ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Category Archives: Dirk Lauwaert

Het einde van mijn schrijvershol…

(Gepubliceerd in Charlie Magazine op 12 mei 2017)

 

Als er op een vroege zondagochtend in januari, wanneer het nog pikkedonker is, op je deur wordt geklopt, dan weet je dat het geen goed nieuws is. Januari brengt koude en sneeuw en… kapotgevroren leidingen. Mijn schrijvershol en bij uitbreiding het hele voormalige burgemeestersgebouw zijn onbewoonbaar verklaard. We krijgen twee dagen om eruit te trekken. Het water sijpelt langs de muren. We zien de met sneeuw bezwangerde lucht door de gaten in het dak. Adieu mijn nest.

Iets meer dan een jaar geleden trok ik erin. Ik had zo’n nood aan een eigen plekje. Ik was het beu dat mijn bureau, een oude biertafel in een hoek van onze slaapkamer, ook ongevraagd dienstdeed als knutseltafel voor de jongens of als vaste stek voor Berts werkkleren alsook voor de vijzen en het stro die hij telkens meebracht vanop de werf.

Toen ik me ging informeren bij burgemeester Babette, bleken er net twee ruimtes vrij te zijn in het statige, maar erg lelijke oude burgemeestersgebouw. De levensloop van het pand is lang en een beetje chaotisch, zeker naar het einde toe. Ooit tekenden we hier in een aftands jaren zestig interieur onze compromis voor de bouwgrond. Nadien kreeg de burgemeester een nieuwe stek. De oude plek was te afgeleefd en de oplapkosten vielen te duur uit. Maar het duurde niet lang of het gebouw werd weer tot leven gewekt, zoals nooit tevoren. De kleine dorpsbibliotheek, geheel in stand gehouden door vrijwilligers, vond er zijn onderkomen in één van de vele achterkamers. Ernaast kwam een depot waar men kleren kon ruilen en dat al snel uit zijn voegen barstte.

In de voormalige wachtzaal van de burgemeester nam Isabelle al viltend en spinnend haar intrek. De vergaderzaal behield zijn bestemming maar werd vanaf dan door alle comités van het dorp gebruikt en op de eerste verdieping kwam er een naschoolse kinderopvang. Geleidelijk aan vulden kunstenaars en ambachtslieden de overige kamertjes. Kunstschilder Raph, mandenvlechtster Myriam en Freija die theaterkostuums maakt maar ook de mooiste kledingstukken weet te toveren uit oude paardendekens. Maar Nozières zou Nozières niet zijn als er niet continu een ‘va et vient’ is. Dus toen Freija en Myriam naar andere oorden trokken nam ik mijn intrek in dat levendige bijennest.

Mijn boeken en prullaria hadden meer dan vier jaren het daglicht niet meer gezien dus  waren zij, net zoals ikzelf, ongelooflijk gelukkig om weer in ere hersteld te worden. De tientallen kopspelden in het tapijt en in het bloemetjesbehang liet ik zitten. Mooie herinneringen aan de vorige bewoonster. En ik genoot met volle teugen. ‘Iedereen zou zo een eigen stek moeten hebben’ dacht ik vaak. Om je even terug te kunnen trekken uit de dagelijkse beslommeringen en waar je helemaal jezelf kunt zijn en je ding kunt doen.

En toch was het geen kluizenaarsbestaan, daar in dat oude gedrocht. Door de muren hoorde je kinderen kwetteren in de bibliotheek. Gelach steeg op van de vrouwen die pasgewassen kleding ophingen in de zon. Verhitte discussies weerklonken onder mijn voeten. En met Raph deelde ik lief en leed. Rustig bij elkaar op de koffie tussen het schilderen en schrijven door, of als het niet ging trokken we een fles wijn open en lieten we de muziek en onze zorgen eens goed door de kamer razen.

En daar is nu allemaal een eind aan gekomen.

Ik ben niet goed in afscheid nemen. Vol melancholie trek ik de deur definitief achter me dicht. Ik kijk nog eenmaal naar dat lelijke gebouw, zo afgeleefd en opgebruikt maar met nog veel warmte vanbinnen. De drukke bijenkorf wordt ontbonden en ieder voor zich moet weer op zoek naar een eigen plek.

Enkel de foto van papa hangt er nog. Die mag er als ronddwalende geest over waken dat het allemaal goed is geweest en terug goed zal zijn.

Amen.

Save

Save

Not all those who wander are lost…

Na een heerlijk zonnige nazomer breekt de tijd van de stormen aan. Dit jaar worden we niet door één maar wel door drie hele zware stormen geteisterd. De regen valt met bakken uit de lucht en spuit uit de bergen. Wegen worden weggespoeld, velden verschuiven, de bedding van de rivier is nadien van plaats veranderd. Nachtenlang liggen we angstig wakker, zonder elektriciteit, in het pikkedonker en worden we opgeschrikt door felle bliksemschichten en knallende donder. Iedereen is nadien zwaar onder de indruk. Nederig word je van al dat natuurgeweld.

Een herfstvakantie in België. Ongelooflijk hectisch zoals altijd. Minstens twee afspraken per dag. Rennen van jut naar jaar. Maar ook zalig om tussen familie en vrienden te vertoeven. Gaan eten met mijn 90 jarige superoma. Samen met de broers het graf van papa onder handen nemen. Knuffelen met kleine Marius. En met veel ontroering en een hart dat overstroomt van liefde mijn petekindje Billie voor ‘t eerst in de armen sluiten.

En natuurlijk niet vergeten, we rijden deze keer met een koffer én aanhangwagen vol koekjes naar Antwerpen! Na een drukke zomer viel de verkoop in Frankrijk plots stil. Twijfels of je wel op het goede spoor zit. Misschien zit er wel geen brood in koeken? Hoe gaan we hier dan overleven? En hoe kunnen we de reiskosten naar België nu betalen? Onzekerheid en onrust maken zich van ons meester. Een berichtje op facebook zet een stroom van bestellingen in gang die plots amper te overzien is. Slechts zes dagen om duizenden koekjes te bakken. Help! Maar Nozières zou Nozières niet zijn als dit bericht zich niet als een lopend vuurtje verspreidt en mensen zich spontaan komen aanbieden om mee te helpen. Kei hard werken. Een drukte van jewelste. Maar zelden zo hard gelachen. Buikpijn van het schateren en ongelooflijk dankbaar voor al die warme zielen en helpende handen. Och wat een dorp!

Na drie opzwepende weken komt de kentering. Eén na één vertrekken er nu daadwerkelijk mensen. Mensen waarmee ge op twee jaar tijd een waanzinnige intense vriendschap hebt uitgebouwd. Die u hebben zien arriveren. Die u aarzelend een weg zagen zoeken in het dorp en met de Franse taal. Waarmee ge zoveel uren hebt gepraat en samen getwijfeld. Die meedachten. Die u raad gaven als het ge het even niet meer wist. Die ons verdriet voor onze overleden vaders van zo dichtbij hebben meegemaakt. Die u geholpen hebben. Met het huis. De biscuiterie. De tuin. Mensen die na hun vertrek een grote leegte achterlaten.

En met momenten voel ik me zoals de lucht buiten. Grijs en grauw. Een grote tristesse overvalt me. De aanblik van een uitgebloeide moestuin maakt me intriest. Ons huis dat dichtgetimmerd is voor de winter staat er verlaten en grijs bij. De stilte op de normaal zo luidruchtige en levendige werf is ondraaglijk. Op de camping wijst enkel een vergeten waslijn tussen twee bomen op wat enkele maanden geleden nog het centrum van het dorp was. Dat Bert voor enkele weken naar Antwerpse Kerstmarkt vertrekt maakt de leegte compleet. Melancholie op zijn best. Het ene idee al vrolijker dan het andere en de bottom line: ‘het beste hebben we gehad en dat het nooit meer zo leuk zal worden als voorheen’.

De eerste sneeuw brengt stilte met zich mee. Als het ‘s nachts sneeuwt dan word ik daar altijd wakker van. Omdat het dan zo mogelijk nog stiller is hier in het bos. En die stilte die kruipt in mijn lijf en in mijn hoofd.

En door die rust borrelen er kleine sprankelende lichtjes naar boven. Mooie herinneringen die je kan koesteren. Dankbare gevoelens. Het besef dat het leven hier zo mooi is. Soms kan ik plots de dingen weer zien en voelen zoals de eerste keer. Bijvoorbeeld, heel banaal maar toch: de eerste keer dat ik een stenen droogmuur zag met een bonte verzameling aan vetplantjes die in de spleten groeiden. Zo schoon dat ik dat vond. En hoe hard ik ernaar verlangde om dat zelf ook ooit te hebben. En nu staat er hier, waar voorheen enkel zand en gras was, ook een gigantische stenen droogmuur met een schone verzameling aan plantjes. Soms vergeet je welke weg je al hebt afgelegd en dat er nog een hele weg voor je ligt. Stilstaan bij zulke dingen doet een mens deugd en geeft zielenrust.

En de toekomst ziet er ineens weer veel kleurrijker uit. Nieuwe ideeën zoeven door mijn hoofd. Dingen vallen op hun plaats. Januari zal een maand van experimenteren worden in de biscuiterie. Een grote lijst in mijn hoofd. En een tweede kortverhaal wordt vel per vel op papier gezet. Heerlijk dat gekrabbel. Nu nog de moed vinden om het aan iemand te laten lezen…

En ja, het wordt inderdaad nooit meer zoals voorheen. Net zoals de seizoenen elkaar zo statig opvolgen, zo ook alle fasen van het leven.
Je kan niet alles hebben en niets zal altijd hetzelfde blijven. Maar voor elke deur die dichtgaat gaat er een andere open.

Of om het met papa’s woorden te zeggen:
‘Het woord nooit meer zoals vroeger. Maar dat geeft vleugels aan het herinneren.’
Dank voor die wijsheid papsi.

Mijn meisje...

Mijn meisje…


Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières


Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies


La Cabane

La Cabane

Herfstig weer

Herfstig weer

Winterdicht huis

Winterdicht huis

Winterdicht huis

Winterdicht huis

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De eerste sneeuw

De eerste sneeuw

Magische zonsopgang

Magische zonsopgang

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin


Fons zorgt voor hout

Fons zorgt voor hout

Bert op de Kerstmarkt in Antwerpen

Bert op de Kerstmarkt in Antwerpen

Ondraaglijke schoonheid en Marsmeloenen

Ja ik weet het. Het is lang geleden dat ik nog eens in mijn pen ben gekropen voor mijn blog. Maar de tijd was er niet echt naar. Zo wat schattige dingen opschrijven over ons leven op den berg leek zo banaal tussen al die stormen van menselijk verdriet. Ik vond den draad niet.

Ik liep in mijn hoofd van voor naar achter in de tijd en besefte dat er zoveel gebeurd is. Zo op de wilde boef met de caravan half Frankrijk doorkruist om dan toch ergens, in the middle of nowhere, ploef, op uw plooi te vallen. En dan zit ge twee dagen in uw tijdelijk huis en krijgt ge telefoon van Jozef. Dat hij vol kanker zit. En dan begint een helse lijdensweg. En dan ergens in februari, als ik het me nog goed herinner, krijgt ge telefoon dat er niets meer aan te doen is en dat alle behandelingen worden stopgezet. En nog geen uur later belt mijn vader om te zeggen dat de tumor in zijn hoofd weer tot leven is gekomen en dat de dokters hem nog een houdbaarheidsdatum van zes maanden hebben gegeven. En dan zit ge daar met twee voor de open haard, te staren naar het vuur. En ge zegt niets want er zijn tranen genoeg en ge denkt allebei hetzelfde: ‘Amai dat gaat een zwaar jaar worden, 2013’. En zo geschiedde.

In de lente zijn er tranen voor Jozef die de spits afbijt. Daarna komen we weer wat op adem en ik hoop vurig dat wij even gespaard zullen blijven van de tweede shock. De zomer kondigt zich aan en we worden meegezogen in bruisende weken van hard werken, hete zomerdagen, verfrissende rivieren, eten, drinken en dansen met vrienden die komen en gaan onder prachtige sterrenhemels. ‘t Was allemaal zo goed en idyllisch begonnen totdat het noodlot nog een tweede keer toeslaat want ja, natuurlijk houdt het leven er een eigen agenda op na.

En voor de tweede keer wordt het een helse rit naar België, bang dat ge te laat zult komen. En ook met de wetenschap: als ik terugkom naar den berg dan heb ik geen vader meer, dan zijn we beiden vaderloos en hebben de kinderen geen opa’s meer. En papa beslist dat het genoeg is geweest, dat het geen leven meer is zoals hij er nu aan toe is. En tussen de beslissing en de uitvoering resten ons nog vier uren. Vier uren die de langste en kortste uren van mijn leven zullen worden. De tijd wordt volledig vervormd. We leven in een andere wereld. En ondanks de tranen wordt er ook overvloedig gelachen, geknuffeld, gefruld, gesnuffeld. En papa kijkt ons allemaal nog eens diep in de ogen en zoef, weg is hij. Zo snel gaat dat dan, vaderloos worden.

En dan wordt er een crisiscentrum opgericht voor de begrafenis. Open geklapte computers, rinkelende telefoons, vergadering en overleg. ‘Als het niets wordt met onze jobs beginnen wij gewoon een evenementen bureau met de hele familie’, proesten we het uit als we zo naar onszelf zitten te kijken. En het loopt perfect. Helemaal zoals papa het zelf had uitgedacht. En erna zijt ge alleen maar heel heel moe. En ge hebt nergens nog zin in.

‘Nooit meer zien’ klinkt absurd, een gemene grap, het kan gewoonweg niet. En omdat uw hersenen dat niet willen en niet kunnen behappen negeren ze het dan maar. Af en toe dringt het door. Dat is dan zoiets als een klop van een hamer krijgen. Ge zijt dan echt in shock. En ik word daar ook bang van. Dat definitieve karakter van de dood is geen lachertje.

Maar er gebeuren ook mooie dingen in het licht van al die miserie. Ge bekijkt het leven toch iets anders. Ik maak me veel minder druk in dingen, zeker banale zaken en dat zijn er eigenlijk nogal veel merk ik nu. En dat wilt veel zeggen voor het stresskieken en het piekermieke dat ik soms kan zijn. En ik doe ineens allemaal dingen die al heel lang op mijn to do lijstje stonden: Lindy Hop, keramiek (ik maak een tegel van Jozef en papa die we gaan inbouwen in het huis), Qi Kung en het meest belangrijke: schrijven, schrijven en nog eens schrijven.

Dat schrijven opent enorm mijn ogen en ik vind het een uitdaging om woorden te vinden voor bepaalde gevoelens en sferen. Want hoe brengt ge met woorden de sfeer in beeld van een troosteloze Brusselse buurt op een herfstige valavond die Bert en mij allebei instant depressief maakt? Of hoe beschrijft ge de soms ondraaglijke schoonheid van de natuur en de bergen die ons tegemoet komt als we de Ardèche binnenrijden?

En de jongens, mijn drie musketiers, die doen dat goed. Op school, in ‘t Frans, met hun vriendjes, hier zo in de natuur. Fons houdt zo van Gust dat die altijd aan diens oortjes likt, tot groot jolijt van Gust. Gust die nog altijd een naaktloper is en waarschijnlijk nooit uit zijn pipi-kaka-poep fase zal geraken. Dat is volgens mij een hopeloos geval geworden. En Jules blijft de clown met zijn gekke woordjes. Zo wil hij dat we ‘marsmeloenen’ (marshmallows) kopen om aan een stokje, boven een vuurtje, te roosteren. En Jacky blijft Jacky, de liefste hond ter wereld. Hondstrouw ook. En van de drie poezen is enkel nog onze Winnie over, de Antwerpse stadskat nota bene, die blijkbaar haar street cred hier goed weet aan te wenden. En de moestuin is voor een eerste, toch redelijk chaotisch jaar, een klein succes. Alleen moet ik me volgend jaar inhouden wat courgetten betreft want na vier maanden enkel courgetten fretten kan ik ze niet meer ruiken, noch zien en al helemaal niet meer proeven.

La Douce France:

IMG_2089

64412_10201047645926304_199610370_n

IMG_1907

IMG_1911

IMG_1927

 

 

 

IMG_4153

IMG_2090

IMG_4191

IMG_4099

IMG_4113

IMG_4164

IMG_4292

IMG_4294

IMG_4434

IMG_4455

IMG_4210

IMG_4212

 

De bouwwerken liggen al na 1 dag stil. Tijdens het maken van terrassen stuit men op een waterleiding. Nu is het wachten op documenten die ons een extra stukje grond zouden bezorgen zodat wij ons huis iets kunnen opschuiven. Voor alles is een oplossing al moet je veeeeeel geduld hebben hier.

IMG_3975

 

Voor wie ons niet gelooft: er wordt tussen al dat genieten ook nog duchtig gewerkt.

 

IMG_4202

IMG_4244

 

Toen waren courgetten nog populair.

IMG_4481

IMG_4709

IMG_4710

IMG_4711

IMG_4712

Voorproefje winter.

IMG_4755 1

IMG_4761

 

Ondraaglijke schoonheid.

IMG_4822

IMG_4823

IMG_4824

 

Op bezoek bij kapper Maaike in Amsterdam.

Papa1

 

Eerste schooldag, soms ook te voet.

IMG_4649

IMG_4754

 

Enkel interesse in…ja…u raadt het al….

IMG_4878

Soms zijn er zo van die dingen die me mateloos fascineren en waarbij ik allerlei verhalen verzin. We maken het huis van Jozef leeg en ik vind in zijn nachtkastje twee afgeknipte broekspijpen….

IMG_4918

 

 

En zoveel onbekende gezichten.

IMG_4924

En het hoeven niet altijd chrysanten te zijn, nietwaar?

IMG_5031

Het relaas van een gebroken hart.

Niets zo eenzaam als verdriet hebben. Daar had iemand me op de begrafenis reeds attent op gemaakt. Bert en ik allebei geknakte bloempjes. Soms heel dicht bij elkaar, soms zo veraf.

Het liefst in het nest vertoeven van de dichte familie. Allemaal ooggetuigen van de laatste maanden, weken, dagen en uren. Geen woorden zijn er nodig om te zeggen hoeveel pijn het doet. Hoe groot het gemis is. Hoe alles anders is nu. Zo’n grote leegte die papa achterlaat. Iedereen moe, diep diep moe. Voor iedereen staan de laatste momenten op ‘repeat’  in ons hoofd. Zoals bij een bevalling is alles haarscherp geregistreerd.

Er zijn ook geen spelregels voor het rouwen. Geen handleiding. Het is er ineens. En doet met jou wat het wilt. Je ondergaat. Soms denk je verwonderd: ‘hey, dit lukt me wel’ om vervolgens helemaal onverwachts onderuit geslagen te worden.

Dat het nog niet helemaal doordringt blijkt uit het feit dat ik heel de tijd tegen mezelf zeg: ‘dit moet ik eens aan papa vragen’. Zelfs direct na de begrafenis, verwonderd over zoveel dingen die er gezegd werden waar ik zelf geen weet van had. ‘Goh, daar moet ik eens met papa over praten’, terwijl ik de auto instap. Om dan te beseffen dat je achter zijn kist rijdt…

Ik loop in de Fnac op zoek naar het debuut van Griet Op De Beeck. Ze schreef zo mooi over papa dus ik wil weten of ik het boek van haar ook zo mooi vind. Ik krijg tranen in mijn ogen van al die boeken. En plots is het allemaal zo droevig. Papa die nooit meer iets zal kunnen lezen. Ook niet mijn boek.

Iemand roept: ‘Dirk!’ Mijn hart maakt een sprongetje en ik draai me met een ruk om. Een oude man spreekt zijn zoon aan. Onbekenden.

Het valt me op dat je in een stad zelden naar de lucht kijkt. In Frankrijk doen we niets anders. Hoeveel tinten grijs zouden er zijn? Maar grijs past nu bij me. Zon kan ik niet verdragen.

Muziek mijd ik. Dan glijd ik direct af.

Pijn als een aanzwellende druk van binnenuit. Alsof je uiteen gaat spatten. Maar ik kan niet wenen. De stoom wordt niet afgelaten. Ze ebt web. Voor even.

Hypochondrisch gedrag. Moeite met slikken omdat ik zo’n pijn heb in het midden van mijn borst. Van borstbeen tot ruggengraat. Slokdarmkanker. Longkanker. Ik heb het zeker. Of misschien is het gewoon een gebroken hart?

Wilde onrustige dromen. Vol symbolen, angst en verdriet. Papa zoeken in een behekst huis. Ik weet dat hij daar ergens is. Ik loop van de ene naar de andere kamer. Ik blijf hem maar roepen. Er zijn veel meer kamers dan het huis kan bevatten. Het is een eindeloos spookhuis. Ik vind hem nergens. Doodop als ik wakker word. Geen rust, nergens.

De banaliteit van het leven. Jozef zijn huis leeghalen direct nadat papa begraven is. Een heel leven dat in vuilniszakken en dozen wordt gestoken. Alles wat een heel leven verzameld werd, wat betekenis had, wordt herleid tot betekenisloze voorwerpen die niemand nog wilt. Een huis wordt helemaal uitgekleed. Naakt, kwetsbaar.

Verdriet is ook kinderlijk. Papa zei me ooit, toen het slecht ging met super oma, dat hij zich een klein jongetje voelde dat om zijn moeder schreeuwde. En direct erna vroeg hij zich luidop af of dat voor ons dan ook zo zou zijn? Natuurlijk. En ook ik denk aan mijn kinderen en vraag me af waarom je dan kinderen wilt en krijgt? Dat het toch iets heel egoïstisch is als ‘het leven enkel één grote les in loslaten’ is? Existentiële vragen. ‘This too shall pass’.

En ik wil meer leven zoals papa. Waarachtig. Intens. Eerlijk zijn met jezelf en tegenover jezelf. Wijze woorden van papa. En ja, ik moet stoppen met roken. En moet minder drinken. En dringend afvallen. En meer schrijven. En meer spelen met de kinderen. Ze wijze levenslessen bijbrengen. En meer wandelingen maken in de bergen. En meer genieten van de zonsondergang of vallende bladeren. En ik moet meer lezen. En ik moet meer tijd besteden aan mijn familie en vrienden. En ik moet…en ik moet…en eigenlijk moet ik helemaal niets, zeker nu niet.

p_medium_301

(Photo: Dirk Braeckman)

‘Het wordt nooit meer zoals vroeger. Maar dat geeft vleugels aan het herinneren’ (Dirk Lauwaert)

Liefste Papa,

Ik voel me klein tussen al deze meesters van het woord die jij zo zorgvuldig uitkoos en met wie je je kon meten. Je hebt zoveel mensen geraakt en geïnspireerd. Een wijze man. Een oude ziel. Maar voor ons, voor ons was je vooral een vader.

De stilte die je achterlaat staat in schril contrast met de storm die nu binnen in ons woedt. Stuurloze schepen die kraken onder de inbeukende golven van verdriet. Wankelende gebouwen omdat een fundament is weggerukt.

Maar je laat een overvloed aan levenswijsheid en herinneringen na.

De toegangspoort naar jouw wereld. Blauwe rook die vanonder de deur kringelt. Een razendsnel typemachien met afwisselend ijsberen. Soms mochten we binnen. Liggend op de rode sofa. Heel stil. En dan koos je een boek uit de muren van het boekenhuis. Heel voorzichtig mochten we erin bladeren.

Een trotse mooie vader die zolang weigerde een bril te dragen en nog liever in een spartaanse houding, met één oog bedekt, een boek las. Debardeurkes en mooie hemden.

Warme avonden in Italië. Jij die zingend door de nacht nog bij de wijnboer aanklopt.

Verre wandelingen met vele kinderen in je kielzog ‘papa, zijn we er bijna?’ Maar ook mee reizen in je hoofd. Details. Verbanden. Beelden en steden leren lezen.

Liefde voor het warme nest dat onze familie is. Met super oma helemaal bovenaan. Iedereen krijgt zijn plekje. Jouw aandacht. Jouw tijd. Jouw zorg.

En jouw liefde gaat ook door de maag. Pijnlijke buikjes van teveel spaghetti ‘au au papa je moet de volgende keer zeggen dat ik moet stoppen met eten!’.

Maar ook een vader die een vreselijke medebewoner kreeg. Een monster dat meteen  de aanval inzette op de troonzaal van je lijf.

Jouw klavertje vier. Vier herenigde gieberende meisjes op je bed die je één voor één toespreekt met je ogen. En wij zwaaien je uit met tranen die rivieren vormen. Harald die op je buik blaast en jou doet schudden van het lachen. Jouw twee prinsen die je moedig en statig flankeren tot aan de kade. Andreas, jouw evenbeeld en Dorian, jouw trouwste metgezel. En zo graag hadden Reinhilde en jij samen naar de overkant gezeild maar de wetten en regels van het leven schrijven iets anders voor. Een onbreekbare eenheid wordt toch gescheiden.

Je versteende gezicht met een krullend lachje, ondeugend zelfs. En wij geloven graag  dat het heel gezellig is daarboven in de hemel. Een hemel waar ik nooit in geloofd heb maar waar ik nu om smeek.

‘Till we meet again’ papsi!

foto copy

 

Dirk Lauwaert:

* In De Witte Raaf: ‘De niet meer gezonde man’: http://www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/3870

* Cobra: http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/130812-sa-dirk_lauwaert_overleden

 

De werkkamer van Dirk Lauwaert door Koen Broucke:

Werkkamer Dirk Lauwaert 1 lr Werkkamer Dirk Lauwaert 2 lr

De Timmerman en de Godfather

Ik heb een tijdje met een writersblock gezeten. Ik wilde graag over de papa’s vertellen maar vind dat ook moeilijk omdat het zo persoonlijk is en de gevoelens errond zo wisselend zijn. Ik vroeg me af of zij dat zelf wel leuk zouden vinden? Maar ik kon er ook niet omheen. Ik schrijf dan wel over ons nieuwe leventje hier maar soms is dat bijzaak als er zoveel rondom jou gebeurt. Soms heb je gewoon geen zin om allemaal gezellige anekdotes te vertellen wanneer er zoveel grotere dingen aan het gebeuren zijn. En uiteindelijk, die aftakelende vaders dat hoort ook bij het leven. Iedereen wordt met zulke dingen geconfronteerd dus waarom daar zo stilletjes over proberen doen? Dus hupsakee, deze keer vertel ik gewoon over onze vaders.

Jozef is een maand bij ons kunnen blijven. Daar zijn we heel dankbaar voor want dat pakken ze ons nooit meer af. Het was een intense periode al paste Jozef onmiddellijk in ons gezin, alsof er gewoon een extra puzzelstukje aan werd toegevoegd. Met momenten was Jozef in zijn volle element en kon er gewandeld, gegeten en gedronken worden. Drie keer per dag werd er dan uitgebreid gegeten, wat een eetlust! Maar naar het einde toe ging het moeizamer en moeizamer. Jozef lag dikwijls te slapen op de zetel terwijl de kinderen druk rond hem heen speelden maar hij wilde niet weten van in zijn bed te gaan liggen. Kinderen zijn ook zo’n goede remedie want die staan niet teveel stil bij al die moeilijke dingen. Die roepen: ‘Kijk opa daar!’ of ‘Opa kom eens kijken!’ Die willen alleen maar spelen en hun onstilbare ontdekkingstocht van het leven met je delen of je je nu zo misselijk als een krab voelt op niet.

Toen de sneeuw, die ons een tijdlang in zijn greep had, stilaan begon te smelten begon Bert aan het terras te werken. En Jozef nam vanop afstand deel. Vader en zoon begonnen net zoals vroeger weer in een voor mij geheime taal te communiceren. Over afstanden en graden, over boren en vijzen, houtverbindingen, houtsoorten, frezen, groeven, enz. Het zijn allebei nooit de meest communicerende vaten geweest maar als ze samen aan iets werken dan vinden ze elkaar onmiddellijk. Dan wordt er geluisterd naar elkaar, overlegd, gemijmerd en deals gesloten. Dan worden er makkelijker complimenten gegeven. Ik stond erbij en keek ernaar en zag hoe de timmerman zijn kennis deelde met zijn zoon en dat hij op die manier altijd zou blijven voortbestaan in zijn zoon en later in zijn kleinzonen.

In die periode reisde ik even naar de Belgische kust om  samen te zijn met mijn familie. En god, een groter contrast tussen twee families kan er niet bestaan denk ik. Papa blijft die trotse en sterke man, zelfs in een rolstoel. Nog steeds kan hij ons ‘s avonds na het eten toespreken met zoveel wijsheid en gevoeligheid dat we allemaal muisstil luisteren met rollende tranen op onze wangen. Mijn hart in duizenden stukjes en tegelijk was er die enorme kracht van allemaal samen te zijn. Eén plus één is zoveel meer dan twee in ons onverwoestbaar nest. Ik vergelijk onze familie altijd met zo’n drukke luidruchtige Italiaanse familie. Waar er één man als een ware Godfather aan het roer staat, de koers van het gezin bepaalt en het laatste woord heeft. Maar waar de vrouwen de lijm zijn die het gezin bijeen houden. En waar er een continue drukte is zoals bij ons: al die tetterende vrouwen in de keuken die van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat staan te koken en af te wassen. Die vanuit de keuken naar de kinderen roepen dat het stiller moet. Die de mannen commanderen om de tafel te dekken of naar de winkel te rijden. Die, als papa ‘s morgens in een verfrommelde pyjama met zijn rolstoel aan tafel wordt geschoven, meteen allemaal boven hem hangen. Voor een kus, ‘heb je goed geslapen papsi?’, zijn haar wat in vorm leggen, die pyjama wat recht trekken, die vragen wat hij wilt eten, drinken? ‘Zit je goed? Wil je wat water? Confituur of boter op je boterham?’ enzoverder. Een niet aflatende stroom van zorg die papa onder lichte dwang moet ondergaan.

En wat misschien een heel emotioneel moment kon zijn op de laatste avond, allemaal een polaroid foto met papa voor in ‘de portefeuille’ wordt één groot hilarisch tafereel waarbij Maaike en ik bijna in ons broek doen van het lachen. En in mijn verbeelding wipt papa bijna uit zijn rolstoel van het lachen. Of hoe het leven echt bestaat uit een lach en een traan.

 

Gust ophalen aan de school. Met al die sneeuw moet dat wel te voet.

DSCN1701

 

Samen tekenfilmpjes kijken. Jozef is weer helemaal mee!

DSCN1782

 

De timmerman en de zoon.

IMG_2437

 

IMG_2442

 

De zusjes.

1 (24)

 

Lachen tot je in je broek plast!

1 (29)

1 (30)

1 (32)

1 (39)

1 (44)