ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Het relaas van een gebroken hart.

Niets zo eenzaam als verdriet hebben. Daar had iemand me op de begrafenis reeds attent op gemaakt. Bert en ik allebei geknakte bloempjes. Soms heel dicht bij elkaar, soms zo veraf.

Het liefst in het nest vertoeven van de dichte familie. Allemaal ooggetuigen van de laatste maanden, weken, dagen en uren. Geen woorden zijn er nodig om te zeggen hoeveel pijn het doet. Hoe groot het gemis is. Hoe alles anders is nu. Zo’n grote leegte die papa achterlaat. Iedereen moe, diep diep moe. Voor iedereen staan de laatste momenten op ‘repeat’  in ons hoofd. Zoals bij een bevalling is alles haarscherp geregistreerd.

Er zijn ook geen spelregels voor het rouwen. Geen handleiding. Het is er ineens. En doet met jou wat het wilt. Je ondergaat. Soms denk je verwonderd: ‘hey, dit lukt me wel’ om vervolgens helemaal onverwachts onderuit geslagen te worden.

Dat het nog niet helemaal doordringt blijkt uit het feit dat ik heel de tijd tegen mezelf zeg: ‘dit moet ik eens aan papa vragen’. Zelfs direct na de begrafenis, verwonderd over zoveel dingen die er gezegd werden waar ik zelf geen weet van had. ‘Goh, daar moet ik eens met papa over praten’, terwijl ik de auto instap. Om dan te beseffen dat je achter zijn kist rijdt…

Ik loop in de Fnac op zoek naar het debuut van Griet Op De Beeck. Ze schreef zo mooi over papa dus ik wil weten of ik het boek van haar ook zo mooi vind. Ik krijg tranen in mijn ogen van al die boeken. En plots is het allemaal zo droevig. Papa die nooit meer iets zal kunnen lezen. Ook niet mijn boek.

Iemand roept: ‘Dirk!’ Mijn hart maakt een sprongetje en ik draai me met een ruk om. Een oude man spreekt zijn zoon aan. Onbekenden.

Het valt me op dat je in een stad zelden naar de lucht kijkt. In Frankrijk doen we niets anders. Hoeveel tinten grijs zouden er zijn? Maar grijs past nu bij me. Zon kan ik niet verdragen.

Muziek mijd ik. Dan glijd ik direct af.

Pijn als een aanzwellende druk van binnenuit. Alsof je uiteen gaat spatten. Maar ik kan niet wenen. De stoom wordt niet afgelaten. Ze ebt web. Voor even.

Hypochondrisch gedrag. Moeite met slikken omdat ik zo’n pijn heb in het midden van mijn borst. Van borstbeen tot ruggengraat. Slokdarmkanker. Longkanker. Ik heb het zeker. Of misschien is het gewoon een gebroken hart?

Wilde onrustige dromen. Vol symbolen, angst en verdriet. Papa zoeken in een behekst huis. Ik weet dat hij daar ergens is. Ik loop van de ene naar de andere kamer. Ik blijf hem maar roepen. Er zijn veel meer kamers dan het huis kan bevatten. Het is een eindeloos spookhuis. Ik vind hem nergens. Doodop als ik wakker word. Geen rust, nergens.

De banaliteit van het leven. Jozef zijn huis leeghalen direct nadat papa begraven is. Een heel leven dat in vuilniszakken en dozen wordt gestoken. Alles wat een heel leven verzameld werd, wat betekenis had, wordt herleid tot betekenisloze voorwerpen die niemand nog wilt. Een huis wordt helemaal uitgekleed. Naakt, kwetsbaar.

Verdriet is ook kinderlijk. Papa zei me ooit, toen het slecht ging met super oma, dat hij zich een klein jongetje voelde dat om zijn moeder schreeuwde. En direct erna vroeg hij zich luidop af of dat voor ons dan ook zo zou zijn? Natuurlijk. En ook ik denk aan mijn kinderen en vraag me af waarom je dan kinderen wilt en krijgt? Dat het toch iets heel egoïstisch is als ‘het leven enkel één grote les in loslaten’ is? Existentiële vragen. ‘This too shall pass’.

En ik wil meer leven zoals papa. Waarachtig. Intens. Eerlijk zijn met jezelf en tegenover jezelf. Wijze woorden van papa. En ja, ik moet stoppen met roken. En moet minder drinken. En dringend afvallen. En meer schrijven. En meer spelen met de kinderen. Ze wijze levenslessen bijbrengen. En meer wandelingen maken in de bergen. En meer genieten van de zonsondergang of vallende bladeren. En ik moet meer lezen. En ik moet meer tijd besteden aan mijn familie en vrienden. En ik moet…en ik moet…en eigenlijk moet ik helemaal niets, zeker nu niet.

p_medium_301

(Photo: Dirk Braeckman)

‘Het wordt nooit meer zoals vroeger. Maar dat geeft vleugels aan het herinneren’ (Dirk Lauwaert)

Liefste Papa,

Ik voel me klein tussen al deze meesters van het woord die jij zo zorgvuldig uitkoos en met wie je je kon meten. Je hebt zoveel mensen geraakt en geïnspireerd. Een wijze man. Een oude ziel. Maar voor ons, voor ons was je vooral een vader.

De stilte die je achterlaat staat in schril contrast met de storm die nu binnen in ons woedt. Stuurloze schepen die kraken onder de inbeukende golven van verdriet. Wankelende gebouwen omdat een fundament is weggerukt.

Maar je laat een overvloed aan levenswijsheid en herinneringen na.

De toegangspoort naar jouw wereld. Blauwe rook die vanonder de deur kringelt. Een razendsnel typemachien met afwisselend ijsberen. Soms mochten we binnen. Liggend op de rode sofa. Heel stil. En dan koos je een boek uit de muren van het boekenhuis. Heel voorzichtig mochten we erin bladeren.

Een trotse mooie vader die zolang weigerde een bril te dragen en nog liever in een spartaanse houding, met één oog bedekt, een boek las. Debardeurkes en mooie hemden.

Warme avonden in Italië. Jij die zingend door de nacht nog bij de wijnboer aanklopt.

Verre wandelingen met vele kinderen in je kielzog ‘papa, zijn we er bijna?’ Maar ook mee reizen in je hoofd. Details. Verbanden. Beelden en steden leren lezen.

Liefde voor het warme nest dat onze familie is. Met super oma helemaal bovenaan. Iedereen krijgt zijn plekje. Jouw aandacht. Jouw tijd. Jouw zorg.

En jouw liefde gaat ook door de maag. Pijnlijke buikjes van teveel spaghetti ‘au au papa je moet de volgende keer zeggen dat ik moet stoppen met eten!’.

Maar ook een vader die een vreselijke medebewoner kreeg. Een monster dat meteen  de aanval inzette op de troonzaal van je lijf.

Jouw klavertje vier. Vier herenigde gieberende meisjes op je bed die je één voor één toespreekt met je ogen. En wij zwaaien je uit met tranen die rivieren vormen. Harald die op je buik blaast en jou doet schudden van het lachen. Jouw twee prinsen die je moedig en statig flankeren tot aan de kade. Andreas, jouw evenbeeld en Dorian, jouw trouwste metgezel. En zo graag hadden Reinhilde en jij samen naar de overkant gezeild maar de wetten en regels van het leven schrijven iets anders voor. Een onbreekbare eenheid wordt toch gescheiden.

Je versteende gezicht met een krullend lachje, ondeugend zelfs. En wij geloven graag  dat het heel gezellig is daarboven in de hemel. Een hemel waar ik nooit in geloofd heb maar waar ik nu om smeek.

‘Till we meet again’ papsi!

foto copy

 

Dirk Lauwaert:

* In De Witte Raaf: ‘De niet meer gezonde man’: http://www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/3870

* Cobra: http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/130812-sa-dirk_lauwaert_overleden

 

De werkkamer van Dirk Lauwaert door Koen Broucke:

Werkkamer Dirk Lauwaert 1 lr Werkkamer Dirk Lauwaert 2 lr

De eeuwige jachtvelden

Het regent en waait als we Jozef naar de eeuwige jachtvelden begeleiden. Gevolgd door mannetjes van dun papier en een streepje muziek. Vooraleer Jozef de vallei  invliegt maakt hij nog een kleine draaibeweging rond Bert en dan, zoef, weg is hij.  Voor altijd zo vrij als een vogel en toch dicht bij ons.

Ik verwacht me aan treurnis en neerslachtigheid maar we stromen over van energie en daadkracht. Werk en schoolwerk inhalen. Redden wat er te redden valt in de moestuin want ook hier was het te lang koud. Onze berg gaat men te lijf met grof geschut. Er wordt een grote hap uitgesneden zodat we er kunnen kamperen tijdens de zomer en dan we stuiten op een kleine bron. En dat is heerlijk nieuws want het wordt warm en er is nog geen water op onze grond. We zeulen met emmers en gieters water uit een klein beekje naar boven. Beelden uit de film ‘Manon des Sources’ flitsen voor mijn ogen. Even zie ik in Jacky de perfecte muilezel, zo groot en struis als ze nu is. Jacky die na haar laatste zwangerschap dringend op dieet moet maar op onverklaarbare reden maar niets afvalt. Tot we ontdekken dat ze overal haar restjes eten krijgt: ze smult mee uit de potten van Bernadette, kent alle bakjes met poezeneten uit de buurt en graaft overal haar verborgen schatten op die ze opzij had gelegd voor barre tijden. Zo ook een volledig nog ingepakte kaas, gestolen bij Hanne en Jonas om deze nadien rustig te kunnen degusteren.

Ik vertrek met Gust naar Brussel om papa te bezoeken. Gust de kleine Mowgli voor wie de stad één grote speeltuin is bezorgt me geregeld een kleine hartstilstand. Hij rent van hier naar daar. Begrijpt het nut niet van verkeerslichten noch het gevaar van straten vol auto’s. Hij klimt overal op en onder. Roept en wijst naar ziekenwagens en vliegtuigen en staart vol ontzag naar politie agenten en hun wapens. Hij is zo gewoon van overal in de natuur te kunnen plassen dat hij dikwijls weigert om een toilet te gebruiken. Als noodoplossing mag hij plassen in de bloempotjes op papa’s terras. Drie verdiepingen hoog in hartje Brussel druppelt zijn pipi van terras op terras naar beneden.

Als ik mijn vader zie dan voelt het alsof ik een stomp in mijn maag krijg en mijn hart er wordt uitgerukt. Papa verliest woorden en beschrijft het zelf alsof hij steeds de trein mist. Ze ontglippen hem en verdwijnen voor altijd in de stilte. Ik vraag me af hoe het leven is in een hoofd met steeds meer gaten en in een lijf dat stilaan versteent. Er resten enkel nog eilandjes  van helderheid waar hij af en toe op aanspoelt terwijl hij ronddobbert op een grote oceaan van flarden herinneringen en vage gedachten. Niets hangt nog samen. Diep in zijn hoofd zijn er fossielen van onvoorwaardelijke liefdes en oude grotten met rotstekeningen van de mooiste momenten uit een mensenleven. Deze dingen doorstaan de tand des tijd, de orkanen en stormen van een aftakelend lichaam. Deze lichtjes van liefde zijn het enigste dat nog telt. Want uiteindelijk wordt de navelstreng met kinderen en geliefden nooit echt doorgeknipt, hij verplaatst zich gewoon van de buik naar het hart.

JOZEF:

 IMG_8117 IMG_8113 DSCN2462 DSCN2461 DSCN2457 DSCN2456 DSCN2452 DSCN2443 DSCN0001_2

 

CHEZ BERNADETTE:

IMG_3910

WORK IN PROGRESS:

 

IMG_3967 IMG_3975 IMG_3248 IMG_3236 IMG_3898IMG_3252IMG_3255

Mensen zijn gemaakt van dun papier

Lieve  Jozef, lieve lieve opa dierentuin,

Zo’n 9 jaar geleden werd je mijn schoonvader maar onze levens hadden al een aantal keren gekruist. Viool spelend op de muziekavonden bij mijn mama thuis, als bakker van de Biologische bakkerij of als houtbewerkingsleraar op Lohrangrin.

Toen je een deel werd van mijn leven en van mijn familie was dat samen met Frieda. Jij en Frieda, twee vrije zielen. Niet gebonden aan regels en conventies. ‘We leven het leven op onze manier.’ Je hebt je doorheen je leven van meer dan één juk ontdaan. Voor jou geen katholicisme of een autoritaire opvoeding. Nee jij was een ‘hippie pur sang’ voorvechter van Bio, moestuinen, klompen en korte broek, lange haren en baard, en de Steinerschool.

Samen met Annie heb je twee zonen voor wie je met momenten een echte held bent geweest. Toen het einde naderde sprak je veel over het moment dat je je jongens moest ophalen in Temse. Je ogen liepen vol. Je stem brak. Intense vaderliefde.

Voor mijn kinderen ben je opa dierentuin. Samen met de kleinkinderen op de fiets. Razend snel door de stad. Naar de dierentuin. Frietjes en speeltuin. Jij met vaste tred en zij wippend op je schouders. Bij opa thuis de vissen eten geven. Niet teveel. Je werkkelder als een waar speelparadijs. Broekzakjes vol houtrestjes. Jij zal de geschiedenis ingaan als de man die de beste rijstpap maakt van de hele wereld. In de kommetjes met een kroon. Jouw recept blijft geheim en het mijne is nooit goed.

De man van weinig woorden. Dikwijls mijn schaduw in de Handelstraat. Geduldig wachtend op het moment dat de drukte van het eten en het in bed stoppen was overgewaaid. Me helpend met een kind op de schoot te nemen of mee in de potten te roeren. Nadien samen een glaasje drinken en praten. Van jou heb ik geleerd dat stiltes ook zinvol kunnen zijn en niet alle vragen een antwoord verdienen. Zuinig met woorden. Woorden en gedachten eerst herkauwen voor ze los te laten op de wereld.

Samenwerken met Bert, de geheime taal van timmermannen, meesters van het hout en nagels. Dezelfde grote handen. Liefde die door handelingen schijnt. Hout als rode draad doorheen je leven.

Gisteren vonden we jouw dagboek terug geschreven bij ons in Nozières:
Vrijdag 15 februari: ‘het brood zit in de oven, alles verloopt rimpelloos. Ja, hoe eenvoudig kan het leven zijn. Sneeuw, zoon, schoondochter en de kleinkinderen in de buurt. Dankbaarheid.’
Weet dat die dankbaarheid geheel wederzijds is.

Er was ook veel humor.
Zo vind ik twee dagen voor je dood een berichtje op mijn facebook, geschreven midden in de nacht:
‘Een augustijntje d’r bij van een graadje of zeven…
doet ons weer de natuur beleven !
gift van de mannekes van plezier
inderdaad uit….Lier
Weest gerust ik dronk maar een (hik!) vierdeke’.
En ja hoor, gewapend met je zakmes heb je ‘s nachts nog een flesje Augustijn gekraakt.

In de laatste dagen leer ik nog zoveel over je volle leven. Je vrijwilligerswerk bij oxfam en bij de instuif, zingen in een koor, je inzet bij taaloor en florreborre. Met medestappers trok je de wijde wereld in. Je grote muzikale talent. Een cirkel wordt rondgemaakt en gemiste jaren ingehaald met Viviane, Lente en Michaël. Heel mooi.

De doostrijd als recht op een schip staand en onversaagd tot aan de dood toe strijden.
Nooit klagen. ‘Betuttel me niet zo’. Pijn verbijten. Je lichaam was op. Willen opstaan. Wegwillen uit dat bed, uit die kamer, weg uit dat lijf. Je roept: ‘komaan Bert we zijn hier weg!’. Sterven als bevallen. Met pijn, angst, ongeloof en tegenstand.
Dries krijgt gelukkig nog tijd. Dries en Jozef als spiegels van elkaar.
Bert wijkt niet van jouw zijde. Draagt jou. Sust jou. De cirkel van het leven is rond. En dan wordt het stil.

Samen met Fons en Jules huppelend op weg naar jou. Het is ook wel spannend. We maken grapjes samen: ‘niet in opa zijn tenen knijpen en geen vinger in zijn neus!’ Maar bij het zien van een vredig voor altijd slapende opa dringt het ook bij hen door dat er zoiets als ‘nooit meer’ bestaat. Tranen rollen over kinderwangetjes en Jules zegt: ‘mama elke keer als ik stop met spelen komt opa in mijn hoofd’. Fons zegt: ‘ik mis hem zo en nu kunnen we nooit meer naar de dierentuin’.

De frons van  pijn en onrust in je gezicht is gladgestreken. Weer de mooie man die je altijd bent geweest. Slaap zacht.

 

920547_4993210712644_422552052_o

 

 

Lente bedrijvigheid en Pergolesi

‘t Zijn drukke dagen, zo net voor ons vertrek naar België. Ineens moet er nog vanalles geregeld en gedaan worden en de to do lijstjes zwellen aan met de dag pffff……

Er maakt ook een zekere spanning zich van ons meester want het is toch telkens weer een andere wereld binnenstappen als we in Antwerpen zijn. Ook de jongens beginnen weer te fantaseren over hun vrienden en Jules zijn gezichtje klaart helemaal op als hij aan ‘zijn Luca’ denkt. Wat wens ik dat die vriendschap, die nu in de derde generatie zit, blijft bestaan.

De lente kondigt zich, na veel te lang op zich te hebben laten wachten, aan met warme dagen bomvol licht en zon. God, wat waren we dat vergeten, hoe heerlijk zo’n zon en warmte kan zijn. Zo’n genot en je humeur plots ontegensprekelijk zoveel beter. Alles verlicht.

En samen met de zon barst een bedrijvigheid los in de natuur en bij de mensen. Wij zitten net iets te hoog om al veel bloemen te hebben maar hoe meer we afdalen naar Lamastre hoe meer kleur we te zien krijgen. In Lamastre zijn al die felle gekleurde bloesems en bloemen een genot voor het oog. Hierboven zijn we al blij dat we de  knoppen aan de bomen zien springen en hier en daar vers groen uit de grond zien prikken. Maar we weten dat dat zal veranderen, snel zelfs.

Na een lange, stille winter hoor je nu overal lawaai en drukte op de velden. Tractors rijden af en aan met mest en ploegen en er wordt gezaaid en gepland en vanalles geruild en gewisseld en ik krijg al wat stress als ik zie hoe groot mijn moestuin gaat worden (180m2) en ik kan me niet voorstellen dat ik dat allemaal tot een goed einde ga brengen zo zonder enige ervaring. Maar dan kijk ik thuis naar al die miniplantjes: pompoenen, courgettes, komkommers, rode pepers, paprika’s, artisjokken, tomaten, meloenen, bessen, sla, aardbeien, look, kruiden etc etc en ik besef weer dat de natuur het grootste werk voor zijn rekening zal nemen. En ik heb nog zoveel zaad liggen en kijk al vol spanning uit naar onze terugkomst en ik echt kan beginnen.

We hebben voor de eerste keer op onze eigen grond gewerkt: Bert heeft zich met bloed, zweet en tranen (letterlijk) een weg gebaand door een bijna ondoordringbare muur van bramen en plots stonden we  in onze ‘keuken’ en ‘living’  en waw, wat een uitzicht! Jonas is volop bezig met het uittekenen van de plannen en het gaat prachtig worden. Zo spannend om een eigen huis te bouwen.

En na een dag hard werken trekken we allemaal onze mooiste kleren aan want er is een orgel in bruikleen gegeven aan de kerk en dat wordt ingewijd. We betreden de kerk die afgeladen vol zit in onze zondagskleren en we krijgen allemaal drie zoenen van de burgemeester. Wat volgt is een prachtig concert met twee zangeressen die het orgel begeleiden. Als Stabat Mater van Pergolesi wordt ingezet schieten zowaar mijn ogen  vol. Zoveel cultuur, schoonheid en ontroering in dat kleine kerkske van Nozières.

Daarna is Gust nog gevierd met een Sachertorte van de hand van Bert die zichzelf weer overtroffen heeft en ons met een zware maag van teveel gesnoep de avond laat afsluiten. Burb…

IMG_2774

De bouwplannen bespreken met Jonas.

 

 

IMG_2825

 

IMG_2862 IMG_2874 IMG_2889

Lindy Hoppen!

 

IMG_2971

Ik betrap Gust…

 

IMG_2987

Winnie.

 

IMG_2995

Het bramenbos van Doornroosje.

 

IMG_3002

Jacky zag dat het goed was.

 

 

IMG_3014 IMG_3026

De inwijding van het orgel.

 

IMG_3040 IMG_3045

Gust 3 jaar!

 

 

IMG_3047

Jules maakt een tekening voor Gust. Een prachtig huis en de drie broers vieren ernaast feest. Links boven: I LOVE GUTS.

 

 

IMG_3048

Doodmoe van al dat gefeest.

 

IMG_3053

Ook bij Hanne en Jonas wordt er druk gewerkt.

 

IMG_3086 IMG_3090

Bemesten van onze toekomstige moestuin.

 

IMG_3109

Pokerfaces moeten nog wat ingeoefend worden.

 

IMG_8048

Chillen met de vrienden in ‘onze tuin’.

 

IMG_8054

Waar het ‘oranje stipje’ of Bert is, komt ons huis te staan.

IMG_8057

Zondagochtend, na een beetje werken op ‘t veld,  op de koffie bij Hanne en Jonas met boer Jean.

Verjaardagdrama’s en katten braakballen

Mijn drie jongens zijn allemaal geboren in de lente. Ze hadden allemaal hun vooropgestelde datum maar natuurlijk heeft geen één van de drie zich hieraan gehouden. Fons zou geboren worden op 12 april, de dag dat Bert en ik net één jaar samen zouden zijn. Dat vonden wij zo fantastisch en nogmaals een teken dat de komst van dit kleine wormpje, ook al was hij er zo snel, geschreven stond in de sterren. Maar Fons besliste als een echte ram om zich drie weken eerder al een weg naar buiten te wringen. Net ‘rijp’ genoeg om  thuis te mogen bevallen.

Jules was uitgerekend voor 10 maart maar dacht er niet aan om naar buiten te komen. Bijna 10 dagen extra tijd heeft hij genomen al had ik alles, maar werkelijk alles, geprobeerd om hem er eerder uit te krijgen. Zo beu was ik het. Uiteindelijk deed de ‘wonderolie’ ricinusolie zijn werk of was het gewoon Jules die er klaar voor was? Hij is letterlijk op eigen kracht uit mij gekropen. Van de vroedvrouw mocht ik de laatste momenten niet meer persen omdat hij zelf zo ijverig bezig was en hij zwom als een echte vis het badwater in en ik was zo verschoten dat het even duurde voor ik hem uit het water tilde.

En Gust werd ook weer verwacht op 12 april! Het deed de gynaecoloog aan ons de vraag stellen of wij maar één keer per jaar vrijen en dan nog wel op één bepaalde dag ofzo?De vroedvrouw zou een sabbatical nemen en had nog 3 bevallingen te doen waaronder eentje van een goede vriendin. En ok, we lagen allemaal wat dicht bij elkaar, zo was mijn vriendin één dag voor mij uitgerekend, maar ja, hoeveel kinderen  volgen die vooropgestelde data? Op 12 april begint het te rommelen in mijn buik. ‘Toch eentje die zich wat aan de afspraak houd’ zeg ik nog tegen mezelf. Ik bel naar mijn vriendin die zegt dat er bij haar nog niets beweegt en ze zegt: ‘Begin jij maar eerst, we bellen elkaar morgen!’. Maar er moet iets in de lucht gehangen hebben want die nacht zijn de drie hoogzwangere vrouwen allemaal aan het persen geslagen. De vroedvrouw wist niet meer waar ze eerst naartoe moest rennen. Een collega van haar was net op tijd bij ons om Gust nog mee geboren te zien worden, de twee andere vrouwen hebben het alleen gedaan zonder enig probleem. En zo werd Gust in een stormachtige nacht geboren tussen twee meisjes in, Roosje en Linde.

Gelukkig zijn de verjaardagen die daarop volgden nooit meer vermengd geweest met de pijn en wanhoop die aan de bevallingen waren verbonden. Er is een zekere onvrede bij Fons dat Jules 5 dagen eerder verjaart dan hij, het volgt niet de logische volgorde van ‘de oudste eerst’. Dit jaar stond Jules ‘s morgens 18 maart op en wist me meteen de vertellen dat hij voelde dat hij afgelopen nacht gegroeid was: ‘kijk maar mama hoe groot ik ben geworden vannacht!’. Een eerste kadootje bij het ontbijt was geen succes. Van oma kreeg hij een camouflagenet maar hij begreep maar niet voor wat dat diende. Bert probeerde het uitgebreid te demonsteren door op de grond in een bolletje te gaan liggen met het net over hem waarop Jules teleurgesteld zei: ‘maar ik zie jou nog steeds hoor!’…

Fons was blij dat zijn verjaardag op een zaterdag viel en dat er dus op school niet gezongen zou worden voor hem. Zo in de kijker staan is voor hem een verchrikkelijke ervaring. De volgende dag hadden ze de halve school uitgenodigd, zo’n 16 kinderen, en kregen we weer dezelfde taferelen te zien zoals elk jaar: Fons met veel teveel verwachtingen die heel boos wordt, wegloopt en roept ‘dat het de slechtste verjaardag ooit is!’. Er is altijd een eind goed, al goed waarop de rust weerkeert maar het patroon van emotionele uitbarstingen op het verjaardagsfeestje blijken een vaste waarde te worden. Vorig jaar zat hij heel de tijd onder tafel en hebben we dan maar zonder hem gezongen en kaarsjes uitgeblazen.

En dat de lente in zicht is merken we niet alleen aan alle jarige jongetjes maar ook aan de braakballen van de katten. Tijdens de winter kregen we halfverteerde muizen geserveerd maar het gamma breidt zich nu uit: tegenwoordig herkennen we er ook kleine vogeltjes en salamanders in… Een mens leert zo’n dingen dus interessant vinden en komt tot de bevinding dat zo’n braakbal de perfecte barometer is die ons in staat stelt te bemerken dat er vanalles beweegt en uit zijn winterslaap komt in de natuur.

Op een verloren zondagochtend bekijken we samen met de jongens de documentaire ‘Cave of Forgotten Dreams’ over rotsschilderingen van 32 000 jaar oud die zijn teruggevonden in een grote grot in zuid Ardèche. Prachtige en inspirerende beelden en we kunnen zien dat er hier vroeger ook heel andere dieren leefden. Fons vindt wel ‘dat die Amerikaan in de documentaire heel slecht Engels praat’. Ik vertel hem dat het een Fransman is die Engels spreekt… De jongens besluiten plechtig dat het hier vol met dino’s moet gezeten hebben en vertellen over een groot bot dat ze bij de boerderij van Eli hebben gevonden. Dat is zeker van één van die dinosaurussen. Morgen gaan ze terug om de dinosaurus op te graven!

Er is er één jarig hoera! Hoera!

Er is er één jarig! Hoera! Hoera!

 

IMG_2475

Als je 6 wordt is het tijd voor je eerste zakmes!

 

IMG_2612 IMG_2611

Zingen en taart eten een hele week lang!

 

IMG_2629

Op uitkijk!

 

IMG_2570

Verstoppertje in de kast!

 

IMG_2623

Drie rossekopjes in de zon…

 

IMG_2627

Officieel van ons nu en gedaan met de pups. Prachtige ervaring maar zoveel werk. Jacky vindt haar nieuwe outfit verschrikkelijk…

 

IMG_2736

Met papa naar de winkel in de R4.

 

IMG_2588

De laatste sneeuw van deze winter is nu helemaal weg. Op naar de zomer!

 

IMG_2761

Fier op mijn reportage in Libelle Mama…

De Timmerman en de Godfather

Ik heb een tijdje met een writersblock gezeten. Ik wilde graag over de papa’s vertellen maar vind dat ook moeilijk omdat het zo persoonlijk is en de gevoelens errond zo wisselend zijn. Ik vroeg me af of zij dat zelf wel leuk zouden vinden? Maar ik kon er ook niet omheen. Ik schrijf dan wel over ons nieuwe leventje hier maar soms is dat bijzaak als er zoveel rondom jou gebeurt. Soms heb je gewoon geen zin om allemaal gezellige anekdotes te vertellen wanneer er zoveel grotere dingen aan het gebeuren zijn. En uiteindelijk, die aftakelende vaders dat hoort ook bij het leven. Iedereen wordt met zulke dingen geconfronteerd dus waarom daar zo stilletjes over proberen doen? Dus hupsakee, deze keer vertel ik gewoon over onze vaders.

Jozef is een maand bij ons kunnen blijven. Daar zijn we heel dankbaar voor want dat pakken ze ons nooit meer af. Het was een intense periode al paste Jozef onmiddellijk in ons gezin, alsof er gewoon een extra puzzelstukje aan werd toegevoegd. Met momenten was Jozef in zijn volle element en kon er gewandeld, gegeten en gedronken worden. Drie keer per dag werd er dan uitgebreid gegeten, wat een eetlust! Maar naar het einde toe ging het moeizamer en moeizamer. Jozef lag dikwijls te slapen op de zetel terwijl de kinderen druk rond hem heen speelden maar hij wilde niet weten van in zijn bed te gaan liggen. Kinderen zijn ook zo’n goede remedie want die staan niet teveel stil bij al die moeilijke dingen. Die roepen: ‘Kijk opa daar!’ of ‘Opa kom eens kijken!’ Die willen alleen maar spelen en hun onstilbare ontdekkingstocht van het leven met je delen of je je nu zo misselijk als een krab voelt op niet.

Toen de sneeuw, die ons een tijdlang in zijn greep had, stilaan begon te smelten begon Bert aan het terras te werken. En Jozef nam vanop afstand deel. Vader en zoon begonnen net zoals vroeger weer in een voor mij geheime taal te communiceren. Over afstanden en graden, over boren en vijzen, houtverbindingen, houtsoorten, frezen, groeven, enz. Het zijn allebei nooit de meest communicerende vaten geweest maar als ze samen aan iets werken dan vinden ze elkaar onmiddellijk. Dan wordt er geluisterd naar elkaar, overlegd, gemijmerd en deals gesloten. Dan worden er makkelijker complimenten gegeven. Ik stond erbij en keek ernaar en zag hoe de timmerman zijn kennis deelde met zijn zoon en dat hij op die manier altijd zou blijven voortbestaan in zijn zoon en later in zijn kleinzonen.

In die periode reisde ik even naar de Belgische kust om  samen te zijn met mijn familie. En god, een groter contrast tussen twee families kan er niet bestaan denk ik. Papa blijft die trotse en sterke man, zelfs in een rolstoel. Nog steeds kan hij ons ‘s avonds na het eten toespreken met zoveel wijsheid en gevoeligheid dat we allemaal muisstil luisteren met rollende tranen op onze wangen. Mijn hart in duizenden stukjes en tegelijk was er die enorme kracht van allemaal samen te zijn. Eén plus één is zoveel meer dan twee in ons onverwoestbaar nest. Ik vergelijk onze familie altijd met zo’n drukke luidruchtige Italiaanse familie. Waar er één man als een ware Godfather aan het roer staat, de koers van het gezin bepaalt en het laatste woord heeft. Maar waar de vrouwen de lijm zijn die het gezin bijeen houden. En waar er een continue drukte is zoals bij ons: al die tetterende vrouwen in de keuken die van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat staan te koken en af te wassen. Die vanuit de keuken naar de kinderen roepen dat het stiller moet. Die de mannen commanderen om de tafel te dekken of naar de winkel te rijden. Die, als papa ‘s morgens in een verfrommelde pyjama met zijn rolstoel aan tafel wordt geschoven, meteen allemaal boven hem hangen. Voor een kus, ‘heb je goed geslapen papsi?’, zijn haar wat in vorm leggen, die pyjama wat recht trekken, die vragen wat hij wilt eten, drinken? ‘Zit je goed? Wil je wat water? Confituur of boter op je boterham?’ enzoverder. Een niet aflatende stroom van zorg die papa onder lichte dwang moet ondergaan.

En wat misschien een heel emotioneel moment kon zijn op de laatste avond, allemaal een polaroid foto met papa voor in ‘de portefeuille’ wordt één groot hilarisch tafereel waarbij Maaike en ik bijna in ons broek doen van het lachen. En in mijn verbeelding wipt papa bijna uit zijn rolstoel van het lachen. Of hoe het leven echt bestaat uit een lach en een traan.

 

Gust ophalen aan de school. Met al die sneeuw moet dat wel te voet.

DSCN1701

 

Samen tekenfilmpjes kijken. Jozef is weer helemaal mee!

DSCN1782

 

De timmerman en de zoon.

IMG_2437

 

IMG_2442

 

De zusjes.

1 (24)

 

Lachen tot je in je broek plast!

1 (29)

1 (30)

1 (32)

1 (39)

1 (44)

Op de barricades en tomatenzaadjes

‘Je hebt de hippie in jezelf ontdekt’, zei een goede vriendin tegen me toen we elkaar weer ontmoeten in Antwerpen. Ik moest er hard om lachen en toch, ergens zit er wel waarheid in die uitspraak.

Al zou het beter geformuleerd worden als: ‘Je hebt de hippie in jezelf herontdekt’.

Want ze deed die uitspraak toen we in een hippe koffiebar, van een nog hippere koffie-met-vanalles-en-nog-wat-in-en-op-en-rond nipten.

Nadat ik lyrisch over ons ‘nief leven’ in Frankrijk vertelde. Over hoe ik tranen in de ogen krijg als ik naar de bergen kijk. Hoe ik sta te popelen om met mijn handen in grond te wriemelen.  Dat ik doldraai als ik keuzes moest maken over wat ik zou willen zaaien want er is veel teveel keuze. ‘Weet je dat er meer dan 150 verschillende soorten munt zijn?!!!’ En dat er niets lekkerder is dan bronwater en zelfgemaakt brood. Enzovoort…

Maar vroeger was ik al een ‘groen en geëngageerd beest’. Zo eentje dat van die oversized Greenpeace t-shirts droeg met het opschrift: ‘No time to waste’.

Ik schreef elke avond ijverig brieven  voor Amnesty International en was boos op mijn mama en zus omdat zij niet meededen. Ik schreef brieven naar ‘Sandra Kim’ en ‘De president van Amerika’ en legde uit hoe we de vervuiling van de wereld konden stoppen door snoepjes geen drie verpakkingen meer te geven en zo van die dingen. Die briefjes, in een waarschijnlijk onleesbare kindergeschrift,  gingen op een troetelbeertjes briefpapier, zonder adres, de postbus in. Ik verloor al mijn vertrouwen in de ‘machtigen der aarde’ omdat niemand me terugschreef of au serieux nam.

Maar ik geraakte volledig de kluts kwijt toen ik jaren later een lief had, dat na mijn zoveelste betoog voor een open wereld, tegen me zei:
‘Als een man geen socialist is tegen de tijd dat hij 20 is, heeft hij geen hart. Als hij nog steeds socialist is tegen de tijd dat hij 40 is, heeft hij geen hersens’ (dixit Churchill).

Ik had toen moeten weten dat dit een ramp van een relatie zou worden maar goed, je bent jong en verliefd en ik dacht alleen maar dat ik inderdaad misschien maar eens moest kappen met die kinderlijke gedachte dat ik iets aan de wereld zou kunnen veranderen…

Maar ik ben aan een heuse ‘barricade revival’ bezig. Nu we midden in de natuur leven en ik volop bezig ben met mijn eerste eigen moestuin te plannen komt mijn gevoel voor onrechtvaardigheid weer de kop op steken. David en Goliath. Ik word kwaad als ik lees hoe grote bedrijven denken dat wij achterlijk zijn. Hoe ze dingen stil willen houden. Hoe dat geld hun enigste drijfveer is. Niets milieu of toekomstvisie voor de mens: alleen money money money. Vervuiling kan hun totaal niets schelen.

Ook ben ik gefrustreerd omdat de Occupy Wallstreet en andere protesten niets hebben uitgehaald. Hoe de banken die ons allemaal zoveel leed hebben bezorgd nog steeds overheidssteun krijgen en riante bonussen uitbetalen.

Hoe de lobbyisten  over de hele wereld alles in handen hebben.

En zo kan ik nog wel even doorrazen…

 

MAAR! Er zijn ook leuke verhalen te vertellen.

Zo kom ik interessante mensen en geweldige initiatieven tegen. En geeft het moed dat  onze stem soms wel iets uitmaakt.

Power to the people en the beez!!!! Eindelijk dringt het een beetje door dat de bijen een probleem hebben en dat de pesticiden die wijdverbreid gebruikt worden daar toch ook wel hun aandeel in hebben. De petitie op AVAAZ word massaal getekend en ja hoor, we worden gehoord tot in het Europese parlement en hopelijk wordt er in maart een  moratorium op giftige bestrijdingsmiddelen aangenomen! Duimen maar!

Occupy Antwerp (voor meer informatie zoek ze op op Facebook) organiseren fantastische dingen waaronder elke zaterdag een ‘geef plein’ op het Astridplein in Antwerpen in samenwerking met Volxkeuken (nog zo’n geweldig initiatief). Onder de slogan: ‘armoede in A? nie mé maa, nie mé ongs’ delen ze gratis eten en kleding uit aan de armsten onder ons. Als ik naar Antwerpen afzak passeer ik met een grote zak Franse sausissen, beloofd! En eigenlijk zou iedereen moeten langsgaan met iets dat hij of zij kan weggeven.

Jeroen Olyslaeger is een drijvende kracht achter dit evenement. Leren kennen via Facebook (waar dat ‘smoelenboek’ toch niet allemaal goed voor is) en bewonder hem voor zijn daadkracht en schrijftalent!

Heel stilletjes proberen grote bedrijven als Shell letterlijk een voet in de aarde te krijgen in heel Europa om  gasboringen te doen. Laat je niet verblinden door ‘goedkopere energie’ want de enige die daarvan zal profiteren zijn de multinationals zelf. En besef goed dat de keerzijde van dit zogezegde ‘zo makkelijke procédé’ super vervuilend is. Bij deze: wees gewaarschuwd en steek uw kop niet in het zand. Het kan daar behoorlijk giftig zijn!

Vzw de Beek: al lang één van mijn favoriete Antwerpse initiatieven. Zo simpel, zo mooi. Met z’n allen voedsel gaan oogsten, klaarmaken en ervan genieten! Op bijna elk info moment dat ze organiseren zou ik aanwezig willen zijn, ware het niet dat er zo’n 1000 km tussen ons ligt…

Op mijn zoektocht naar nieuwe baasjes voor de pups ontmoet ik dé tomatenmadam van België, Rita!
Rita is al jaren bezig met tomaten en heeft ondertussen al meer dan 1500 soorten waarvan sommige zeer zeer oud! Ze noemen dan ‘heirloom tomaten’, oude tomatenzaden die zorgvuldig van generatie op generatie werden bewaard en doorgegeven. Ze verzamelt ook oude kookboeken, och ik kan niet wachten om eens bij haar te gaan rondsnuffelen…een geweldige madam!

Cie de Knor & de Bie: wie al wegdroomt bij onze avonturen die moet zeker eens deze blog lezen. Mijn grote voorbeeld!

 

Mijn eerste zaaikalender opmaken: dat leek zo makkelijk maar mijn God, dat is kei veel werk!!!

Zaaikalender opmaken

 

Zaaien en schilderen: iedereen creatief in ons klein huizeke.

 

Zaaien en schilderen

 

Ikke zo fier als ne gieter op mijn eerste tomatenplantje!

NR 1!!!

 

Allemaal verschillende soorten tomaatjes.

En toen waren ze met...

 

Basilicum: dat verkopen ze hier niet dus ik kan niet wachten om nog eens verse basilicum te proeven!

Basilicum

De Ark van Noach

Soms gebeuren de dingen zoals je hoopt, nee beter, wenst, dat ze zouden gebeuren. Jacky is niet mijn hond maar ik hoopte vurig dat ze hier zou bevallen. Niet alleen omdat haar pups dan in leven zouden blijven maar ook omdat ik zo’n nood heb aan leven. Ongecompliceerd, pril leven.

En soms krijg je wat je wenst: Jacky bevalt hier,  zonder complicaties en helemaal op zichzelf op de avond van mijn verjaardagsfeestje. Ik heb nog een uur aan haar zijde gezeten maar dacht toen toch: ‘Goh, dit is geen stadshond wiens pootje je moet vasthouden. She’s a wild girl’. En ja hoor, elke keer als we kwamen kijken groeide het aantal: eerst 2, dan 5, dan een lange tijd 6 ( en wij maar hopen dat het daar bij zou blijven) maar dan naar 7-8-9-10 (en toen kreeg Bert het echt benauwd: ‘Die gaat er toch geen 14 krijgen he?’… )Niet dus. Oef.

En mijn moederinstinct was al bij pup één geactiveerd. Ik ben echt hopeloos verliefd op die kleine ukkies. Daar horen uiteraard ook slapeloze nachten bij want bij elk piepje ben ik volledig alert. Super vermoeiend. En bij elke vooruitgang ben ik zo fier als een echte moeder. Wie had er ooit gedacht dat je lyrisch kon doen over een pas geopend oogje? Of dat je echt ontroerd zou zijn als ze voor het eerst ‘huilen als wolfjes’?

Maar ook Jacky slaagt de dingen op den duur wat door elkaar. Van heel de dag poepjes proper likken zou je van minder een ‘tic nerveux’ krijgen. En als Gust zoals altijd bloot door het huis rent omdat hij zijn poep niet wil laten afkuisen, scheelt het geen haar of in het voorbij rennen, likt ze ook zijn poep schoon. Gust schatert het dan uit en roept: ‘Jacky domkipot!’ (domkop).

En als Jozef samen met zijn broer arriveert wordt ons kleine huisje een echte Ark van Noach: 6 mensen, 10 honden en 3 katten op zo’n kleine oppervlakte. Maar och zo gezellig. En dan begint het te sneeuwen. En sneeuwen. En sneeuwen. En eigenlijk is het nog steeds niet gestopt.

En ondanks dat Jozef erg ziek is ondernemen we vanalles. We wandelen door de sneeuw naar het schooltje om Gust op te halen met de slee en lopen onderweg de burgemeester tegen het lijf die Jozef hartelijk welkom heet. We gaan op de bouwgrond staan zodat Jozef kan zien wat ooit ons dagelijks uitzicht zal worden. We gaan samen naar de markt in Lamastre en kopen verse geitenkaas en paté. We drinken nadien koffie in ‘t zonneke en Jozef waagt zich zelfs aan een Ricard aan de toog. We eten elke dag Dame Blanch of Dame Noir omdat Jozef daar verzot op is. De kinderen weten niet wat hen overkomt.

En dat steeds dikker wordende witte deken doet me denken aan een oud Russisch sprookje. Van een oud  vrouwtje dat tijdens de oorlog onderdak biedt aan een schilder met een bloem, een man met een geit en een klein meisje. Omdat haar kleine huisje bedolven wordt onder een dik pak sneeuw, worden ze niet gevonden door de soldaten en overleven ze samen de oorlog. In de lente is de oorlog voorbij, krijgt de geit een lammetje, vindt het meisje haar ouders terug, plant de schilder zijn bloem en schildert hij de prachtige bloemenzee die daaruit ontstaat…

 

Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk Een nieuw leven  beginnen in Frankrijk

 

De troostende berg

De terugrit naar België werd vooral gekenmerkt door non-stop regen van Lyon en dat is eigenlijk twee weken zo gebleven in België. Ik moet het jullie niet vertellen waarschijnlijk.

Gust was dan weer onder de indruk van iets heel anders. Hij bleef maar uit het raampje kijken en herhalen ‘zoveel auto’s’.

 

Heerlijk om thuis te komen in het ouderlijke thuis. Een prachtige grote kerstboom. Kerst en Oudjaar zijn uitbundig gevierd met familie en vrienden. Geweldig om te voelen dat afstand niets doet aan familiebanden en vriendschappen.

 

Het plezier was verweven met verdriet om onze twee zieke vaders. Je wenst niemand lijden en aftakeling toe. Soms is de aanstormende dood iets beangstigend. Dan wil je letterlijk de tijd rekken, van één dag, twee dagen maken. Dan lijkt het afscheid een onmenselijk iets. Enkel een groot zwart gat dat zal overblijven. Gevuld met eindeloos veel tranen.

Maar soms is er ook aanvaarding. Dat dit het leven is. Dan word je nederig. We zullen allemaal ooit dat pad bewandelen. Dan besef je dat je vooral heel veel moet genieten van de leuke dingen. En dat dat in hele kleine dingen kan zitten. Het hand van mijn vader op dat van mij. Een vaderlijke warme blik en een streeltje over mijn wang. Ik die meteen weer vijf jaar wordt en voel hoe het ook alweer was om geknuffeld te worden door die grote sterke papa. Heerlijk was dat. Het kleine meisje in me zal het nooit vergeten.

 

We vinden veel troost en luisterende oren bij elkaar, bij de broers en zussen, bij onze vrienden. Een warm nest is van onschatbare waarde.

 

Op Kerstavond bekijken we oude dia’s die nonkel Guido meebrengt. Van onze reizen naar Zuid-Frankrijk tijdens de zomers ergens in 1981-1982. Ze brengen zoveel leuke herinneringen terug en waarschijnlijk werden reeds daar de eerste zaadjes gepland die ons hebben gebracht waar we nu zijn.

 

We vertrekken met een zwaar hart. Geen van ons beide wil de papskes achterlaten. Het trekt in onze buik. Maar we worden verwelkomd door de prachtigste zonsondergand ooit. Als we de berg oprijden voelen we een rust over ons neerdalen. We zijn thuis! En de berg is als een grote troostende moederborst.

 

We nemen samen het besluit om de bouw van ons huis met een jaar uit te stellen. We willen vrij zijn om op en af te kunnen reizen wanneer mogelijk. Maar misschien nog meer willen we geen huis bouwen als we verdrietig zijn. Wie wil er in een huis wonen dat vol tranen zit? Volgens mij is dat niet goed.

 

Verder herneemt het leven zich hier. Veel buitenspelen en op avontuur gaan. Bert die zijn ‘prikkeldraad’ (Jules) weer laat groeien. De jongens die opnieuw met veel plezier naar school gaan. Gust begint met halve daagjes en vindt het geweldig. Al zal hij nog moeten ontdekken dat ‘naar school’ gaan toch iets meer is dan ‘in de zandbak spelen’.  Zaterdagavonden folk dansen tot je erbij neervalt en dagenlang stijve benen hebben. Een dikke laag sneeuw en wij die elke avond allemaal rond het hardvuur zitten. En als kers op de taart wachten we vol spanning op Jacky’s kleine pups. Leven en dood zijn allebei heel dichtbij.

 

 

Mama en ik

Mama en ik

Papa en het debardeureke

Papa en het debardeureke

Zuid Frankrijk anno 1981-1982

Zuid Frankrijk anno 1981-1982

Zuid Frankrijk anno 1981-1982

Zuid Frankrijk anno 1981-1982

4 zussen in het water

4 zussen in het water

Papa en Maaike

Papa en Maaike

Maaike

Maaike

Maaike

Maaike

 

Maaike

Maaike

Swaantje

Swaantje

Mama

Mama

 

Zonsondergang

Zonsondergang

Schilderen in de zon

Schilderen in de zon

Schilderen in de zon

Schilderen in de zon

Een ketting gemaakt

Een ketting gemaakt

Het kamp en met zakmes gesneden houten kogels

Het kamp en met zakmes gesneden houten kogels

 

 

Op avontuur

Op avontuur

Op avontuur

Op avontuur

Op avontuur

Op avontuur

Contemplatie

Contemplatie

Shiva

Shiva

Treehuggers

Treehuggers

De Alpen en Mont Blanc

De Alpen en Mont Blanc

Stepping

Stepping

The R4

The R4

The kid and the laptop (Jules)

The kid and the laptop (Jules)

De bakker

De bakker

Best Wishes (Viki)

Best Wishes (Viki)

Snow

Snow