ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Monthly Archives: August 2013

You are browsing the site archives by month.

Het relaas van een gebroken hart.

Niets zo eenzaam als verdriet hebben. Daar had iemand me op de begrafenis reeds attent op gemaakt. Bert en ik allebei geknakte bloempjes. Soms heel dicht bij elkaar, soms zo veraf.

Het liefst in het nest vertoeven van de dichte familie. Allemaal ooggetuigen van de laatste maanden, weken, dagen en uren. Geen woorden zijn er nodig om te zeggen hoeveel pijn het doet. Hoe groot het gemis is. Hoe alles anders is nu. Zo’n grote leegte die papa achterlaat. Iedereen moe, diep diep moe. Voor iedereen staan de laatste momenten op ‘repeat’  in ons hoofd. Zoals bij een bevalling is alles haarscherp geregistreerd.

Er zijn ook geen spelregels voor het rouwen. Geen handleiding. Het is er ineens. En doet met jou wat het wilt. Je ondergaat. Soms denk je verwonderd: ‘hey, dit lukt me wel’ om vervolgens helemaal onverwachts onderuit geslagen te worden.

Dat het nog niet helemaal doordringt blijkt uit het feit dat ik heel de tijd tegen mezelf zeg: ‘dit moet ik eens aan papa vragen’. Zelfs direct na de begrafenis, verwonderd over zoveel dingen die er gezegd werden waar ik zelf geen weet van had. ‘Goh, daar moet ik eens met papa over praten’, terwijl ik de auto instap. Om dan te beseffen dat je achter zijn kist rijdt…

Ik loop in de Fnac op zoek naar het debuut van Griet Op De Beeck. Ze schreef zo mooi over papa dus ik wil weten of ik het boek van haar ook zo mooi vind. Ik krijg tranen in mijn ogen van al die boeken. En plots is het allemaal zo droevig. Papa die nooit meer iets zal kunnen lezen. Ook niet mijn boek.

Iemand roept: ‘Dirk!’ Mijn hart maakt een sprongetje en ik draai me met een ruk om. Een oude man spreekt zijn zoon aan. Onbekenden.

Het valt me op dat je in een stad zelden naar de lucht kijkt. In Frankrijk doen we niets anders. Hoeveel tinten grijs zouden er zijn? Maar grijs past nu bij me. Zon kan ik niet verdragen.

Muziek mijd ik. Dan glijd ik direct af.

Pijn als een aanzwellende druk van binnenuit. Alsof je uiteen gaat spatten. Maar ik kan niet wenen. De stoom wordt niet afgelaten. Ze ebt web. Voor even.

Hypochondrisch gedrag. Moeite met slikken omdat ik zo’n pijn heb in het midden van mijn borst. Van borstbeen tot ruggengraat. Slokdarmkanker. Longkanker. Ik heb het zeker. Of misschien is het gewoon een gebroken hart?

Wilde onrustige dromen. Vol symbolen, angst en verdriet. Papa zoeken in een behekst huis. Ik weet dat hij daar ergens is. Ik loop van de ene naar de andere kamer. Ik blijf hem maar roepen. Er zijn veel meer kamers dan het huis kan bevatten. Het is een eindeloos spookhuis. Ik vind hem nergens. Doodop als ik wakker word. Geen rust, nergens.

De banaliteit van het leven. Jozef zijn huis leeghalen direct nadat papa begraven is. Een heel leven dat in vuilniszakken en dozen wordt gestoken. Alles wat een heel leven verzameld werd, wat betekenis had, wordt herleid tot betekenisloze voorwerpen die niemand nog wilt. Een huis wordt helemaal uitgekleed. Naakt, kwetsbaar.

Verdriet is ook kinderlijk. Papa zei me ooit, toen het slecht ging met super oma, dat hij zich een klein jongetje voelde dat om zijn moeder schreeuwde. En direct erna vroeg hij zich luidop af of dat voor ons dan ook zo zou zijn? Natuurlijk. En ook ik denk aan mijn kinderen en vraag me af waarom je dan kinderen wilt en krijgt? Dat het toch iets heel egoïstisch is als ‘het leven enkel één grote les in loslaten’ is? Existentiële vragen. ‘This too shall pass’.

En ik wil meer leven zoals papa. Waarachtig. Intens. Eerlijk zijn met jezelf en tegenover jezelf. Wijze woorden van papa. En ja, ik moet stoppen met roken. En moet minder drinken. En dringend afvallen. En meer schrijven. En meer spelen met de kinderen. Ze wijze levenslessen bijbrengen. En meer wandelingen maken in de bergen. En meer genieten van de zonsondergang of vallende bladeren. En ik moet meer lezen. En ik moet meer tijd besteden aan mijn familie en vrienden. En ik moet…en ik moet…en eigenlijk moet ik helemaal niets, zeker nu niet.

p_medium_301

(Photo: Dirk Braeckman)

‘Het wordt nooit meer zoals vroeger. Maar dat geeft vleugels aan het herinneren’ (Dirk Lauwaert)

Liefste Papa,

Ik voel me klein tussen al deze meesters van het woord die jij zo zorgvuldig uitkoos en met wie je je kon meten. Je hebt zoveel mensen geraakt en geïnspireerd. Een wijze man. Een oude ziel. Maar voor ons, voor ons was je vooral een vader.

De stilte die je achterlaat staat in schril contrast met de storm die nu binnen in ons woedt. Stuurloze schepen die kraken onder de inbeukende golven van verdriet. Wankelende gebouwen omdat een fundament is weggerukt.

Maar je laat een overvloed aan levenswijsheid en herinneringen na.

De toegangspoort naar jouw wereld. Blauwe rook die vanonder de deur kringelt. Een razendsnel typemachien met afwisselend ijsberen. Soms mochten we binnen. Liggend op de rode sofa. Heel stil. En dan koos je een boek uit de muren van het boekenhuis. Heel voorzichtig mochten we erin bladeren.

Een trotse mooie vader die zolang weigerde een bril te dragen en nog liever in een spartaanse houding, met één oog bedekt, een boek las. Debardeurkes en mooie hemden.

Warme avonden in Italië. Jij die zingend door de nacht nog bij de wijnboer aanklopt.

Verre wandelingen met vele kinderen in je kielzog ‘papa, zijn we er bijna?’ Maar ook mee reizen in je hoofd. Details. Verbanden. Beelden en steden leren lezen.

Liefde voor het warme nest dat onze familie is. Met super oma helemaal bovenaan. Iedereen krijgt zijn plekje. Jouw aandacht. Jouw tijd. Jouw zorg.

En jouw liefde gaat ook door de maag. Pijnlijke buikjes van teveel spaghetti ‘au au papa je moet de volgende keer zeggen dat ik moet stoppen met eten!’.

Maar ook een vader die een vreselijke medebewoner kreeg. Een monster dat meteen  de aanval inzette op de troonzaal van je lijf.

Jouw klavertje vier. Vier herenigde gieberende meisjes op je bed die je één voor één toespreekt met je ogen. En wij zwaaien je uit met tranen die rivieren vormen. Harald die op je buik blaast en jou doet schudden van het lachen. Jouw twee prinsen die je moedig en statig flankeren tot aan de kade. Andreas, jouw evenbeeld en Dorian, jouw trouwste metgezel. En zo graag hadden Reinhilde en jij samen naar de overkant gezeild maar de wetten en regels van het leven schrijven iets anders voor. Een onbreekbare eenheid wordt toch gescheiden.

Je versteende gezicht met een krullend lachje, ondeugend zelfs. En wij geloven graag  dat het heel gezellig is daarboven in de hemel. Een hemel waar ik nooit in geloofd heb maar waar ik nu om smeek.

‘Till we meet again’ papsi!

foto copy

 

Dirk Lauwaert:

* In De Witte Raaf: ‘De niet meer gezonde man’: http://www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/3870

* Cobra: http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/130812-sa-dirk_lauwaert_overleden

 

De werkkamer van Dirk Lauwaert door Koen Broucke:

Werkkamer Dirk Lauwaert 1 lr Werkkamer Dirk Lauwaert 2 lr