ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Category Archives: Biscuiterie Les Rabarines

Soms is het leven gewoon k*t!

Soms is het leven gewoon k*t. Dat mag ook al eens gezegd worden vind ik.

De afgelopen maanden waren heel zwaar. Van de roze wolk van de eerste jaren schoot niet meer veel over. Dat simpele leven in de bergen werd een nachtmerrie.

Zelf een nest bouwen werd een loodzware opdracht en het einde leek steeds verderaf.

Met weinig geld overleven werd een grote opgave. Soms durfde ik mijn bankrekening niet meer te bekijken. Ik zou het wel merken als de centen op waren als ik met het schaamrood op de wangen de boodschappen zou moeten achterlaten in de supermarkt.

En er moest ineens zoveel worden toegegeven waar ge al zo lang tegen gevochten had.

Dat ge zo graag een plattelandsmeisje zou willen zijn die het geen reet kan schelen om elke dag in berg bottinnen of birkenstocks rond te huppelen. Maar die schone fijne hakjes schreeuwden me steeds harder toe vanuit een bestofte schoenkist.

Dat niemand hier opkijkt van kleren met vlekken en gaten en bedekt met hondenhaar maar dat ge zelf toch stiekem aan het dromen zijt van uw jumpsuit met open rug en dat sexy zwart jurkje met bandjes in de nek dat ge niet eens meer weet liggen.

En dat ge soms zelf ook eens iets anders wilt aanschouwen dan gebatikte T-shirts, lange wijde jurken waar geen onderbroeken onder worden gedragen of groezelige dreadlocks. Ieder doet zijn ding en over smaak en goesting valt niet te twisten maar soms wilt mijn oog ook wat, of toch iets anders.

En dat gij het wel fijn vindt om uw benen te scheren, uw haar bij de kapper te laten verwennen en uw nagels in een hip kleurtje te zetten.

En dat ge ooit een avontuurlijke wereldreizigster waart die helemaal alleen de verste delen van de wereld bezocht maar dat met uw heel gezin ergens een nieuw leven beginnen totaal niet hetzelfde is.

Dat ge uzelf dan wel een wereldburger vindt maar dat de mensen in België toch op zoveel vlakken dichter bij u staan. Dat culturen nu eenmaal een onuitwisbare indruk achter laten in elk van ons, of we dat nu willen of niet. En dat dat vreselijk kan trekken die wortels. U ontworteld voelen maakt een mens onzeker en klein en ge hoort er toch nooit helemaal bij.

En een andere taal. Mijn god, wat een rijkdom om vele talen te spreken maar als dat allemaal in het begin niet zo vlot dan is taal de grootste kloof tussen mensen. Als ge van een vlotte babbelaarster verandert in een timide klein vogeltje dat amper haar mond durft te openen uit schrik om met blozende wangen een fout te maken dan is dat echt niet leuk. En als ge van uzelf het gevoel hebt dat uw taalniveau dat van een vierjarige benadert dan voelt ge u niet herkend, niet gezien, niet gehoord. En zo blijft ge in cirkeltjes rondlopen.

En dan belandt ge in een isolement want uw conversaties overstijgen nooit de dagelijkse uit beleefdheid gevoerde praatjes over het weer : ‘Comme il fait beau aujourd’hui’ of ‘Comme il fait froid’. ‘Allez, à bientôt, bonne journée’. Zoiets.
En wat wilt ge dan dicht bij uw familie zijn. Bij uw vrienden. Uw nest. Om eens goed te kunnen zagen over hoe moeilijk het allemaal wel niet is. Om dan opgelucht en gesteund weer verder te kunnen gaan. ‘Maar nee, aan uw gezin hebt ge toch genoeg?’ Nougatballen ja! Uw gezin is uw rijkdom maar is niet uw hele leven. En natuurlijk is er niet genoeg geld om even over en weer te reizen. Zo’n simpel leven kan ook een gevangenis worden.

En dan durft ge al eens uit elkaar te groeien. Dan gaat een hart op wandel. En dan wordt die vreselijk lange winter met z’n allen in zo’n mini huisje helemaal ondraaglijk. ‘t Is alsof die koude en die donkerte die het huis al vanaf een uur of vijf omarmt in uw hoofd komt te zitten en uw nek omklemt. En ge verlangt naar vreugde, naar licht, naar luchtigheid, naar schoonheid, naar liefde. En dat alles is nu net niet wat ge krijgt. Omdat het leven soms gewoonweg k*t is.

En dan staat ge ‘s morgens niet op met een blik die die bergen en die natuur vol liefde aanschouwt. Want een berg is ook maar ‘een berg’ en een boom is ook maar gewoon ‘een boom’.

Dus ge sleept u door de dagen want de kinderen zijn er natuurlijk ook nog en er moet eten op de tafel. En de dieren willen streeltjes en dat huis moet af. En er moeten centen verdiend worden. Maar ik word zo moedeloos van al dat wroeten en werken en nieuwe dingen uitvinden om een boterham op onze plank te krijgen want het lijkt allemaal geen zoden aan de dijk te brengen. En schrijven lukt al helemaal niet meer. Wie wilt er immers bittere gal door zijn strot geduwd krijgen?

Dus ge doet wat ge moet doen maar er doemen steeds meer stemmen op in uw hoofd, of dit niet het moment is waarop je de handdoek in de ring moet gooien? When is enough, enough?

Maar het leven heeft ook zo zijn eigen logica en volgt zijn eigen wetten. Als ge het gevoel hebt dat ge niet meer vooruit kunt maar ook niet meer achteruit. Als het enigste wat ge doet is u vastklampen aan een laatste strootje om niet in een diep gat te glijden. Als ge met uw laatste krachten alles probeert bij elkaar te houden. Dan soms geeft het leven u iets terug. Zomaar. Ge hebt gesmeekt en gebeden en ge werd niet gehoord, of toch?

Bij mij borrelde er ineens weer wat kracht en geloof vanbinnen. ‘t Was een zielig miezerig straaltje in het begin en ik had er niet veel vertrouwen in dat het iets te betekenen had. Maar het werd stilaan groter. En plots kijkt ge rondom u heen en ziet ge weer mogelijkheden. En die bergen en bomen krijgen hun kleur terug. En Bert wordt weer mijn schitterende rosse Viking waarmee ik samen aan het roer sta. En ik vind leuk werk. Heel snel. En op datzelfde moment vliegen de koekenbestellingen me rond de oren. Van Marseille tot Bordeaux, van waar komt dat ineens? Er is gewoon geen tijd meer om te kniezen. En vriendschappen worden dieper. Omdat miserie mensen nu eenmaal dichter bij elkaar brengt. En daardoor groeit ook mijn vocabulaire. Plots zit ik in ‘t Frans over mijn diepste zielenroerselen te praten. En word ik gevraagd om mee te werken aan een kunstproject. Mijn tekst in het Frans, stel je voor!

En ja, ons huis. Zelfs half afgewerkt is het een pronkstuk. ‘Plus jamais de ma vie’ dat ik me nog aan zoiets zal wagen maar God, al dat bloed, zweet en tranen, maar ook al die schone momenten en die helpende handen die daarin verweven zitten, het kan niet anders dan het schoonste huis van de wereld worden. Of toch dat van onze wereld. Die wereld van Bert, mezelf en mijn drie jongens die zo de moeite waard is om voor te vechten. En we zeilen vol moed de zomer tegemoet! Peace!

 

 

 

13466041_10206923604794062_856546405409086635_nDSCF7635DSCF789413507194_10206940670220687_5298744519022523204_n

Tijd die door je handen glijdt en een wereld die davert

Tja, het leven gleed door mijn handen. Ik had nochtans zo’n drang om te schrijven maar er was wederom die heerlijke zomerdrukte. En dat gaat hier gepaard met zo’n kracht dat ge ineens maanden vooruit wordt gekatapulteerd.
Vrienden, familie, vrijwilligers stromen toe, steken de handen uit de mouwen en bedelen om wat aandacht. En dat wordt met veel plezier gegeven. Ik laaf mij daar aan. Ik leg een reserve potje aan voor de eenzame, stille wintermaanden.
Het strobalenhuis groeit traag maar gestaag. Ik begin voorzichtig te dromen van verhuizen, ergens, hopelijk, volgende zomer…?
Er was werk, veel werk. Koeken bakken, winkeltje spelen, markten doen, huizen kuisen, klusje hier, klusje daar en koken. Ja ik heb de ziel uit mijn lijf gekookt tijdens de vele stages. Geweldige momenten waren dat.
En het was warm, zeg maar, schroeiend heet. Weken zonder een spatje regen. Ik kan me er al niets meer bij voorstellen. Als ik nu naar buiten kijk zie ik dreigende zwarte wolken, kletst de regen tegen de ramen en voeren de bomen een grillige dans uit.

De moestuin heeft erg geleden onder de hitte en mijn afwezigheid. En dat had zo zijn gevolgen voor de oogst. Laten we die gewoon maar als ‘schraal’ omschrijven. Ach ja, je kan niet alles tegelijk doen en volgend jaar beter!

En bij het vallen van de bladeren eigende ik mezelf een schrijvershol toe. Een kamertje in het oude gemeentehuis. Ooit nog het atelier van Freija. Een kamer vol geschiedenis en verhalen. Heerlijk zo’n eigen plek. Ik kan het iedereen aanraden! Een plek waar geen vuile werkmanskleren rondslingeren. Waar geen stro door de lucht dwarrelt. Waar vuile kinderhandjes geen plakkerige sporen kunnen achterlaten.

De jongens trokken na twee maanden ‘vrij leven’ weer naar school. Wat regelmaat en structuur werd door iedereen warm onthaald. Fons zijn laatste jaar in het kleine dorpsschooltje met zijn 34 leerlingen. Het zal wennen worden volgend jaar op ‘de grote school’ in Lamastre. Maar hij is er klaar voor. ‘De kleintjes’ beginnen hem danig op de zenuwen te werken.

En ik schaafde mijn Frans bij. Om mezelf uit mijn isolement te krijgen van afgelopen winter. En ook al staat er nog veel haar op, elke dag klinkt het ‘echter’. En het heeft me zeker geen windeieren gelegd. Na de aanslagen in Parijs, die de wereld doen daveren, bleek het maar goed dat ik me kon mengen in menige discussies. Oeverloos praten en discussiëren zit de Fransen in de genen. Maar een genuanceerde opinie, een onderbouwde mening, jezelf af en toe het zwijgen opleggen… dat is spijtig genoeg niet velen op deze wereld gegeven.

En tussen al dat verbaal en fysiek geweld in de wereld probeer ik een rustig nest te creëren voor mijn kinderen. Ergens op een berg in Frankrijk. In de bossen. Een grote houtstapel herinnert er ons aan dat ze vanaf volgende week sneeuw voorspellen. Dan zal het wonderlijk stil worden en voel je je geborgen. Ik heb die luxe en daar kus ik mijn beide pollekes voor. Ik voel het als mijn plicht, om als tegengewicht voor alle miserie in de wereld, het beste te halen uit het leven. Elke dag opnieuw.

11113910_10154295993379832_9167212707318361456_o

11265395_10154295983309832_166695508491524533_n

11999706_10154295998254832_8846409298596175558_o

12002553_10154295988854832_853701122067097437_o

12014968_10154295994189832_4219252439975583246_o

12015164_10154295998374832_2737895281245185593_o

12022328_10154295992559832_4071624976632945402_o

12038691_10154309871604832_8596417297988434042_o

12039195_10154295987159832_2532719041073869788_n

12042608_10154295986774832_4153466923191685016_n

12045428_10205376010905182_1968004264993890595_o

12068510_10154295988484832_5648538990332919479_o

12080350_10154305394824832_2821950672919545400_o

12095277_10154309871469832_407021215842716937_o

12182507_10205376009785154_3990892993941368284_o

12187994_10205376010105162_818511973682914739_o

IMG_20151110_173949

IMG_20151117_174407

De rondborstige migrante met rode huid en accent

Zal ik eens iets toegeven?
Voordat wij begonnen met de biscuiterie had ik nog nooit koekjes gebakken. Echt, nog nooit. Waarom? Geen idee. Ik had nochtans tussen al mijn kookboeken ook veel koekjesrecepten. Maar geen tijd? Geen zin?
In ieder geval was Bert altijd al diegene die beter was in fijnere patisserie. Ik ben de madam van het ‘grote koken’, het brutere werk. Over grote kookpotten gebogen, de kruiden opsnuivend en op ‘t gevoel verder gaan.

Bert heeft de grote pollen van een bakker in combinatie met het engelengeduld en de drang naar precisie die een patissier nodig heeft. Bert werkt rustiger, ordelijker en als hij een deeg uitrolt luistert die onmiddellijk en neemt de gevraagde vorm aan. Terwijl ik een gevecht moet leveren en dan afkom met iets dat je amper een ‘rol’ kan noemen. Eerder een verwrongen tak van een grillige wilgenboom.

Voor mij is experimenteren het leukste onderdeel in de biscuiterie. Daarna gaat het nogal bergaf met de ‘goesting’. En dat een koekje heel wat etappes doorloopt voor het in jullie mond verdwijnt mag geweten zijn. Als de deeg op punt staat, wordt die in grote getalen gemaakt. Nadien versneden, gerold of gespoten. Vervolgens afbakken en afkoelen. Van daaruit begint de tweede productie lijn: zakjes vullen. Zucht… Het begint met zeer precies een sticker van voor en van achteren aanbrengen op de doorschijnende zakjes. Nadien het vullen op de weegschaal. Het dicht sealen en als kers op de taart, euh koek, een gouden strikje. Vervolgens alles dateren en nummeren. Zijt ge nog mee?

Dan gaan de koekjes de stockage in en mogen er pas weer uit als ze verkocht worden. Sinds wij in het bezit zijn van een biscuiterie begrijp ik volkomen waarom een mens machines bedenkt. Waarom er fabrieken bestaan. Een mens, of ik toch, is niet gemaakt om dagenlang monotoon werk te verrichten. Ik ben eens gaan informeren naar zulke machines. Want eerlijk: wie maalt er de dag vandaag nog om dat iets “artisanaal of ambachtelijk” gemaakt wordt? Mensen zagen alleen maar dat ze onze koekjes te duur vinden maar beseffen niet dat elk koekje, ELK koekje dus, door onze handen glijdt! Enfin, ik hernam al snel het handwerk toen de prijzen ‘minstens 20.000 euro per machine in de keten’, me deden duizelen.

Het aller vervelendste echter vind ik ‘het verkopen’. Op veilig terrein in mijn eigen biscuiterie voel ik me als een vis in het water. Leuke praatjes met nieuwsgierige toeristen of een gezellig prietpraatje met één van de ‘locals’, geen probleem. Maar daarmee verdienen wij onze boterham niet. We moeten dus van onze berg af, trekken de grote, wijde wereld in. Markten, degustaties, animaties, winkels bezoeken. Och wat gruwel ik ervan. Daar sta je dan, open en bloot. Stuntelend van de zenuwachtigheid en er komt geen perfect woord Frans uit. Je wordt rood, begint te zweten en smeekt alleen maar dat de aarde zich op dat moment opent en je voorgoed kan verdwijnen.
De mensen staren je aan. Bekijken je van kop tot teen en als je klaar bent met je stotterende uitleg valt er een stilte.

En dan volgt er meestal zoiets als:
‘Een Nederlandse he? Ik heb meteen het Nederlands accent opgemerkt, nietwaar?!’
of
‘Ach ik dacht echt dat je een Nederlandse was want je rijdt met zo’n typisch Nederlandse wagen’ (wij hebben Volkswagen camionet)
of
‘Ja, u hebt echt zo’n huid en figuur als de modellen op de schilderijen van Rubens’

Echt pijnlijk wordt het als je opmerkingen krijgt in de trend van:
‘Een Belgische? Zoveel Belgen dat er hier toekomen, dat mag wel eens stoppen he?!’
of deze:
‘Ja maar, uw product kan je toch niet echt Ardèchois noemen?’ waarna ik uitleg dat we wel degelijk in de Ardèche wonen, lokaal produceren en waar mogelijk met lokale producten werken. ‘Ja maar, U bent toch niet van de Ardèche…’

En ik weet niet wat ik het ergste vind: het feit dat we nog steeds niet genoeg koekjes verkopen om van te leven of dat de mensen onze koekjes gewoon niet zien maar wel ‘een rondborstige migrante met rode huid en een accent’…

DSCF5125

DSCF5140

Eeuwenoude breuklijnen en lijmende koekjes

Het zijn verkiezingen. En zelfs in zo’n klein dorp als Nozières, in een commune met amper 271 inwoners zorgt dat voor heel wat commotie. Mijn idyllische dorp blijkt ineens uit twee kampen te bestaan. Daar waar ik altijd perfecte harmonie zag blijken er eeuwenoude breuklijnen te bestaan. En deze worden nu pijnlijk zichtbaar. Oude familievetes. Oude burenruzies. Niemand lijkt nog te weten waarom en wanneer deze twisten ontstaan zijn maar ze zullen we iets met water en land te maken hebben gehad. ‘Of een verboden liefde?’ denkt de romanticus in mij dan stillekes.

Wat het ook moge zijn. Ineens bestaat er in het dorp zoiets als ‘rechts’ en ‘links’ en bestoken beide zijden elkaar met modder. Er doen complot theorieën de ronde: er wordt glas voor mijn deur gelegd. Er is bangmakerij: jullie zullen jullie biscuiterie verliezen.

Er wordt zwaar campagne gevoerd: elke lijst probeert boerderij na boerderij binnen te halen.

De sfeer wordt grimmiger en wij krijgen een zak vol hondenstront kado van de buren. Want ja natuurlijk, het loopt hier vol loslopende honden maar de stront die op hun terrein ligt kan alleen maar van ons zijn. Ze hebben nog nooit geprobeerd om met ons te praten maar plaatsen wel een hek tussen de twee terreinen. Een daad van stille agressie, zo ervaar ik dat. Ik voel me voor ‘t eerst een vreemdeling. Een ongewenste buitenlander.

En we hebben hier ondertussen behoorlijk wat vrienden maar velen van hen zijn ook ‘niet van hier’. Want ook Fransen uit Parijs worden hier als ‘vreemd’ beschouwd. Sommige Ardèchois zijn nog nooit naar de zee geweest, laat staan naar een grote stad zoals Parijs. En een ander land is al helemaal ondenkbaar. Eeuwenlang waren het enkele grote families die hier het leven deelden. Je trouwde met een huwbare kandidaat uit een dorp verder en dat was het. Zo bleven grond, water en beesten binnen dezelfde gemeenschappen.

En ik kan me er wel iets bij voorstellen dat al die vreemd geklede, anders pratende en kleurrijke tropische vogels uit alle windstreken hier voor angst en wrevel zorgen. Dat mensen liever hebben dat alles rustig bij het oude vertrouwde blijft.

Maar zij weigeren te zien dat nieuw bloed ook nieuw leven laat stromen in dorpjes en gehuchtjes die anders ten dode staan opgeschreven.

Is het doemdenken of is het nu echt stiller in de straten? Verbeeld ik het me nu of zeggen sommige mensen plots geen ‘goedendag’ meer?

De angst slaat me met momenten om het hart. Zou onze droom van korte duur zijn?

De verslagenheid is groot als ‘de andere kant’ wint en sommigen reageren heel dramatisch. ‘Ik ben hier weg. Onder zo’n rechts bewind wil ik niet leven. Nu is het gedaan met de openheid.’

Maar Bert en ik besluiten om ons niet te laten doen. Allochtoon of niet. Of we hier nu gewild en welkom zijn of niet, we houden ons hoofd recht en besluiten om positief te blijven. Verzuring bestrijd je het best met optimisme en blijdschap.

De opening van onze kleine Biscuiterie Les Rabarines staat al langer gepland voor begin april. En we nodigen gewoon iedereen uit. Openheid tegen verdeeldheid.

Ik ben erg zenuwachtig. Wie weet komt er maar twee man en een paardenkop. We hebben met man en macht gewerkt. Zoveel mensen zijn komen helpen om alles rond te krijgen voor deze grote dag.

Maar mijn zorgen blijken ongegrond. Het is de laatste ambt dag van de aftredende burgemeester. Hij geeft bij ons zijn allerlaatste speech. Een trillend blaadje papier en een wegpinkende traan. Dan is het aan mij en met knikkende knieën geef ik mijn eerste Franse speech. Enkele verzoenende, positieve en hoopgevende woorden.

En dan gebeurt er iets magisch. Iets wat je niet kan forceren, noch kan plannen. Samengepakt in zo’n klein koekenbakkerijtje zijn mensen wel verplicht elkaar weer een hand en drie kussen te geven. En na al dat snoepen en een glas rode wijn wordt dat al eens een schouderklop en een knuffel. ‘En dat Nozières toch wel een geweldig dorp is. Dat het leven hier zo mooi is. En dat we hier nooit weg zullen gaan!’ De tafel wordt opzij geschoven en de beentjes gestrekt tot het laatste kindje onder tafel gekropen en daar in slaap gevallen is.

En het regent complimentjes: dat de timing niet beter kon zijn. Dat de koekjes het dorp weer zullen lijmen. Dat de zoete koekjesgeur die zich soms over het dorp verspreid de mensen gelukkig en vrolijk maakt.

Om de haverklap steekt er iemand zijn hoofd om de deur voor een korte babbel en grabbelt een koekje mee. Kinderen komen na school de potten leeglikken en de kruimeltjes hamsteren. Tijdens de middag komen de mannen die ons huis mee helpen bouwen er eten. En één keer per maand komen we er samen met wat vrouwen en zingen er Franse liedjes.

Een huisje met zoveel geschiedenis, waar de muren zoveel te vertellen hebben, is nu een betoverend peperkoekenhuisje.

DSC_2427

DSC_2430

DSC_2432

DSC_2438

DSC_2439

DSC_2444

DSC_2449

DSC_2472

DSC_2479

DSC_2490

DSC_2498

DSC_2504

DSC_2512

DSC_2514

DSC_2518

DSC_2528

DSC_2532

DSC_2537

DSC_2547

DSC_2555

DSC_2561

DSC_2562

DSC_2565

DSC_2566

DSC_2582

DSC_2626

DSC_2642

DSC_2650

DSC_2675

DSC_2680

DSC_2691

De grote stad en het peperkoekenhuisje

Net zoals in België baden we in het zonlicht en slaan we de lente over. En van een stille rustige winter bruist het plots van de bedrijvigheid. Een explosie aan energie zorgt ervoor dat we ineens op alle fronten tegelijk actief zijn: de fundamenten van het huis zijn vandaag gegoten. De biscuiterie krijgt elke dag meer vorm en opent 4 april zijn deuren. Het is echt een peperkoekenhuisje deze ‘ancien lavoir’ waar de vrouwen vroeger gezamelijk hun was kwamen doen in een groot bassin. En de eerste zaadjes zitten in de grond en je hoort overal de natuur ontwaken. Alles wriemelt en krioelt.

Op een zondagochtend trekken we naar Lyon. Op prospectie. We zoeken een goede en grote markt om onze koekjes te verkopen. We hopen dat in deze derde grootste stad van Frankrijk meer geld is zodat er meer te verdienen valt dan op de kleine marktjes in deze toch wel arme streek.

En wat een geweldige stad is Lyon! Bert en ik zijn allebei reuze enthousiast en opgewonden. Wat een leven en drukte. Alles beweegt. Dat zijn we niet meer gewoon na al die maanden in de bergen. Tussen al die hippe stadsmensen wordt ik me er dan ook ineens pijnlijk van bewust dat ik rondloop met vlekken op mijn broek, een wollen vest die wit ziet van het hondenhaar, een gat in mijn trui en vettige haar. Mijn afgeleefde lederen laarzen staan in schril contrast met de vele fijne hakjes waar de Françaises parmantig op rondtrippelen. En ik denk weemoedig aan al mijn hakjes die in de schuur stof liggen te vergaren, wachtend op een moment om nog eens in hun volle glorie hersteld te worden. Ik houd me halsstarrig vast aan de idee dat dat moment er ooit nog wel eens komt. Het ontlokt telkens veel gegniffel bij de toehoorders. Ik kijk mijn ogen uit in de etalages en Bert dankt God dat het zondag is en alle winkels gesloten zijn. En ik besef dat ik helemaal uit de mode ben en krijg de enorme drang om mijn schade in te halen. En dan besef je: ‘je kan het meisje wel uit de stad weghalen maar de stad krijg je toch niet zo snel uit het meisje…’ Bijna twee jaar geleden maakt we die grote switch maar sommige dingen veranderen nooit vrees ik.

Nu goed, ik laat me dan maar gaan op de markt en koop een berg asperges (veel te veel), en bloemen (die ik evengoed hier ergens uit de grond kan schoppen) en knalrode, grote en perfect gevormde aardebeien (veel te vroeg, veel te duur, zeker niet van hier en al helemaal niet biologisch) maar hey, de boog kan niet altijd gespannen staan he?!

En we drinken koffie op een terrasje aan het water en vallen achterover van de prijzen: 3 euro voor ne koffie?!!! Och ja, we zijn in ‘dé grote stad’ en daar rolt er geld en dat is maar goed ook want wij gaan daar koekjes verkopen tot ze iedereens oren uit komen.

Gust blijkt een ware holbewoner. Un petit sauvage. Denkt dat er maar één stad bestaat, namelijk de ‘oma stad’ dus hij is door het dolle heen. We krijgen hem maar niet uitgelegd dat oma zo’n 800km verder woont, in een andere stad. En hij wijst en gilt als hij mensen met een hoofddoek ziet: ‘Kijk mama een spook’ en verstopt zich achter mijn benen. En Gust gaat het liefste naar school met zijn grote zwem bril op. Hij vind dat ongelooflijk ‘cool’. Dus als we een skiwinkel passeren kan zijn geluk niet meer stuk: zo’n coole grote brillen en flashy schoenen. He loves it!

En het is een blits bezoekje maar we komen zeker nog terug. En ook wel eens zonder de kinderen want zij vinden zo’n stadsbezoek echt niet leuk. En als je kinderen zo martelt dan krijg je hele fijne reacties:

Gust stampvoeten en met gebalde vuistjes: ‘Ik ben niet jouw dikke vriend!’

Jules: ‘Jij bent geen mama want geen enkele mama zou haar kindjes zoiets aandoen’ en dan volgt er een ellelange opsomming van wat ik allemaal fout doe en wat voor een verschrikkelijke moeder ik wel niet ben.

Fons, huilend: ‘Dit is de saaiste en verschrikkelijkste dag van mijn leven!’

Maar gelukkig is er Brando, onze adoptiehond vernoemd door zijn Bulgaarse reddende engelen, naar Marlon Brando. ‘Omdat hij dezelfde blik heeft als Marlon Brando’. Ge vraagt u dan af over welke Marlon Brando ze het hebben maar soit. Hij is de liefste en rustigste hond ooit. Dikke vriendjes met Jacky, de poezen en de kinderen. Altijd blij om jou te zien en op zoek naar een knuffel. Toch iemand die je geen monster vindt…

 

Winnie.

IMG_4921

Bergwandjes afsnijden…

IMG_4936 (1)

IMG_4937

Droogmuur in opbouw en bezoek uit België.

IMG_4986

IMG_4990

IMG_5045

Jacky & Tommy zagen dat het goed was…

IMG_5067 (1)

 

Selfie!

IMG_5022

Marlon Brando in tha house!

IMG_5102 (1)

IMG_5121 (1)

Iedereen heeft een eigen modegevoel…

IMG_5170

Als het kriebelt moet je wroeten in de grond.

IMG_5297

Love is…elkaar bijten.

IMG_5305

On top of the world! (Rochebloine)

IMG_5337

IMG_5355

IMG_5361

Love is… samen slapen.

IMG_5383

Koppenlopen in Lyon…

IMG_5393

IMG_5415

Wat zand van papa’s graf in BXL en van Jozef: de lege urn, zijn leesbril en laatste pintje. Ze zullen ons zelfgebouwde huis nooit zien maar staan wel mee aan de voet ervan…

 

IMG_5448

IMG_5458

IMG_5460

IMG_5485

IMG_5495

IMG_5505

IMG_5516

Het hout voor het houtskelet ligt al klaar.

IMG_5543

Het peperkoekenhuisje & een boos kindje met groene cowboyboots.

IMG_5722

Het peperkoekenhuisje & het breakdansend kindje.

IMG_5844