ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Category Archives: Frankrijk

Le Funky Falafel

Gepubliceerd op 12 september 2017 in Charlie Magazine

Swaane ruilde haar hectische leven in Antwerpen in voor een zoektocht door Frankrijk in een kleine caravan, samen met haar man en drie kinderen. Op Charlie vertelt ze regelmatig een stukje van haar verhaal. In het vorige hoofdstuk trok ze de deur van haar schrijversnest voorgoed achter zich dicht. Nu de stilte op de berg is weergekeerd en de blauwe lucht moet plaatsruimen voor dramatische wolkformaties, blikt ze rustig, doch met zekere nostalgie, terug op wederom een prachtige, levendige zomer.
Achterom kijken is zoals een collage maken van alle mooie, spannende en speciale momenten die er hier tijdens de zomer altijd in overvloed zijn. Het contrast tussen de zomer en al de maanden eromheen is zo groot dat ik altijd het gevoel heb dat er op twee maanden een heel jaar verstrijkt. De overige maanden lijkt de tijd soms stil te staan, maar tijdens de zomer gaat het hard en snel.

De zomer van 2017 zijn we ingegaan met een regelrechte knal. Maanden van dromen en voorbereiding gingen eraan vooraf en het liep zeker niet altijd van een leien dakje. Maar ja, gaat dat niet altijd zo met een nieuw project?

Uit financiële noodzaak worden we hier continue gedwongen om naar nieuwe mogelijkheden te zoeken die wat meer brood op de plank kunnen brengen. We zijn hier ondertussen al zeer actief: renovaties, beheer van vakantiehuisjes, de biscuiterie, koken op stages en hier en daar wat schrijfwerk maar we blijven met een gevoel zitten dat niets van dat alles ons naar een iets meer comfortabel leven leidt. En dat is erg frustrerend als je in een half afgewerkt huis woont en zo nu en dan nog eens naar het noorden wilt reizen…
“Als het niet aanslaat, dan gaan we die foodtruck ritueel verbranden en heel de zomer falafel eten.”

Dus richten we onze pijlen deze keer op een foodtruck. We plannen, kopen een oude caravan en zwieren er alles uit. We starten met z’n drieën, maar eindigen met ons twee omdat wij nu eenmaal een goede geoliede machine zijn en omdat anderen soms wat moeite hebben met onze rock-‘n-roll attitude in de trant van ‘we springen en zullen wel zien waar we uitkomen’. Dat kan niet iedereen aan.

Maar daardoor wordt het dus extra spannend. Niet alleen veranderen we op de valreep het hele concept: geen Franse caillettes en merguez, maar een vegan foodtruck, LE FUNKY FALAFEL. En al ons geld moet eraan geloven. Het is echt ‘erop of eronder’.

We schrijven ons in voor één enkel festival. Als het niet aanslaat of als we het niet leuk vinden dan gaan we die foodtruck ritueel verbranden, heel de zomer falafel eten en ons erbij neerleggen dat we hier altijd armoezaaiers zullen blijven. Zoiets.
“De meesten klanten hadden nog nooit van falafel gehoord: ‘C’est quoi falafel? Des boulettes de viande?’”

Dus met knikkende knietjes en een caravan vol kikkererwten trekken we begin juli naar een eerste festival… Maar wat was me dat! Een prachtige locatie, heerlijk zomerweer en niet onbelangrijk: duizenden bezoekers. De falafelbroodjes vlogen over de toonbank en wij, die zo onvoorbereid waren als maar kan, probeerden die lange rijen mensen niet teleur te stellen. De meesten klanten hadden nog nooit van falafel gehoord: ‘C’est quoi falafel? Des boulettes de viande?’ Maar blijkbaar konden onze gefrituurde kikkererwtenballetjes ook de notoire Franse vleeseter bekoren. Want ze kwamen terug. Tweemaal, driemaal,… Meer bevestiging dat je misschien eindelijk een ‘gat in de markt’ hebt gevonden kan je hier niet verlangen.

Na twee dagen van vijftien uren non-stop werken, een nacht met amper slaap en zo’n 7.000 falafelbolletjes gedraaid te hebben, keerden we uitgeput maar lichtelijk euforisch weer huiswaarts.

De zomer kon beginnen, met minder financiële stress, nog enkele kleine evenementen op zak, meer tijd voor het gezin maar vooral met hoop! Veel hoop! En nu september weer aangebroken is, kan ik zeggen dat die hoop vervuld is. Voor grote festivals was het ondertussen te laat, daar moet je je maanden op voorhand voor inschrijven, maar de mond-tot-mondreclame doet hier goed zijn werk. Zo was Le Funky Falafel paraat op enkele kleinere evenementen in de buurt. Minder druk, maar daarom niet minder leuk. En onze Funky Falafel-agenda voor volgende zomer? Die geraakt steeds meer gevuld.

Save

Save

Het einde van mijn schrijvershol…

(Gepubliceerd in Charlie Magazine op 12 mei 2017)

 

Als er op een vroege zondagochtend in januari, wanneer het nog pikkedonker is, op je deur wordt geklopt, dan weet je dat het geen goed nieuws is. Januari brengt koude en sneeuw en… kapotgevroren leidingen. Mijn schrijvershol en bij uitbreiding het hele voormalige burgemeestersgebouw zijn onbewoonbaar verklaard. We krijgen twee dagen om eruit te trekken. Het water sijpelt langs de muren. We zien de met sneeuw bezwangerde lucht door de gaten in het dak. Adieu mijn nest.

Iets meer dan een jaar geleden trok ik erin. Ik had zo’n nood aan een eigen plekje. Ik was het beu dat mijn bureau, een oude biertafel in een hoek van onze slaapkamer, ook ongevraagd dienstdeed als knutseltafel voor de jongens of als vaste stek voor Berts werkkleren alsook voor de vijzen en het stro die hij telkens meebracht vanop de werf.

Toen ik me ging informeren bij burgemeester Babette, bleken er net twee ruimtes vrij te zijn in het statige, maar erg lelijke oude burgemeestersgebouw. De levensloop van het pand is lang en een beetje chaotisch, zeker naar het einde toe. Ooit tekenden we hier in een aftands jaren zestig interieur onze compromis voor de bouwgrond. Nadien kreeg de burgemeester een nieuwe stek. De oude plek was te afgeleefd en de oplapkosten vielen te duur uit. Maar het duurde niet lang of het gebouw werd weer tot leven gewekt, zoals nooit tevoren. De kleine dorpsbibliotheek, geheel in stand gehouden door vrijwilligers, vond er zijn onderkomen in één van de vele achterkamers. Ernaast kwam een depot waar men kleren kon ruilen en dat al snel uit zijn voegen barstte.

In de voormalige wachtzaal van de burgemeester nam Isabelle al viltend en spinnend haar intrek. De vergaderzaal behield zijn bestemming maar werd vanaf dan door alle comités van het dorp gebruikt en op de eerste verdieping kwam er een naschoolse kinderopvang. Geleidelijk aan vulden kunstenaars en ambachtslieden de overige kamertjes. Kunstschilder Raph, mandenvlechtster Myriam en Freija die theaterkostuums maakt maar ook de mooiste kledingstukken weet te toveren uit oude paardendekens. Maar Nozières zou Nozières niet zijn als er niet continu een ‘va et vient’ is. Dus toen Freija en Myriam naar andere oorden trokken nam ik mijn intrek in dat levendige bijennest.

Mijn boeken en prullaria hadden meer dan vier jaren het daglicht niet meer gezien dus  waren zij, net zoals ikzelf, ongelooflijk gelukkig om weer in ere hersteld te worden. De tientallen kopspelden in het tapijt en in het bloemetjesbehang liet ik zitten. Mooie herinneringen aan de vorige bewoonster. En ik genoot met volle teugen. ‘Iedereen zou zo een eigen stek moeten hebben’ dacht ik vaak. Om je even terug te kunnen trekken uit de dagelijkse beslommeringen en waar je helemaal jezelf kunt zijn en je ding kunt doen.

En toch was het geen kluizenaarsbestaan, daar in dat oude gedrocht. Door de muren hoorde je kinderen kwetteren in de bibliotheek. Gelach steeg op van de vrouwen die pasgewassen kleding ophingen in de zon. Verhitte discussies weerklonken onder mijn voeten. En met Raph deelde ik lief en leed. Rustig bij elkaar op de koffie tussen het schilderen en schrijven door, of als het niet ging trokken we een fles wijn open en lieten we de muziek en onze zorgen eens goed door de kamer razen.

En daar is nu allemaal een eind aan gekomen.

Ik ben niet goed in afscheid nemen. Vol melancholie trek ik de deur definitief achter me dicht. Ik kijk nog eenmaal naar dat lelijke gebouw, zo afgeleefd en opgebruikt maar met nog veel warmte vanbinnen. De drukke bijenkorf wordt ontbonden en ieder voor zich moet weer op zoek naar een eigen plek.

Enkel de foto van papa hangt er nog. Die mag er als ronddwalende geest over waken dat het allemaal goed is geweest en terug goed zal zijn.

Amen.

Save

Save

Verliefd op een huis dat nog niet af is…

(Gepubliceerd in Charlie Magazine op 6 januari 2017)

De twee meest gestelde vragen op dit moment zijn: ‘Hadden jullie zelf verwacht dat het zo lang zou duren?’ en ‘Zouden jullie dat nog eens overdoen?’.

Op de tweede vraag kan ik onmiddellijk en met een stellige ‘Nee!’ antwoorden. Mocht ik me ooit nog in een situatie bevinden waarin we onszelf van een woonst moeten voorzien, dan plaats ik een container!

De eerste vraag is een ander paar mouwen. Want ook al koesteren we allemaal de ijdele hoop dat we controle kunnen uitoefenen, in het leven lopen de dingen niet altijd zoals gepland. En met ons groots avontuur om naar Frankrijk te verhuizen is dat niet anders. Toen we zo’n 4 jaar geleden de deur in Antwerpen achter ons sloten voelde ik me zo vrij als een vogel en dartelde mijn hart als een jong veulen. Mijn man Bert, ikzelf en onze drie jongens trokken in een kleine caravan het avontuur tegemoet. Na enkele maanden rondtoeren vonden we een prachtig stukje grond, hoog in de bergen in de Ardèche. We besloten onze eigen wonen te bouwen, het leek me toen nog zo romantisch. Een ‘oergebaar’ noemde mijn vader het, net voor zijn overlijden.

Maar het leven heeft een eigen logica waar wij ons als mens, willens, nietes, naar moeten schikken. We wonen nog geen jaar in Frankrijk als mijn vader en schoonvader vlak na elkaar sterven. Dat hakte er behoorlijk op in. Niet alleen ging het allemaal zo snel, het was ook zo dicht op elkaar. We kregen geen tijd om even op adem te komen. En dat intense verdriet willen we niet in ons huis, dus beslisten we de eerste zomer te laten passeren. First things first.

De lente daarop was het dan eindelijk zo ver, we begonnen met de eerste graafwerken om te berg af te vlakken. Maar reeds na enkele scheppen stootten we op een onvoorzien object. Plots hadden wij een metershoge fontein op ons terrein en had het dorp geen drinkwater meer… Heel Nozières was vanaf dat moment op de hoogte dat de Belgen met hun werkzaamheden begonnen zijn. Op het kadaster valt geen enkele leiding te bespeuren. Oude kaarten, slordig werk.

De dag brak aan dat er een vrachtwagen met een lading grote boomstammen het kleine Nozières binnen manoeuvreerde. Ooit wordt dit het skelet van onze woonst.

Maar eerst worden ze manueel ontschorst. Nadien verzaagd, in elkaar gepuzzeld, vervolgens met een tractor tot op onze grond gereden en met veel mankracht rechtgetrokken. De Amish achterna.

Ik koester de herinneringen aan de drukke zomers waarbij er tientallen vrijwilligers van over de hele wereld een handje kwamen toesteken. Overdag zwoegen en zweten en ‘s avonds allemaal samen dineren aan lange tafels. Prachtige ontmoetingen en een hart vol dankbaarheid.

Maar zo’n zelfbouw dat vreet uw energie, uw tijd en al helemaal uw centen. De druk op ons gezin is met momenten niet te harden. Soms lijkt het of dat huis het enige is dat ons nog verbindt. Op die momenten vervloek ik heel dit avontuur en vraag ik me af waar wij in godsnaam ooit aan begonnen zijn. Er volgden zeven, jawel zeven!, verhuizingen op vier jaar tijd. Want tijdens de winter logeren we in een kleine gîte en in de zomer kamperen we naast de bouwwerf.

En dan heb ik er mijn buik vol van. Nog even sputtert Bert tegen: dat het huis nog niet voldoende afgewerkt is. Maar er is geen ontkomen meer aan. En een mens is iets wonderbaarlijk. Ik ben zo verliefd dat ik een heleboel blinde vlekken heb gecreëerd. Dat de elektriciteit via het badkamerraam binnen komt. Of hoe een steile ladder dienstdoet als trap. De uitpuilende isolatie in elke ooghoek. Ik zie daar allemaal niets van.

Maar ook daar moeten we eerlijk en realistisch in blijven. Ooit zal ik een badkamer willen met tegels, een deur in het toilet of een keuken die uit wat meer dan enkele planken bestaat. En dan zal ik weer aan Bert zijn mouw gaan trekken. Eerst zachtjes, erna steeds harder. ‘Ken jezelf’. Maar op dit moment woon ik nog steeds in het schoonste huis van de wereld, val ik nog elke dag achterover van het uitzicht en geniet ik nog steeds van de kibbelende jongens die we overal horen omdat we nog geen muren hebben. Laat de winter maar beginnen!

 

_0666756 _0666951 12002553_10154295988854832_853701122067097437_o 12045428_10205376010905182_1968004264993890595_o 14717073_10207813770967660_7000959619128932127_n dscf1982 dscf2021 dscf2129 dscf3327 dscf3389 dscf7228 dscf7234 dscf8103 dscf8271 dscf9084 img_0592 img_5011 img_5547 img_5769 img_5852 img_5975 img_6129 img_6664 img_6846 img_6854 img_8209-kopie%cc%88ren img_20150209_130039 img_20160929_190142 img_20161009_175925 img_20161204_092121

Save

Soms is het leven gewoon k*t!

Soms is het leven gewoon k*t. Dat mag ook al eens gezegd worden vind ik.

De afgelopen maanden waren heel zwaar. Van de roze wolk van de eerste jaren schoot niet meer veel over. Dat simpele leven in de bergen werd een nachtmerrie.

Zelf een nest bouwen werd een loodzware opdracht en het einde leek steeds verderaf.

Met weinig geld overleven werd een grote opgave. Soms durfde ik mijn bankrekening niet meer te bekijken. Ik zou het wel merken als de centen op waren als ik met het schaamrood op de wangen de boodschappen zou moeten achterlaten in de supermarkt.

En er moest ineens zoveel worden toegegeven waar ge al zo lang tegen gevochten had.

Dat ge zo graag een plattelandsmeisje zou willen zijn die het geen reet kan schelen om elke dag in berg bottinnen of birkenstocks rond te huppelen. Maar die schone fijne hakjes schreeuwden me steeds harder toe vanuit een bestofte schoenkist.

Dat niemand hier opkijkt van kleren met vlekken en gaten en bedekt met hondenhaar maar dat ge zelf toch stiekem aan het dromen zijt van uw jumpsuit met open rug en dat sexy zwart jurkje met bandjes in de nek dat ge niet eens meer weet liggen.

En dat ge soms zelf ook eens iets anders wilt aanschouwen dan gebatikte T-shirts, lange wijde jurken waar geen onderbroeken onder worden gedragen of groezelige dreadlocks. Ieder doet zijn ding en over smaak en goesting valt niet te twisten maar soms wilt mijn oog ook wat, of toch iets anders.

En dat gij het wel fijn vindt om uw benen te scheren, uw haar bij de kapper te laten verwennen en uw nagels in een hip kleurtje te zetten.

En dat ge ooit een avontuurlijke wereldreizigster waart die helemaal alleen de verste delen van de wereld bezocht maar dat met uw heel gezin ergens een nieuw leven beginnen totaal niet hetzelfde is.

Dat ge uzelf dan wel een wereldburger vindt maar dat de mensen in België toch op zoveel vlakken dichter bij u staan. Dat culturen nu eenmaal een onuitwisbare indruk achter laten in elk van ons, of we dat nu willen of niet. En dat dat vreselijk kan trekken die wortels. U ontworteld voelen maakt een mens onzeker en klein en ge hoort er toch nooit helemaal bij.

En een andere taal. Mijn god, wat een rijkdom om vele talen te spreken maar als dat allemaal in het begin niet zo vlot dan is taal de grootste kloof tussen mensen. Als ge van een vlotte babbelaarster verandert in een timide klein vogeltje dat amper haar mond durft te openen uit schrik om met blozende wangen een fout te maken dan is dat echt niet leuk. En als ge van uzelf het gevoel hebt dat uw taalniveau dat van een vierjarige benadert dan voelt ge u niet herkend, niet gezien, niet gehoord. En zo blijft ge in cirkeltjes rondlopen.

En dan belandt ge in een isolement want uw conversaties overstijgen nooit de dagelijkse uit beleefdheid gevoerde praatjes over het weer : ‘Comme il fait beau aujourd’hui’ of ‘Comme il fait froid’. ‘Allez, à bientôt, bonne journée’. Zoiets.
En wat wilt ge dan dicht bij uw familie zijn. Bij uw vrienden. Uw nest. Om eens goed te kunnen zagen over hoe moeilijk het allemaal wel niet is. Om dan opgelucht en gesteund weer verder te kunnen gaan. ‘Maar nee, aan uw gezin hebt ge toch genoeg?’ Nougatballen ja! Uw gezin is uw rijkdom maar is niet uw hele leven. En natuurlijk is er niet genoeg geld om even over en weer te reizen. Zo’n simpel leven kan ook een gevangenis worden.

En dan durft ge al eens uit elkaar te groeien. Dan gaat een hart op wandel. En dan wordt die vreselijk lange winter met z’n allen in zo’n mini huisje helemaal ondraaglijk. ‘t Is alsof die koude en die donkerte die het huis al vanaf een uur of vijf omarmt in uw hoofd komt te zitten en uw nek omklemt. En ge verlangt naar vreugde, naar licht, naar luchtigheid, naar schoonheid, naar liefde. En dat alles is nu net niet wat ge krijgt. Omdat het leven soms gewoonweg k*t is.

En dan staat ge ‘s morgens niet op met een blik die die bergen en die natuur vol liefde aanschouwt. Want een berg is ook maar ‘een berg’ en een boom is ook maar gewoon ‘een boom’.

Dus ge sleept u door de dagen want de kinderen zijn er natuurlijk ook nog en er moet eten op de tafel. En de dieren willen streeltjes en dat huis moet af. En er moeten centen verdiend worden. Maar ik word zo moedeloos van al dat wroeten en werken en nieuwe dingen uitvinden om een boterham op onze plank te krijgen want het lijkt allemaal geen zoden aan de dijk te brengen. En schrijven lukt al helemaal niet meer. Wie wilt er immers bittere gal door zijn strot geduwd krijgen?

Dus ge doet wat ge moet doen maar er doemen steeds meer stemmen op in uw hoofd, of dit niet het moment is waarop je de handdoek in de ring moet gooien? When is enough, enough?

Maar het leven heeft ook zo zijn eigen logica en volgt zijn eigen wetten. Als ge het gevoel hebt dat ge niet meer vooruit kunt maar ook niet meer achteruit. Als het enigste wat ge doet is u vastklampen aan een laatste strootje om niet in een diep gat te glijden. Als ge met uw laatste krachten alles probeert bij elkaar te houden. Dan soms geeft het leven u iets terug. Zomaar. Ge hebt gesmeekt en gebeden en ge werd niet gehoord, of toch?

Bij mij borrelde er ineens weer wat kracht en geloof vanbinnen. ‘t Was een zielig miezerig straaltje in het begin en ik had er niet veel vertrouwen in dat het iets te betekenen had. Maar het werd stilaan groter. En plots kijkt ge rondom u heen en ziet ge weer mogelijkheden. En die bergen en bomen krijgen hun kleur terug. En Bert wordt weer mijn schitterende rosse Viking waarmee ik samen aan het roer sta. En ik vind leuk werk. Heel snel. En op datzelfde moment vliegen de koekenbestellingen me rond de oren. Van Marseille tot Bordeaux, van waar komt dat ineens? Er is gewoon geen tijd meer om te kniezen. En vriendschappen worden dieper. Omdat miserie mensen nu eenmaal dichter bij elkaar brengt. En daardoor groeit ook mijn vocabulaire. Plots zit ik in ‘t Frans over mijn diepste zielenroerselen te praten. En word ik gevraagd om mee te werken aan een kunstproject. Mijn tekst in het Frans, stel je voor!

En ja, ons huis. Zelfs half afgewerkt is het een pronkstuk. ‘Plus jamais de ma vie’ dat ik me nog aan zoiets zal wagen maar God, al dat bloed, zweet en tranen, maar ook al die schone momenten en die helpende handen die daarin verweven zitten, het kan niet anders dan het schoonste huis van de wereld worden. Of toch dat van onze wereld. Die wereld van Bert, mezelf en mijn drie jongens die zo de moeite waard is om voor te vechten. En we zeilen vol moed de zomer tegemoet! Peace!

 

 

 

13466041_10206923604794062_856546405409086635_nDSCF7635DSCF789413507194_10206940670220687_5298744519022523204_n

Tijd die door je handen glijdt en een wereld die davert

Tja, het leven gleed door mijn handen. Ik had nochtans zo’n drang om te schrijven maar er was wederom die heerlijke zomerdrukte. En dat gaat hier gepaard met zo’n kracht dat ge ineens maanden vooruit wordt gekatapulteerd.
Vrienden, familie, vrijwilligers stromen toe, steken de handen uit de mouwen en bedelen om wat aandacht. En dat wordt met veel plezier gegeven. Ik laaf mij daar aan. Ik leg een reserve potje aan voor de eenzame, stille wintermaanden.
Het strobalenhuis groeit traag maar gestaag. Ik begin voorzichtig te dromen van verhuizen, ergens, hopelijk, volgende zomer…?
Er was werk, veel werk. Koeken bakken, winkeltje spelen, markten doen, huizen kuisen, klusje hier, klusje daar en koken. Ja ik heb de ziel uit mijn lijf gekookt tijdens de vele stages. Geweldige momenten waren dat.
En het was warm, zeg maar, schroeiend heet. Weken zonder een spatje regen. Ik kan me er al niets meer bij voorstellen. Als ik nu naar buiten kijk zie ik dreigende zwarte wolken, kletst de regen tegen de ramen en voeren de bomen een grillige dans uit.

De moestuin heeft erg geleden onder de hitte en mijn afwezigheid. En dat had zo zijn gevolgen voor de oogst. Laten we die gewoon maar als ‘schraal’ omschrijven. Ach ja, je kan niet alles tegelijk doen en volgend jaar beter!

En bij het vallen van de bladeren eigende ik mezelf een schrijvershol toe. Een kamertje in het oude gemeentehuis. Ooit nog het atelier van Freija. Een kamer vol geschiedenis en verhalen. Heerlijk zo’n eigen plek. Ik kan het iedereen aanraden! Een plek waar geen vuile werkmanskleren rondslingeren. Waar geen stro door de lucht dwarrelt. Waar vuile kinderhandjes geen plakkerige sporen kunnen achterlaten.

De jongens trokken na twee maanden ‘vrij leven’ weer naar school. Wat regelmaat en structuur werd door iedereen warm onthaald. Fons zijn laatste jaar in het kleine dorpsschooltje met zijn 34 leerlingen. Het zal wennen worden volgend jaar op ‘de grote school’ in Lamastre. Maar hij is er klaar voor. ‘De kleintjes’ beginnen hem danig op de zenuwen te werken.

En ik schaafde mijn Frans bij. Om mezelf uit mijn isolement te krijgen van afgelopen winter. En ook al staat er nog veel haar op, elke dag klinkt het ‘echter’. En het heeft me zeker geen windeieren gelegd. Na de aanslagen in Parijs, die de wereld doen daveren, bleek het maar goed dat ik me kon mengen in menige discussies. Oeverloos praten en discussiëren zit de Fransen in de genen. Maar een genuanceerde opinie, een onderbouwde mening, jezelf af en toe het zwijgen opleggen… dat is spijtig genoeg niet velen op deze wereld gegeven.

En tussen al dat verbaal en fysiek geweld in de wereld probeer ik een rustig nest te creëren voor mijn kinderen. Ergens op een berg in Frankrijk. In de bossen. Een grote houtstapel herinnert er ons aan dat ze vanaf volgende week sneeuw voorspellen. Dan zal het wonderlijk stil worden en voel je je geborgen. Ik heb die luxe en daar kus ik mijn beide pollekes voor. Ik voel het als mijn plicht, om als tegengewicht voor alle miserie in de wereld, het beste te halen uit het leven. Elke dag opnieuw.

11113910_10154295993379832_9167212707318361456_o

11265395_10154295983309832_166695508491524533_n

11999706_10154295998254832_8846409298596175558_o

12002553_10154295988854832_853701122067097437_o

12014968_10154295994189832_4219252439975583246_o

12015164_10154295998374832_2737895281245185593_o

12022328_10154295992559832_4071624976632945402_o

12038691_10154309871604832_8596417297988434042_o

12039195_10154295987159832_2532719041073869788_n

12042608_10154295986774832_4153466923191685016_n

12045428_10205376010905182_1968004264993890595_o

12068510_10154295988484832_5648538990332919479_o

12080350_10154305394824832_2821950672919545400_o

12095277_10154309871469832_407021215842716937_o

12182507_10205376009785154_3990892993941368284_o

12187994_10205376010105162_818511973682914739_o

IMG_20151110_173949

IMG_20151117_174407

De rondborstige migrante met rode huid en accent

Zal ik eens iets toegeven?
Voordat wij begonnen met de biscuiterie had ik nog nooit koekjes gebakken. Echt, nog nooit. Waarom? Geen idee. Ik had nochtans tussen al mijn kookboeken ook veel koekjesrecepten. Maar geen tijd? Geen zin?
In ieder geval was Bert altijd al diegene die beter was in fijnere patisserie. Ik ben de madam van het ‘grote koken’, het brutere werk. Over grote kookpotten gebogen, de kruiden opsnuivend en op ‘t gevoel verder gaan.

Bert heeft de grote pollen van een bakker in combinatie met het engelengeduld en de drang naar precisie die een patissier nodig heeft. Bert werkt rustiger, ordelijker en als hij een deeg uitrolt luistert die onmiddellijk en neemt de gevraagde vorm aan. Terwijl ik een gevecht moet leveren en dan afkom met iets dat je amper een ‘rol’ kan noemen. Eerder een verwrongen tak van een grillige wilgenboom.

Voor mij is experimenteren het leukste onderdeel in de biscuiterie. Daarna gaat het nogal bergaf met de ‘goesting’. En dat een koekje heel wat etappes doorloopt voor het in jullie mond verdwijnt mag geweten zijn. Als de deeg op punt staat, wordt die in grote getalen gemaakt. Nadien versneden, gerold of gespoten. Vervolgens afbakken en afkoelen. Van daaruit begint de tweede productie lijn: zakjes vullen. Zucht… Het begint met zeer precies een sticker van voor en van achteren aanbrengen op de doorschijnende zakjes. Nadien het vullen op de weegschaal. Het dicht sealen en als kers op de taart, euh koek, een gouden strikje. Vervolgens alles dateren en nummeren. Zijt ge nog mee?

Dan gaan de koekjes de stockage in en mogen er pas weer uit als ze verkocht worden. Sinds wij in het bezit zijn van een biscuiterie begrijp ik volkomen waarom een mens machines bedenkt. Waarom er fabrieken bestaan. Een mens, of ik toch, is niet gemaakt om dagenlang monotoon werk te verrichten. Ik ben eens gaan informeren naar zulke machines. Want eerlijk: wie maalt er de dag vandaag nog om dat iets “artisanaal of ambachtelijk” gemaakt wordt? Mensen zagen alleen maar dat ze onze koekjes te duur vinden maar beseffen niet dat elk koekje, ELK koekje dus, door onze handen glijdt! Enfin, ik hernam al snel het handwerk toen de prijzen ‘minstens 20.000 euro per machine in de keten’, me deden duizelen.

Het aller vervelendste echter vind ik ‘het verkopen’. Op veilig terrein in mijn eigen biscuiterie voel ik me als een vis in het water. Leuke praatjes met nieuwsgierige toeristen of een gezellig prietpraatje met één van de ‘locals’, geen probleem. Maar daarmee verdienen wij onze boterham niet. We moeten dus van onze berg af, trekken de grote, wijde wereld in. Markten, degustaties, animaties, winkels bezoeken. Och wat gruwel ik ervan. Daar sta je dan, open en bloot. Stuntelend van de zenuwachtigheid en er komt geen perfect woord Frans uit. Je wordt rood, begint te zweten en smeekt alleen maar dat de aarde zich op dat moment opent en je voorgoed kan verdwijnen.
De mensen staren je aan. Bekijken je van kop tot teen en als je klaar bent met je stotterende uitleg valt er een stilte.

En dan volgt er meestal zoiets als:
‘Een Nederlandse he? Ik heb meteen het Nederlands accent opgemerkt, nietwaar?!’
of
‘Ach ik dacht echt dat je een Nederlandse was want je rijdt met zo’n typisch Nederlandse wagen’ (wij hebben Volkswagen camionet)
of
‘Ja, u hebt echt zo’n huid en figuur als de modellen op de schilderijen van Rubens’

Echt pijnlijk wordt het als je opmerkingen krijgt in de trend van:
‘Een Belgische? Zoveel Belgen dat er hier toekomen, dat mag wel eens stoppen he?!’
of deze:
‘Ja maar, uw product kan je toch niet echt Ardèchois noemen?’ waarna ik uitleg dat we wel degelijk in de Ardèche wonen, lokaal produceren en waar mogelijk met lokale producten werken. ‘Ja maar, U bent toch niet van de Ardèche…’

En ik weet niet wat ik het ergste vind: het feit dat we nog steeds niet genoeg koekjes verkopen om van te leven of dat de mensen onze koekjes gewoon niet zien maar wel ‘een rondborstige migrante met rode huid en een accent’…

DSCF5125

DSCF5140

Een gewone werkdag

De zon schijnt. Ik beslis om niet met de R4 de berg op te tuffen naar het werk, maar trek mijn berg botinnen aan en neem een kleine omweg door het bos.

De twee honden gaan mee want net zoals ikzelf, hebben zij na een lange winter te luieren op de zetel of voor de open haard, nood aan beweging. Dol enthousiast springen ze als twee leeuwen tegen elkaar op. Amper te houden. En door hun enthousiasme zet ik er ook stevig de tred in.

De lucht is nevelig en hult het bos in een mysterieus, bijna feeërieke sfeer. En zo stappen we met zijn drietjes, in volledige stilte de bergen door. Het bos lijkt nog niet uit zijn winterslaap ontwaakt, geen groen blaadje te bespeuren. Maar de dieren in het bos zijn dat blijkbaar wel. De honden volgen met hun neus dicht tegen de grond allerlei sporen en lopen zigzaggend rond.

Ik denk aan al die wilde dieren: ‘ze zullen wel honger hebben na zo’n lange en koude winter. En dan ontwaken in een nog doods, oneetbaar bos, ik zou daar redelijk slechtgezind van worden…’ Ik ben blij dat ik met onze twee grote loebassen op stap ben want ge zijt toch liever niet alleen als ge een drachtig en hongerig everzwijn tegen het lijf loopt…

Harmonisch als we zijn schrikken we telkens alle drie van het geritsel in het struikgewas. We schieten synchroon een meter opzij als een zonnebadende hagedis plots de weg over spurt.

Ik kijk vertederend naar de eerste dartelende lammetjes maar houd met moeite Brando in bedwang die piepend laat verstaan dat hij liever zijn tanden eens zou zetten in zo’n lief pluizig ding.

Ik buig me vol bewondering over de eerste krokussen maar heb mijn rug nog niet gedraaid of ze hebben er allebei op geplast…zucht…

En met de eerste lentezon op onze snoeten maken we de wandeling steeds langer en langer. Want zonder dat ge het doorhebt stopt ge met denken en laat ge u meevoeren door het bos.

Pas twee uren laten arriveren we in Nozières. Alle drie met rood aangelopen hoofd, allez, ik dan, de honden spreekwoordelijk. Alle drie met onze tong tot op de grond en ogen die bijna uit onze kassen vallen. En water dat we geslurpt hebben.

Zij ploffen zich neer voor de biscuiterie en ik neem een stoel en zet me ernaast. En met mijn ogen dicht, de zon warm op mijn huid denk ik heel langzaam en geeuwend: ‘die koeken bakken, dat kan morgen ook nog…’ Ik sluimer terwijl ik wacht tot de kerktoren half vijf slaat en ik de kinderen moet ophalen aan het schooltje in de schaduw van de kerk. Zo schoon kan het leven hier dus ook zijn…

(Ok, dat laatste verzon ik er maar bij. Het Franse ritme heb ik me nog niet geheel meester gemaakt. Die koeken zijn dus alsnog gebakken, zoals het een noest werkende Vlaming betaamt. Maar mijn einde klonk gewoon mooier in de oren, wat idyllischer, nietwaar?)

IMG_20150319_150518_1

IMG_20150319_150746

IMG_20150319_150759_1

IMG_20150319_151802

IMG_20150319_153325_1

IMG_20150319_153355

IMG_20150319_153726

IMG_20150319_154901_1

Winter blues

Mijn god, wat een bevalling is deze blog geweest. Maanden in mijn hoofd rondgezworven en nu op papier. Bewogen maanden in een vorm proberen gieten.

Ooit zei iemand me: ‘na een jaar of twee, drie val je van je roze wolk…’
We hadden het niet over onze relaties maar over het emigreren. Ik, die toen nog volledig op mijn roze wolk vertoefde, kon me daar niets bij voorstellen. Vandaag, bijna drie jaar verder, stel ik toch wel wat barstjes vast in mijn utopisch beeld.

En misschien ligt het wel aan de lange winter? De koude, de korte dagen, de duisternis? Omdat het nu zo rustig en stil is in het dorp? Omdat er heel wat vrienden vertrokken zijn? Of omdat onze relatie wat onder druk heeft gestaan? Misschien omdat de Kerstmarkt ons niets heeft opgeleverd? Omdat geld verdienen zo verdomd moeilijk is en zonder geld, geen huis en geen brood op de plank? De bouwwerf die er akelig stil bijligt. Of omdat ik een rusteloze ziel heb die soms moeilijk van “het moment” kan genieten? Who will tell…

Dit kleine dorp dat ooit voor mij het paradijs op aarde was, beter kon het bijna niet worden, heeft meer reliëf en realiteit gekregen. Vroeger vond ik dat iedereen hier zo lief, open en hartelijk was. Maar stilaan ontwaar ik nog een andere kant. Mensen die ons, buitenlanders, niet zo goed gezind zijn en die we niet snel zullen ontmoeten.

Grosso modo tekenen er zich drie lijnen af onder de plaatselijke bevolking:
De echte Ardèchois of de ‘anciens’. De boeren die hier al generaties wonen. Grote families met statige namen zoals Desbos, Forot, Barralon. Sommigen zijn ‘open minded’ en zijn blij met ‘nieuw bloed’. Anderen willen dan weer niets met jou te maken hebben, jij ‘die vreemdeling’.
Dan zijn er de ‘baba cools’of hippies. Sinds de jaren zestig is er een grote instroom van mensen die anders en alternatiever willen leven. Gezond biologisch voedsel (de Ardèche was een voorloper in Frankrijk en Europa wat biologische agricultuur betreft), zelfvoorzienend leven, met niet teveel inmenging van de staat en met zo weinig mogelijk kapitalistische druk. Nog steeds trekt deze streek jonge mensen aan die zich in communes vestigen en in coöperatieven werken. Gebatikte T-shirts, regenboogtruien, dreadlocks, yourts en weed zijn hier dan ook schering en inslag.
En dan zijn er de ‘neo rurals’. Mensen zoals ons. Die een hectisch leven zijn ontvlucht, die back to basic willen maar toch ook niet alle comfort en luxe willen en kunnen opgeven. Die een moestuin romantisch vinden, regenlaarzen vol modder avontuurlijk en wildplassen bevrijdend. Maar die tegelijk ook een Ipad en facebook, een warm bad, een wasmachine en van tijd tot tijd een fles lekkere champagne nodig hebben.

En soms voelt ge u wat verloren. Wie zijt ge tussen al die mensen? Zijt ge eerder ‘de Swaane van Antwerpen’ of neigt ge meer naar ‘de Swaane van Nozières’? En in welke categorie valt ge dan juist? Want het is natuurlijk allemaal niet zo simpel, zoals ik hier de dingen in vakjes steek om grip te krijgen op mijn wereld.

Let op, ik vind het geweldig dat ge hier naar een feestje kunt in berg botinnen vol modder of in sandalen met zwarte voeten. Of gewoon zo, op blote voeten. Heerlijk ‘laid back’. En super toch dat er geen haan naar kraait als uw jas bevlekt is of er een gat in uw T-shirt zit waar uw weelderig tierend okselhaar doorpriemt? Niemand draagt hier make up en uw haar in een staartje is gewoon handig. Punt aan de lijn. En douchen? Teveel is niet goed voor de huid en daarbij, water is kostbaar én duur dus 1x per week is ruimschoots voldoende. En dat is heel wat getouwtrek aan de jongens minder. Win-win-win situatie toch?!

Maar eerlijk is eerlijk. Er zit ook een vrouw in mij die zich graag opdirkt. Die graag oncomfortabel en kriebelend maar och zo sexy lingerie aantrekt. Die graag uitgebreid in bad gaat met een kleimasker en een geurend sopje. Die naar de kapper gaan een vorm van therapie vindt. Die zich frisser voelt met een laagje make up. Die graag jurkjes draagt en die zich letterlijk ettelijke centimeters voelt groeien als ze op hoge hakken ronddartelt. In stijl gaan eten, wat sippen aan de nieuwste hippe cocktail van ‘t moment, sorry maar dat blijft echt genieten.

En biologisch voedsel staat hoog op mijn prioriteitenlijst maar soms krijgt het beperkte budget de bovenhand. En wat zou ik graag de seizoenen volgen maar ik kan een tomaat en een krop sla zolang niet missen. En sorry hoor, maar als we met de kinderen eens in de zoveel tijd afdalen naar de grote stad dan rijden wij langs de Quick. Een moestuin is geweldig maar echt belachelijk veel werk. Soms is het zoveel praktischer om een aubergine uit de supermarkt mee te grissen dan maanden te wachten tot er misschien eentje uit mijn graantjes verschijnt. Vorig jaar had ik eigenlijk enkel tomaten, het jaar daarvoor enkel courgetten. Met andere woorden: van groene vingers is er hier nog geen sprake, laat staan van zelfvoorzienend leven.

En ik vind het heel sfeervol als mensen op een feestje spontaan hun instrumenten boven halen, er allerlei folkloristische deuntjes de avond opfleuren en ge in een kring uw volksdanspasjes tentoonspreidt. Maar ik kan er even hard van genieten om thuis met Bert de eighties hits door de living te laten schallen, wij luidkeels meebrullend, mét pruik op én met foute moves. En uiteraard op de achtergrond drie kinderen met vingers in de oren en rollende ogen.

En ik mis mijn dierbaren. Sinds het vertrek van enkele zeer goede vrienden is er toch een leegte. En veel duidelijker dan voorheen mis ik nu de nabijheid van mensen die ik goed ken en liefheb en die mij goed kennen en liefhebben. Ik heb in het verleden veel rondgereisd en heb ook een jaar in Australië gewoond dus ik ben het wel gewoon van lange tijd afgesneden te zijn van alles wat me vertrouwd is, maar toch. Het zit in de kleine dingen. De tater-lunchkes met vriendinnen, met vrienden stevig doorzakken in de Moeskop, knuffelen met Marius en Billie die groeien als kolen, tijd doorbrengen met ons mama die een jaartje ouder wordt, de peptalk, het schaterlachen, het samen genieten. Ook het bruisende stadsleven met zijn vele kleuren en onuitputtelijke energie kan een bron van gemis zijn.

Ijverig probeer ik ook hier vriendschappen op te bouwen. Een Franse versie van Hyacint Bucket indachtig ontsnapt niemand aan mijn ‘dinner invitations’! Maar het is niets nieuws als ik zeg dat een vriendschap moet groeien en dat dat tijd in beslag neemt. Ook is de keuze hier beperkt en vormen taal en cultuur een barrière. Ik voel me dikwijls gehandicapt omdat ik me niet kan uitdrukken zoals ik zou willen. Zo belemmerd. Onzichtbaar. Alsof er een stuk van mijn persoonlijkheid is afgesneden. Alsof er een deel van mezelf hier niet bestaat. Soms voel ik me dom en beschaamd. Wanneer mensen op me neerkijken omdat ik fouten maak. Of nog erger: als mensen op de markt van me weglopen als ze horen aan mijn accent dat ik ‘niet van hier ben’. Zeer vernederend is dat.

Doe daar dan nog een klets financiële stress bovenop en ge weet waarom dit niet zo’n vrolijke blog is. Maar eerlijk is hij wel.

Mijn jongste zus, die zelf al jaren in het buitenland woont, zei me voor mijn vertrek: ‘Eenmaal je naar een ander land verhuist zal je altijd tussen twee werelden blijven hangen. Nooit helemaal thuis in het nieuwe land. Maar vanaf dan ook een vreemde in het thuisland.’ Ontheemd. Ontworteld.

En ik weet het, ik mag niet zagen en klagen. Per slot van rekening heb ik er zelf voor gekozen om naar hier te komen en om afstand te doen van twee goed draaiende horeca zaken, een groot huis, een au pair en god mag weten wat nog allemaal. Ik voel me schuldig als ik denk aan al die mensen die het moeilijk hebben en daar zelf niet voor gekozen hebben. Maar ik ga geen blog bijhouden om alleen maar mooie verhaaltjes te vertellen. Dit is mijn leven zoals het nu is.
En dat de lente nu maar snel begint…

Not all those who wander are lost…

Na een heerlijk zonnige nazomer breekt de tijd van de stormen aan. Dit jaar worden we niet door één maar wel door drie hele zware stormen geteisterd. De regen valt met bakken uit de lucht en spuit uit de bergen. Wegen worden weggespoeld, velden verschuiven, de bedding van de rivier is nadien van plaats veranderd. Nachtenlang liggen we angstig wakker, zonder elektriciteit, in het pikkedonker en worden we opgeschrikt door felle bliksemschichten en knallende donder. Iedereen is nadien zwaar onder de indruk. Nederig word je van al dat natuurgeweld.

Een herfstvakantie in België. Ongelooflijk hectisch zoals altijd. Minstens twee afspraken per dag. Rennen van jut naar jaar. Maar ook zalig om tussen familie en vrienden te vertoeven. Gaan eten met mijn 90 jarige superoma. Samen met de broers het graf van papa onder handen nemen. Knuffelen met kleine Marius. En met veel ontroering en een hart dat overstroomt van liefde mijn petekindje Billie voor ‘t eerst in de armen sluiten.

En natuurlijk niet vergeten, we rijden deze keer met een koffer én aanhangwagen vol koekjes naar Antwerpen! Na een drukke zomer viel de verkoop in Frankrijk plots stil. Twijfels of je wel op het goede spoor zit. Misschien zit er wel geen brood in koeken? Hoe gaan we hier dan overleven? En hoe kunnen we de reiskosten naar België nu betalen? Onzekerheid en onrust maken zich van ons meester. Een berichtje op facebook zet een stroom van bestellingen in gang die plots amper te overzien is. Slechts zes dagen om duizenden koekjes te bakken. Help! Maar Nozières zou Nozières niet zijn als dit bericht zich niet als een lopend vuurtje verspreidt en mensen zich spontaan komen aanbieden om mee te helpen. Kei hard werken. Een drukte van jewelste. Maar zelden zo hard gelachen. Buikpijn van het schateren en ongelooflijk dankbaar voor al die warme zielen en helpende handen. Och wat een dorp!

Na drie opzwepende weken komt de kentering. Eén na één vertrekken er nu daadwerkelijk mensen. Mensen waarmee ge op twee jaar tijd een waanzinnige intense vriendschap hebt uitgebouwd. Die u hebben zien arriveren. Die u aarzelend een weg zagen zoeken in het dorp en met de Franse taal. Waarmee ge zoveel uren hebt gepraat en samen getwijfeld. Die meedachten. Die u raad gaven als het ge het even niet meer wist. Die ons verdriet voor onze overleden vaders van zo dichtbij hebben meegemaakt. Die u geholpen hebben. Met het huis. De biscuiterie. De tuin. Mensen die na hun vertrek een grote leegte achterlaten.

En met momenten voel ik me zoals de lucht buiten. Grijs en grauw. Een grote tristesse overvalt me. De aanblik van een uitgebloeide moestuin maakt me intriest. Ons huis dat dichtgetimmerd is voor de winter staat er verlaten en grijs bij. De stilte op de normaal zo luidruchtige en levendige werf is ondraaglijk. Op de camping wijst enkel een vergeten waslijn tussen twee bomen op wat enkele maanden geleden nog het centrum van het dorp was. Dat Bert voor enkele weken naar Antwerpse Kerstmarkt vertrekt maakt de leegte compleet. Melancholie op zijn best. Het ene idee al vrolijker dan het andere en de bottom line: ‘het beste hebben we gehad en dat het nooit meer zo leuk zal worden als voorheen’.

De eerste sneeuw brengt stilte met zich mee. Als het ‘s nachts sneeuwt dan word ik daar altijd wakker van. Omdat het dan zo mogelijk nog stiller is hier in het bos. En die stilte die kruipt in mijn lijf en in mijn hoofd.

En door die rust borrelen er kleine sprankelende lichtjes naar boven. Mooie herinneringen die je kan koesteren. Dankbare gevoelens. Het besef dat het leven hier zo mooi is. Soms kan ik plots de dingen weer zien en voelen zoals de eerste keer. Bijvoorbeeld, heel banaal maar toch: de eerste keer dat ik een stenen droogmuur zag met een bonte verzameling aan vetplantjes die in de spleten groeiden. Zo schoon dat ik dat vond. En hoe hard ik ernaar verlangde om dat zelf ook ooit te hebben. En nu staat er hier, waar voorheen enkel zand en gras was, ook een gigantische stenen droogmuur met een schone verzameling aan plantjes. Soms vergeet je welke weg je al hebt afgelegd en dat er nog een hele weg voor je ligt. Stilstaan bij zulke dingen doet een mens deugd en geeft zielenrust.

En de toekomst ziet er ineens weer veel kleurrijker uit. Nieuwe ideeën zoeven door mijn hoofd. Dingen vallen op hun plaats. Januari zal een maand van experimenteren worden in de biscuiterie. Een grote lijst in mijn hoofd. En een tweede kortverhaal wordt vel per vel op papier gezet. Heerlijk dat gekrabbel. Nu nog de moed vinden om het aan iemand te laten lezen…

En ja, het wordt inderdaad nooit meer zoals voorheen. Net zoals de seizoenen elkaar zo statig opvolgen, zo ook alle fasen van het leven.
Je kan niet alles hebben en niets zal altijd hetzelfde blijven. Maar voor elke deur die dichtgaat gaat er een andere open.

Of om het met papa’s woorden te zeggen:
‘Het woord nooit meer zoals vroeger. Maar dat geeft vleugels aan het herinneren.’
Dank voor die wijsheid papsi.

Mijn meisje...

Mijn meisje…


Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières


Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies


La Cabane

La Cabane

Herfstig weer

Herfstig weer

Winterdicht huis

Winterdicht huis

Winterdicht huis

Winterdicht huis

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De eerste sneeuw

De eerste sneeuw

Magische zonsopgang

Magische zonsopgang

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin


Fons zorgt voor hout

Fons zorgt voor hout

Bert op de Kerstmarkt in Antwerpen

Bert op de Kerstmarkt in Antwerpen

Indian Summer en nomaden

De zomer raast voorbij en de zon verschijnt. Zalige ‘Indian Summer’… Er wordt vlijtig doorgewerkt aan het huis dat een dak vol dakpannen krijgt en waarvan de eerste muren gevuld worden met stro. Elke dag krijgt het een beetje meer vorm, wordt het een beetje meer (t)huis. Zo’n schoon stulpje, om helemaal verliefd op te worden.

Weg uit de caravan terug in ons geleende huisje. Wat een luxe! Wat een comfort! Ook de beestjes zijn duidelijk content. Ik ben het nomadenbestaan soms spuugzat. Maar als alles nu verder wat meezit trekken we volgende zomer in ons zelfgemaakt optrekje. Och wat kijk ik daar naar uit! De Ark van Noah die zal aanmeren op de berg.

We oogsten en oogsten kilo’s tomaten. Het enige dat die ellendige natte en koude zomer goed doorstaan heeft. Dat ik nog een echt ‘bleu-ke’ ben als het op tuinieren aankom mag duidelijk wezen. En mijn eerste jaar ‘permacultuur’ (eerder uit luiheid dan overtuiging) was zeker geen daverend succes al oogt het wel mooi zo’n wilde tuin vol bloemen en planten.

Het nieuwe schooljaar gaat van start en de jongens zijn nu ook met de Franse taal helemaal bijgebeend. Als ge ze zo na de les de school ziet uitrennen om dan met hun ‘copains’ in het dorp kattenkwaad uit te steken, ‘cowboy en indiaantje’ te spelen rond de kerk of samen een caban te bouwen dan denkt ge toch: ‘deze heerlijke kindertijd nemen ze hen nooit meer af!’.

En eindelijk kunnen wij ook even vakantie nemen. We trekken met een hele bende uit Nozières richting zuid Ardèche naar een primitieve camping in een prachtig stukje ongerepte natuur. We sleuren bezweet en zuchtend tenten en zakken de steile bergwand af, struikelen over loszittende stenen, breken teennagels door uitstekende punten maar och wat een paradijs is dat daar! Drie dagen baden we in de zon, zoeken we verkoeling in de rivier, spelen de kinderen samen en hangen de ouders wat rond. La vie en rose… We vergeten de tijd en geven ons over aan wat welverdiend rust. En ok, ik haal mijn knieën helemaal open en sta doodsangsten uit omdat ik in een overmoedige bui, in enkel een badpak, wat lenig en soepel aan speleologie denk te gaan doen en me diep onder de grond waag. Maar daar gaan we hier verder niet over uitwijden…

En we zijn ook weer een jaar verder sinds de beide vaders de laatste adem uitbliezen. Zo snel gaat dat dus. En ook al is het nu wel doorgedrongen dat ze dood zijn en ge ze nooit meer zult zien, het gemis wordt er alleen maar groter op. Hoeveel dingen dat ik ondertussen al niet verzameld heb in mijn hoofd die ik zou willen delen, waarover ik zou willen praten, waarover ik nog iets zou willen vragen. Ik zou ze allebei zo graag het huis willen laten zien. En Jozef zou zo mee dat dak opgeklommen zijn om te helpen. En papa zou genoten hebben van de verhalen en dat ook de oude burgemeester kwam meehelpen met zijn tractor. En ik wil hem vertellen over kleine Marius die om op te eten is. En dat zijn kleinzonen nu zo goed Frans spreken. En dan denk ik ‘amai, als dat nog zo’n dertig jaar doorgaat dan heb ik mezelf een punthoofd bijeen gespaard aan niet gedeelde ervaringen enzomeer.’

En voor alles een eerste keer. Zo droom ik over papa zonder uitbundig te huilen waardoor hij het op een lopen zet. En deze keer liggen we, zoals we op het einde wel meer deden, samen op bed films te bekijken. We praten en lachen om de stomste dingen. Ik voel zijn warmte. Het is zo echt. En als ik wakker word ben ik zeer goedgezind en gelukkig. Net zoals vroeger na een leuke avond met papa. Ik kijk al uit naar onze volgende ontmoeting.

En over ontmoetingen gesproken. Voor het eerst ga ik op stap in Lamastre. Beetje opgetut. Hakjes van onder het stof. En hup, den berg af. Geen kat meer op straat maar het café is wel open. En we mogen tot 23h blijven zitten, stel je voor! Maar dan zijn Freija en ik nog niet uitgepraat. Dus babbelen wij nog uren lustig verder in de auto, aan de rand van een bos, in het pikkedonker onder een prachtige sterrenhemel. Zo kan het dus ook!

En zoveel mensen die passeren en kortstondig of langdurig meehelpen. Heerlijk dat de wereld naar ons toekomt. Voor de kinderen ook een geweldige tijd met zoveel nieuwe ervaringen en mensen. Maar in het leven blijft niets duren. Sommige vaste bergbewoners beslissen om weer te gaan. Het leven stuurt ze een andere richting uit. En dat doet wel pijn, zo’n vertrek. Want in zo’n kleine gemeenschap bouwt ge op korte tijd diepe vriendschappen op. Een bende nomaden bij elkaar. Niemand is zeker of er over een paar maanden nog wel voldoende geld zal zijn om te kunnen blijven. Soms trekt de stad. Of familie. Is er nood aan een ander schoolsysteem. Of zijn het die lange winters die mensen zuidelijker drijven. Het is zeker niet het meest makkelijke leven, zo ergens anders van nul beginnen. En er zijn vele momenten van twijfels. Maar ik zou het onmiddellijk allemaal terug opnieuw doen want het is ook het meest mooie avontuur uit mijn leven en ik heb me de afgelopen jaren nog geen seconde verveelt. Laat staan dat ik een greintje sleur heb gekend. De band in ons gezin is hechter dan ooit. De stress die we kennen is van een totaal andere orde. En ik heb zoveel mooie menselijke daden gezien. En eindelijk komt er stilaan meer tijd om te doen wat ik het liefste doe, namelijk schrijven.

Follow my blog with Bloglovin