ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Monthly Archives: September 2012

You are browsing the site archives by month.

Loslopende geitjes en Ball Folk

De vraag die op menige lippen brandt is uiteraard: ‘hoe gaat het nu met de jongens op ‘t school?’

Awel, ik kan alleen maar zeggen dat het één groot succes is. De jongens gaan elke ochtend goedgehumeurd naar de school en ze zijn super gelukkig als we ze ophalen. Wat kan een ouder zich nog meer wensen? Mijn ongerustheid was dus totaal ongegrond, typisch.

Er zijn twee klasjes: één klas met kleutertjes, waar Jules zit, en één klas met alle lagere schoolkinderen, waar Fons zit.

De school begint een heel pak later, om 9u, en is op 5 minuutjes rijden van hier dus dat is echt zalig. Geen gehaast meer ‘s morgens, geen files, geen stress meer tout court!

En tussen de middag gaan de kinderen eten in het restaurantje van Bernadette, tegenover de school. En zoals dat hier in Frankrijk gaat, wordt er ‘s middags zeer uitgebreid gegeten. De kinderen krijgen telkens 4 gangen voorgeschoteld!

Totnutoe spreken Fons en Jules meestal Nederlands tegen hun speelkameraadjes. Jules is er heilig van overtuigd dat zij dat verstaan. Dolgelukkig meldde hij ons de eerste dag: ‘Maar mama, die kinderen hier spreken gewoon Nederlands!’

Maar nu we drie weken verder zijn merk ik dat er af en toe een Frans woord in hun zinnen sluipt zonder dat ze het zelf doorhebben. Er moet dus in hun hoofdje, zonder dat ze het zelf beseffen, een heel proces aan de gang zijn. Fascinerend vind ik dat.

Onze living hangt hier vol lijstjes Franse woorden. Ook voor Bert en mij helpt dit om ons Frans vanonder een dikke laag stof te halen.

Gust kan vanaf januari halve daagjes naar ‘t school. Ondertussen blijft hij gezellig thuis en is nu bij uitstek het meest verwende kakkewietje van de drie. Maar ook hij maakt vorderingen en draagt overdag geen pamper meer. Af en toe kakt hij nog wel liever in het midden van de natuur, gewoon broekje af waar hij staat en hurken maar, maar dat krijgen we er wel uit tegen dat hij naar het school moet. Hoop ik toch.

En hij kent de Franse beleefdheidscodes beter dan eender wie van ons: hij zwaait en roept ‘bonjour’ tegen iedereen die hij tegenkomt. Geeft de bankdirecteur een stevige handdruk over diens bureau en kust en knuffelt de burgemeester dat het een lieve lust is. Het zal niet lang duren of ze gaan dat luidruchtig manneke met zijn lange blonde haren hier allemaal kennen.

De afgelopen weken zijn druk geweest. Niet alleen omdat wij na maanden weer wat routine moesten vinden als gezin, maar ook omdat er hier hard gewerkt wordt. Bert werkt bij Hanne en Jonas mee aan de laatste zaken om hun huis voor de winter klaar te krijgen.

Ik heb veel moeten schrijven, vooral in opdracht, waarover later meer. Maar ik ben ook volop bezig met alle paperassen in orde te maken om ons hier in te schrijven en ons bedrijfje voor vakantiehuisverhuur en huisbeheer van de grond te krijgen. En dat het woord ‘bureaucratie’ van Franse oorsprong is, heb ik aan den lijve mogen ondervinden. Werkelijk voor alles, maar echt voor alles, hebben ze hier een papiertje nodig en moet je van jut naar jaar. Enfin, we komen hier wel door en ondertussen leer ik het Franse systeem en taal steeds beter kennen.

Ik heb me ook volledig gegooid op het bakken van verse (desem) broden, het (in)maken  en verwerken van vanalles en nog wat: tomatenkonfituur, pompoenkonfituur, vlierbessengelei en –hoestsiroop, ingelegde gember met citroenen voor pijnlijke keeltjes, verse yoghurt, perzikchutney, etc etc Heerlijk vind ik het en ik neem de mislukkingen er zonder klagen bij.

Afgelopen weekend verzamelden de mannen zich hier met hun speelgoed en werd er duchtig gekapt in het bos. Spectaculaire momenten zijn dat als die bomen zich plots overgeven en ter aarde gaan. Vrouwen en kinderen stonden enthousiast aan de zijlijn. Fier op onze stoere mannen die de tijd van hun leven hadden.

Nu hebben we veel meer licht  en ons uitzicht is nog veel mooier. Zelfs als het hier nu stormt en regent zoals de afgelopen dagen, ziet het er nog altijd ongelooflijk knap en indrukwekkend uit. Wat een verschil met de regendagen in Antwerpen, waar je soms echt het gevoel hebt dat er een dweil over de stad is gespannen.

De stokoude geitenboer, August, die beneden aan de berg woont, komt donderdagnamiddag steevast koffiedrinken want dan leest zijn vrouw de gazet. Na zoveel jaren huwelijk onstaan er dus zulke heerlijke patronen. Wij babbelen dan wat over koetjes en kalfjes, of beter geitjes, die af en toe uitbreken en dan ineens overal bij ons in de bomen hangen. Een geit kan dus echt heel goed klimmen he!

Als absolute topper wordt er twee keer per maand een initiatie volksdans gegeven in het feestzaaltje van de school. Want als ge hier niet kunt volksdansen kunt ge het wel vergeten om nog eens goed te gaan feesten. ‘Eens goed gaan stappen’, betekent hier een ‘ball folk’ op een boederij. En voor ‘t eerst in mijn leven ben ik mijn volksdansjuf vanop de Steinerschool innig dankbaar dat zij ons, toendertijd zwaar tegen onze zin, al die volksdansen aangeleerd heeft, want ik kan redelijk goed volgen en wonder boven wonder, ik doe het nog heel graag ook! Bert darentegen…

En dan is het al gauw een uur of tien en dat is tegenwoordig al heel laat voor ons want wij kruipen zo met de kippen mee op stok. Na jaren nachtwerk vinden wij het zalig om lekker vroeg onder de wol te kruipen. Ik bedenk me bijna dagelijks hoe anders mijn leven er uit ziet dan pakweg een jaar geleden. Ik voel me nog elke dag gezegend.

De overbevolkte berg en een week hart

De rust op de berg was van zeer korte duur en voor we het goed en wel doorhadden werd de berg overspoeld door familie en vrienden.

En niet dat we niet blij waren van iedereen daar te mogen ontvangen en aan iedereen te mogen laten zien waar we ooit ons eigen huis zullen neerpoten, maar soms was het wat van het goede teveel.

‘Dit gaan we volgend jaar anders doen’, hebben we meermaals tegen elkaar gezegd. En niet dat we geen mensen meer willen ontvangen, integendeel, maar met mate: niet teveel tegelijk en niet te lang en met wat tussenpozen. Al doende leert men…

En dat er nog engelen bestaan op deze wereld bewijzen de mensen van het vakantiehuisje waar we onze intrek in hebben genomen tot ons huis gebouwd is. Helemaal gratis mogen wij hier wonen. Hier en daar een klusje, wat bomen verzagen, het huis goed beheren, meer niet. Dat is een godsgeschenk in een tijd waarin we nog steeds geen vast werk hebben.

En dat het een goede plek is werd nogmaals bewezen toen er na een dag of twee, ineens een jengelende rosse kater voor de deur stond. Nu wil het toeval dat ik me altijd had voorgenomen om hier in Frankrijk een ros katje te nemen en dat de naam ‘Carotte’ te geven. En zo geschiedde zonder enige tussenkomst van onzentwege. Carotte is ondertussen niet meer weg te denken uit ons leven al is het maar omdat hij zo hard kan jengelen en zagen dat je hem onmogelijk kan negeren. Hij krijgt hier ongelooflijk veel eten dus daar kan het niet aan liggen en toen hij overlaatst net voor onze voeten, twee volledige muizen uitkotste, ja zelfs de snorhaartjes en staartjes waren nog te zien, wist ik het helemaal zeker. Hij zaagt niet omdat hij honger heeft maar eerder omdat hij heel de tijd aandacht en streeltjes wilt. En ondanks het feit dat als je hem streelt, hij een berg haar verliest, je aflikt en vol kwijlt, hij je krabt en bijt, als hij je dan smekend en dolverliefd aankijkt met zijn mooie gele ogen, ja, dan vind je dat allemaal niet zo erg meer. Ja, het eerste binnengehaalde ‘straat’beest is ook hier weer een feit.

Bert zoekt zijn rust, zeker na het slechte nieuws ivm de gezondheid van zijn vader, in het buitenshuis werken. Als hij niet bezig is bij Hanne & Jonas, restaureert hij hier de buitentrap, zaagt met zijn nieuwe, doodenge speelgoed bomen in stukjes die hij daarna bewerkt met een grote bijl. De wintervoorraad hout groeit met de dag. Hij installeert een brievenbus zodat we ons hier kunnen domiciliëren en met iedereen samen leggen we een kruidentuintje aan.

De jongens spelen in het bos. Ze bouwen er grote en kleine kampen. Een paar dagen geleden zagen we hoe de geitjes van onze buurman over ons terrein liepen tot grote vreugde van de kinderen. De geiten werden in de weide onderaan het bos geplaatst. We liepen ernaartoe en bleven een hele tijd zitten om naar hen te kijken.

Gust vond het hilarisch dat die geitjes dus ook kaka en pipi doen. Als ze een protje lieten lag hij dubbel van het lachen. Als ze met hun koppen schudden en hun oren lieten flapperen dan deed hij dat uitbundig na. Alleen het continue vechten van de papa’s verstond hij niet zo goed en daar was hij wat bang van.

Fons en Jules bekeken de zaak al op een heel andere manier:

Jules, luid lachend en roepend: ‘Kijk, die mama-geit heeft een protje gelaten en die papa-geit ruikt nu aan haar poep!’

Fons: ‘Maar nee, die papa-geit ruikt om te zien of dat zijn vrouwtje is of niet’

Jules: ‘Maar waarom is die andere papa-geit dan boos als hij dat doet?’

Fons: ‘Omdat je niet aan de vrouwtjes van andere geiten-papa’s mag ruiken, tiens!’

En ik kan alleen maar medelijden hebben met al die mama-geitjes die heel de dag door die papa-geitjes worden opgejaagd en achternagezeten en bedenk dat de term ‘een geile oude bok’ echt niet uit de lucht gegrepen is.

En dan was er vandaag die ‘om ter spannendste dag’: de eerste schooldag!

Fons was al enkele dagen heel zenuwachtig en zei dingen als: ‘Was de school maar in het Engels, dat kan ik al!’ of ‘Ik vind het niet eerlijk dat wij naar school moeten en jullie (Bert en ik) niet!’.

Jules liet het allemaal niet aan zijn hart komen. Hij spreekt me al geruime tijd aan met ‘Maman’ en vindt zijn kennis van het Frans al ruimschoots voldoende al bestaat die uit niet veel meer dan:

–       Qui

–       Non

–       Merci

–       Comment tu t’appelle?

–       Ooievaar (= au revoir)

–       Salaud (ipv ‘salut’ en hilarisch vinden ze dat! Wij iets minder…)

–       (En dan nog een hele resem vieze woorden die ze van Bert hebben geleerd en die ik hier niet zal vernoemen.)

Ik had dan ook deze nacht behoorlijk last van een week moederhart. Vanaf 3u lag ik klaarwakker en alle mogelijke doemscenario’s passeerden de revue. Waaronder: stomme kinderen die rosse, Nederlandstalige kinderen pesten en kwellen, uiterst strenge Franse juffen die nog lijfstraffen uitdelen, mijn jongens die bijna omkomen van de dorst omdat ze niet weten hoe ze moeten zeggen dat ze dorst hebben (vanmorgen dus nog even het woordje ‘soif’ in hun hoofd proberen krijgen), zelfde soort scenario met ‘toilettes’ dus ook maar heel de tijd in de auto gezegd dat het woordt ‘toilet’ hetzelfde is in het Nederlands als in het Frans, huilende kinderen die we terugkrijgen, of nog erger: getraumatiseerde kinderen die ons nooit gaan vergeven wat we hen hebben laten doormaken, etc etc

Enfin, een typisch staaltje van een te week moederhart. En ondanks de welverdiende rust, na bijna 5 volle maanden continue samenzijn, tel ik nu toch af…over welgeteld 56 minuten kan ik ze weer in mijn armen sluiten. Pffff moeders…..

Op weg naar school.

 

De kinderen zullen zoals alle schoolkinderen voor de eerste keer eten in het restaurant bij Bernadette. Elke dag 4 gangen. Het kan slechter…

Carotte.

Teveel namen om op te noemen maar er is dus heel veel bezoek geweest.

Boys and their toys.

Het huisje op de berg.

Samen werken en

samen spelen.