ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Monthly Archives: April 2015

You are browsing the site archives by month.

De rondborstige migrante met rode huid en accent

Zal ik eens iets toegeven?
Voordat wij begonnen met de biscuiterie had ik nog nooit koekjes gebakken. Echt, nog nooit. Waarom? Geen idee. Ik had nochtans tussen al mijn kookboeken ook veel koekjesrecepten. Maar geen tijd? Geen zin?
In ieder geval was Bert altijd al diegene die beter was in fijnere patisserie. Ik ben de madam van het ‘grote koken’, het brutere werk. Over grote kookpotten gebogen, de kruiden opsnuivend en op ‘t gevoel verder gaan.

Bert heeft de grote pollen van een bakker in combinatie met het engelengeduld en de drang naar precisie die een patissier nodig heeft. Bert werkt rustiger, ordelijker en als hij een deeg uitrolt luistert die onmiddellijk en neemt de gevraagde vorm aan. Terwijl ik een gevecht moet leveren en dan afkom met iets dat je amper een ‘rol’ kan noemen. Eerder een verwrongen tak van een grillige wilgenboom.

Voor mij is experimenteren het leukste onderdeel in de biscuiterie. Daarna gaat het nogal bergaf met de ‘goesting’. En dat een koekje heel wat etappes doorloopt voor het in jullie mond verdwijnt mag geweten zijn. Als de deeg op punt staat, wordt die in grote getalen gemaakt. Nadien versneden, gerold of gespoten. Vervolgens afbakken en afkoelen. Van daaruit begint de tweede productie lijn: zakjes vullen. Zucht… Het begint met zeer precies een sticker van voor en van achteren aanbrengen op de doorschijnende zakjes. Nadien het vullen op de weegschaal. Het dicht sealen en als kers op de taart, euh koek, een gouden strikje. Vervolgens alles dateren en nummeren. Zijt ge nog mee?

Dan gaan de koekjes de stockage in en mogen er pas weer uit als ze verkocht worden. Sinds wij in het bezit zijn van een biscuiterie begrijp ik volkomen waarom een mens machines bedenkt. Waarom er fabrieken bestaan. Een mens, of ik toch, is niet gemaakt om dagenlang monotoon werk te verrichten. Ik ben eens gaan informeren naar zulke machines. Want eerlijk: wie maalt er de dag vandaag nog om dat iets “artisanaal of ambachtelijk” gemaakt wordt? Mensen zagen alleen maar dat ze onze koekjes te duur vinden maar beseffen niet dat elk koekje, ELK koekje dus, door onze handen glijdt! Enfin, ik hernam al snel het handwerk toen de prijzen ‘minstens 20.000 euro per machine in de keten’, me deden duizelen.

Het aller vervelendste echter vind ik ‘het verkopen’. Op veilig terrein in mijn eigen biscuiterie voel ik me als een vis in het water. Leuke praatjes met nieuwsgierige toeristen of een gezellig prietpraatje met één van de ‘locals’, geen probleem. Maar daarmee verdienen wij onze boterham niet. We moeten dus van onze berg af, trekken de grote, wijde wereld in. Markten, degustaties, animaties, winkels bezoeken. Och wat gruwel ik ervan. Daar sta je dan, open en bloot. Stuntelend van de zenuwachtigheid en er komt geen perfect woord Frans uit. Je wordt rood, begint te zweten en smeekt alleen maar dat de aarde zich op dat moment opent en je voorgoed kan verdwijnen.
De mensen staren je aan. Bekijken je van kop tot teen en als je klaar bent met je stotterende uitleg valt er een stilte.

En dan volgt er meestal zoiets als:
‘Een Nederlandse he? Ik heb meteen het Nederlands accent opgemerkt, nietwaar?!’
of
‘Ach ik dacht echt dat je een Nederlandse was want je rijdt met zo’n typisch Nederlandse wagen’ (wij hebben Volkswagen camionet)
of
‘Ja, u hebt echt zo’n huid en figuur als de modellen op de schilderijen van Rubens’

Echt pijnlijk wordt het als je opmerkingen krijgt in de trend van:
‘Een Belgische? Zoveel Belgen dat er hier toekomen, dat mag wel eens stoppen he?!’
of deze:
‘Ja maar, uw product kan je toch niet echt Ardèchois noemen?’ waarna ik uitleg dat we wel degelijk in de Ardèche wonen, lokaal produceren en waar mogelijk met lokale producten werken. ‘Ja maar, U bent toch niet van de Ardèche…’

En ik weet niet wat ik het ergste vind: het feit dat we nog steeds niet genoeg koekjes verkopen om van te leven of dat de mensen onze koekjes gewoon niet zien maar wel ‘een rondborstige migrante met rode huid en een accent’…

DSCF5125

DSCF5140