele wandeling was het: ‘KAKAKIP!’ van jewelste met heel veel wilde gebaren erbij…

En zo zal Avignon ons bijblijven als de stad van de halve brug, de ‘KAKAKIP’ en blauwe tongen…

Pasta met tomatensaus

Er is zo’n grote geschiedenis tussen de periode na onze trouw toen het vonkje ontsproot en het punt waar we nu staan, dat het moeilijk is om er geen eindeloos verhaal van te maken.

Het is een woelige verhaal van ups en downs, van hoop en wanhoop maar vooral van heel veel dromen.

Het begon met een idee om het allemaal eens over een andere boeg te gooien, ‘je leeft toch maar één keer enzomeer’, dat al snel oversloeg in een grote verliefdheid toen we tegen alle verwachtigen in al na een éénmalig bezoek aan de Franse bodem een droompand vonden.

Na maanden hard labeur om dit allemaal rond te krijgen was er de droommoord.

De vele banken die we bezochten om een financiering te krijgen voor het restbedrag zeiden dat het crisis is, dat banken niet (meer) geloven in horeca en gerelateerde bedrijven, dat er al zoveel voor ons waren geweest,…

Daar stonden we dan met onze billen bloot….

Enfin, bij ons was er op dat bed van teleurstelling op teleurstelling alleen maar ‘goesting’ gegroeid om sowieso te vertrekken. We zouden ons leven echt niet laten leiden door instituties die over heel de wereld al voor zoveel miserie zorgen.

Dus vanaf nu zou het op onze manier zijn!

En zo was er toch een vertrek, vele weken later. Na eindeloze afscheidsfeestjes en emotionele rollercoasters. Slapeloze piekernachten ‘waar ben ik toch mee bezig?’ en mijn smetvrees die hoge pieken scoorde in een tijdelijk onderkomen.

Op de valreep werd die special ‘vertrekdag’ alsnog met een dag uitgesteld maar vandaag was het dan toch zover. Bert met een wijsheidstand minder, maar wij allemaal met zoveel gedrevenheid meer.

Eerst nog langs mijn oma, de ‘Super-oma’,  in Koksijde. Niet als ultieme afscheid maar als eerste vertrekpunt.

Alleen al die eerste etappe was een uitdaging op zichzelf. Mijn drie jongens kunnen namelijk abosluut niet stilzitten dus een rit van 2 uur in de auto mondt altijd uit in gillende ouders.

Op een bepaald punt, toen ik ze wilde afleiden met een zekere volwassenen conversatie kreeg ik volgende antwoord:

Ik: ‘en wat zouden jullie graag leren de komende maanden?’

(ik moet Fons dus nog een trimester zelf onderwijzen)

Fons: ‘De juf pesten. Ik ga jou met een katapult beschieten en juf ‘knackworst’ noemen!’

Dat beloofd….

De geluksbrenger van baby Alice.

 

Dan was er het wilde ‘Super-oma’ bezoek waar de jongens amper in toom waren te houden. Chocolade paasei-handjes en -mondjes overal. Met schoenen in ‘Super-oma haar bed en er in willen blijven slapen. ‘Ik heb dorst!’ ‘Het is te warm hier!’ ‘Ik moet plassen!’, alles door elkaar. Super-oma kreeg zowaar haar avond-bokes niet meer binnen van al dat kinder laweit.

Maar het deed deugd om haar te zien en als ik maar een beetje de genen heb van Super-oma met haar negen kinderen en ongelooflijke levensweg, die nog steeds straalt, babbelt en lacht dat het een lieve lust is, zal ik al zeer blij zijn.

Ze heeft me bij afscheid beloofd om er nog te proberen te zijn als ik terugkom maar ik ben er zeker van dat dat haar zal lukken als ik zie hoe rustig ze blijft terwijl er een kleine tornado door haar kamer raast.

Super-oma!!!

Super-oma met drie van haar oneindig veel achterkleinkinderen.

 

Dan richting Calais. Le camping Municipal, op 100m van de zee. Dat leek ons een heerlijke eerste verblijfsnacht.

Toen we de camping opreden was die zo goed als verlaten en voor de eerste keer op onze reis kregen we een blauwe hemel met zon.

‘De goden zijn ons dan toch goed gezind’, dacht ik meteen.

Ware het niet dat, toen we uitstapten, we bijna werden weggeblazen door wel zeer strakke rukwinden.

Die dolle wind kroop meteen in onze jongens en terwijl Bert vloekte op het aansluiten van de electriciteit en steeds meer gestresseerd raakte, probeerde ik niet alleen Bert te kalmeren, maar ook de kinderen, hond en ondertussen uitgeladen spullen bijeen te houden.

‘I believe I can fly’

 

Mission Impossible zo bleek al snel: Youps, de hond, had plots een dood konijn opgegraven en was aan het vreten aan een pluizig, stinkend karkas, Fons, de oudste, probeerde met eigengemaakte parachute (lees Dille & Kamille zak rond armen gebonden en dan op fiets) op te stijgen,  Jules vloog met de step de straat af en bezeerde hand en knie en Gust, de bambino, klom in de auto, en vond zowaar ons maandbudget in geldbriefjes en liet dat door zijn handjes glijden en de hele camping opwaaien…

Op dat moment mensen, echt waar, vroeg ik me af aan waar ik begonnen was…

Maar enkele uren later, toen de zon al achter de gebouwen dook, was er electriciteit die onze caravan kon verwarmen, waren kinderen en hond uitgeraasd en was ik achter de caravan, uit de wind aan het koken. Pasta met tomatensaus uit potjes maar met op de valreep toch nog gekocht: een blok parmesan en een potje verse basilicum.

We waren allemaal verkleumd maar met dikke winterjassen en mutsen op hebben we samen nog nooit zo snel een pasta verslonden en lekker bevonden. Iedereen twee keer opgeschept! Kijkend naar de ferries en vuurtoren…

Een paar uur later schrijf ik dit. In een klein caravannetje met allemaal slapende mannen rondom mij, hond incluis. En ik voel me de meest gelukkig mens op de wereld. Ik zou dit leven voor altijd willen koesteren in mijn handpalmen.

Maar misschien spreek ik na een aantal maanden wel een andere taal…

ON VERRA…

Fons en Jules laten overal totems achter.