ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Monthly Archives: November 2012

You are browsing the site archives by month.

Een dik pak wolken in mijn hoofd

Het kan niet altijd rozengeur en manenschijn zijn wat de klok slaat. Ook niet bij ons. De laatste dagen zitten er meer grijze wolken in mijn hoofd dan dat er buiten, beneden in het dal, hangen.

Ik voel me dan ook al een tijdje niet zo goed. Zo’n stomme verkoudheid die maar niet over wilt gaan en al je energie opslorpt.

De temperaturen hebben hier ook een fikse duik genomen en we verwachten elk moment sneeuw. Ziekte en koude is geen leuke combinatie.

Het slechte nieuws van het thuisfront plakt aan mijn lijf en sluimert in mijn hoofd. Twee letterlijk doodzieke papa’s is niet altijd zo makkelijk te dragen. Er steekt toch geregeld een klein stemmetje van schuldgevoel op dat je zo ver weg zit. En we zwijgen maar over de fatalistische doembeelden.

En dan zijn er banken die maar niet meewillen voor een lening. Bert die tijdelijk werkt in een restaurantkeuken en ondervindt wat het is om een onderbetaalde buitenlander te zijn die niet echt serieus genomen wordt. Ik die als eerste job moet gaan kuisen bij mensen en zich, al toiletpot schrobbend, afvraagt  of  ze ooit nog iets leuks zal kunnen doen. Vertalingen die maar niet opschieten en al het werk vertragen etc etc

U ziet: ook in de meest paradijselijke settings kan een mens veranderen in een zeurkous met heel wat zelfmedelijden…

Maar het is natuurlijk niet allemaal kommer en kwel. Ons mama, ‘Oma-Thomas’, is op bezoek geweest en dat was een heerlijk weerzien.

Zo heeft trouwens elke grootouder van de kinderen een bijnaam heeft gekregen om het overzicht te bewaren: je hebt Oma-Thomas, Oma-Annie, Opa-dierentuin en Opa-Brussel. En niet te vergeten Super-oma, de overgrootmoeder.

Beladen met kadootjes, spulletjes en lekkers, meegebracht vanop haar continue trektocht over deze wereldbol, blijft ze tot ieders verbeelding spreken. Misschien wil ze wel niet dat ik er iets van zeg maar morgen wordt ze 70 jaar! De zusjes en ik konden het zelf amper geloven. Ja je kan alleen maar dromen dat je zo gezwind oud mag worden!

Gust maakte alvast voor deze gelegenheid een tekening met allemaal ‘één-oogjes’. Hij houdt zijn pennetjes altijd zo fijn vast tussen wijsvinger en duim en maakt sierlijke kronkeltjes. Helemaal niet het grove vuistjes tekenen van een tweejarige. Ik zit daar altijd naar te kijken want het is zo’n contrast met zijn anders nogal bruut geweld. Zoals hij vuistslagen uitdeelt aan zijn broers of zich met volle gewicht op hen werpt bij het ravotten, doet Bert en mij telkens weer besluiten dat hij een echt ‘Jeromeke’ is. Maar tekenen doet hij als een verfijnde graficus.

Fons begint zich zo thuis te voelen in de natuur dat hij zelfs in het donker met een pillamp buiten gaat spelen. Brrrr zelfs iets dat ik nog veel te spannend vind hier in de bossen.

Ook Jules krijg je in het donker met geen stokslagen meer buiten maar dat is omdat zijn verbeeldingswereld nog zo groot is. Zo ziet hij overdag overal sporen van wolven. Grote stukken schors weg?  Afgeknakte takken? Een grote stront? ‘Zie je wel, ik zei je toch dat het hier vol wolven zit!’

 

Sneeuwpret en psychedelische paddenstoelen

En plots is ze daar, de herfst, in al haar kleurenpracht! Bijna van de ene op de andere dag staat alles in vuur en vlam.

Zo anders dan in België. Geen grijze deprimerende bedoeling, nee, kleuren, kleuren en nog eens kleuren en soms nog zo warm dat we in t-shirt buiten kunnen eten.

Toch worden we allen één moment opgeschrikt door een sneeuwstorm, een etmaal lang. Winnie, onze Belgische poes die ondertussen mee geëmigreerd is, stond midden in de nacht aan ons bed te janken. Ik vreesde al dat er beneden een brand woedde maar het bleek de sneeuw te zijn waar ze zo gek op is. Ze  wilde gewoon buiten gaan spelen en vindt het heerlijk om als een ware sneeuwpanter door de sneeuw te stuiven.

Wij lieten de sneeuwstorm niet aan ons hart komen en stookten het haardvuur hoog op. We ondervonden zo dat de openhaard het niet de hele nacht trekt. Het zal dus nog pittig worden de komende winter:  we zullen ‘s nachts regelmatig moeten opstaan om hout op het vuur te gooien willen we niet in de vrieskou ontwaken…

Na een obligatoir sneeuwballengevecht nestelen de kinderen zich in de zetel met een filmpje en ik sla aan het kokerellen. Momenteel volg ik een vastenkuur en dan krijg ik altijd kleine masochistische trekjes. Ik maak dan de lekkerste dingen klaar en wil dan dat iedereen er van eet zodat ik kan vragen: ‘Vertel me eens hoe dat proeft? Is het zoet genoeg? Krokant genoeg? Moet er meer chocolade bij? Etc’

En zo wordt iedereen in huis vetgemest met huisgemaakt donuts, olliebollen, meringues, rozijnenbrioches, pain perdu, cakes met kastanjes, pompoen of banaan,….

Als de sneeuwstorm is gaan liggen komt Eli, de stokoude geitenboer van onderaan de berg, even polsen of alles in orde is met ons. Hij kan er maar niet van over dat het eind oktober al gesneeuwd heeft. Dat heeft hij in zijn 72 jaren levensbestaan nog nooit meegemaakt! Ik ben dan weer verbaasd als ik zie hoe hij, en zijn vrouw trouwens ook, die steile berghellingen opwandelen alsof het niets is. Iets dat ik in de verste verte nog niet kan. Ze zijn echt met ‘bergen in hun bloed’ geboren.

Ik kom zijn vrouw regelmatig tegen, op steile hellingen dus, terwijl ze wilde paddenstoelen plukt. Als ik dan zie wat voor lekkers er allemaal in haar mandje ligt dan loopt het water me in de mond. Dus op een dag beslis ik er ook op uit te trekken. ‘Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?’ denk ik. En ok, op algemeen aanraden ga ik eerst een brochure halen in de apotheek waarin alle giftige paddenstoelen vermeld staan. Ik val bijna steil achterover als ik geen foldertje maar bijna een boek in de handen gedrukt krijg. Zoveel verschillende soorten en zoveel zeer giftige, ja zelfs dodelijke, en ze lijken allemaal op elkaar! En op de koop toe verneem ik dat er op het plateau psychedelische paddenstoelen groeien. Gekend door iedereen en zeer gegeerd. Ze zijn het best na een nachtje vrieskou weet een moeder van de school me te vertellen.

Stel je voor dat ik die per ongeluk in het omelet van de kinderen draai… Dus stel ik mijn zoektocht uit tot ik met een ervaren leermeester mee op trot kan.

Ik probeer nu, voordat er meters sneeuw liggen, zoveel mogelijk te gaan joggen. Dat is hard labeur in de bergen en ik ben ook op mijn hoede voor al die halve wilde honden op de boerderijen. Maar nu het jachtseizoen is ben ik extra alert.

Stel je voor dat ik omver wordt gelopen door een woest everzwijn dat rent voor zijn leven! Of nog erger: ik door de jachthonden zal aangezien worden als een lekker dik zwijntje en zij met mij aan de haal gaan…

De kinderen hebben momenteel twee weken vakantie. Voor Jules net op tijd. Hij heeft het het moeilijkste op de school. Fons is van nature al meer een einzelgänger en ondervindt minder last van het niet volledig kunnen deelnemen aan het groepsgebeuren. Daarbij, hij is erg populair. Een meisje, Amber, verklaarde hem reeds de liefde maar het is niet wederzijds. Fons vindt haar iets te mager… (een perfecte man in wording, I know!)

Jules is altijd al een groepsbeest geweest. Veel vriendjes en een echte babbelkous. Dus erg frusterend dat hij zijn ei nog niet kwijt kan in het Frans. Nogthans beheerst hij het Franse alphabet als geen ander en corrigeert mij met regelmaat: ‘Mama, dat is geen ‘jee’ maar een ‘sjie’!’

Gust zijn potty-training zit in een laatste fase. Hij sleept nu zijn potje in het toilet, wringt zichzelf er dan nog ergens bovenop en de deur moet toe. Het is een piepklein kamertje dus comfortable kan dat niet zijn maar iedereen weet dat je tweejarigen niet zomaar van een idee afbrengt! Iets dat je misschien bij een derde kind gewoon niet zo hard meer probeert. Je weet dat alles uiteindelijk van voorbijgaande aard is en je probeert enkel nog die driftbuien te vermijden.

Overdag, als zijn broers op school zijn, speelt hij met de katten. Op handen en voeten rent hij achter hen aan en miauwt. De katten stuiven dan de bomen in! En dat is misschien maar goed ook want toen hij ze een keer te snel af was zag ik hoe hij één van hen uitbundig begon te likken! Een mondje vol haar was het gevolg…

En ik heb een droom. Stilaan krijg ik een beeld van wat ik graag zou willen doen hier. Ik zou een grote kruidentuin willen aanleggen en deze kruiden, bloemen en planten willen gebruiken en verkopen. Niet alleen om mee te koken, thee te trekken maar ook medicinaal en cosmetisch. Ik zie mezelf al als een oud kruidenvrouwtje in de bergen…