ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Monthly Archives: June 2012

You are browsing the site archives by month.

Het leven zoals het is, on the road.

We hebben ondertussen het leven on the road terug hernomen na een laatste editie ‘vrijdagavondfeestje’ in het huisje.

Freija, de keukenprinses, tovert als aperitiefhapje tempura-salieblaadjes, wat niet alleen super lekker blijkt te zijn maar ook nog eens een streling is voor het oog. Enthousiast duiken we de tuin in en proberen vanalles uit: vlierbessenbloesem, saliebloemen,… iedereen verdringt zich rond Freija om te kijken hoe alles door het deegje wordt gehaald en gefrituurd. Om je vingers bij af te likken, zo heerlijk!

 

En de kinderen spelen met alles wat ze vinden en laten hun fantasie de vrije loop.

Oorlogsvoering met de gezelschapsspelletjesdoos

 

Driving the old R4!

 

Het zeer proffessionele wapensarsenaal van Fons en Jules, veilig opgeborgen in hun wapenkoffers.

 

Ik was een beetje bang dat het ons moeilijk zou vallen om na die wijdsheid van een huis weer met z’n allen op 6m2 te moeten leven maar we glijden als vanzelf weer in ons caravannetje en het buitenleven hervatten we alsof we nooit iets anders gekend hebben.

Naast de continue huizenjacht gaan we dikwijls op verkenning met de verrekijker om roofvogels te spotten. En ook een beetje om mensen te begluren.

 

Dichter bij huis is er de ‘potty-training’ van Gust, flink aangemoedigd door zijn broers. Maar het blijkt nogal een opdracht om Gust op het potje te krijgen. Hij vindt het zelf allemaal heel leuk maar hij plast en kakt overal, behalve waar wij willen natuurlijk: ik vind hoopjes strond verspreid over de grond, op zijn fietsje, aan zijn handjes die hij me komt laten zien om ze vervolgens, luid lachend, aan mijn broek af te vegen. Trots komt hij een plasje laten zien in mijn afwasteiltje, maar het liefst van al plast hij gewoon waar hij staat wat op een camping niet altijd door iedereen geapprecieerd wordt… Er is dus wel nog wat werk aan de winkel.

 

 

Bert scheert voor ‘t eerst op onze reis zijn mooie rosse baard af. Gust is zo in paniek als hij Bert ziet dat hij luid krijsend naar mij rent en heel bang vantussen mijn armen naar die vreemde man gluurt die wel wat op papa lijkt en ook dezelfde stem heeft, maar er toch och zo anders uitziet.

 

Jules stelt hem nu elke dag gerust, terwijl hij over Bert’s kin wrijft: ‘dat er alweer wat stengeltjes zijn bijgekomen’.

 

En wie zei ooit dat het eten on the road, saai was? De jongens kijken ‘s ochtends likkebaardend toe hoe ik ricotta-flensjes-met-bosvruchten-en-honing maak.

 

 

Fons schrijft zijn eerste (dictee)brief aan de klas.

 

 

De wasbekkens op de campings blijken badjes op maat van Gust.


En we geraken al wat in het zuiderse ritme met onze siësta’s.

 

 

Hanne en Gust samen in het schaapje.

 

We zijn de eerste gasten in het paradijs van Anne, Jeroen, Lux en Sam. Wat een geweldige plek is Le Moulinage chez Soie! Zo leuk ook dat we allemaal dicht bij elkaar zullen wonen. Wij kijken al uit naar ons volgend bezoekje daar.

Op de camping in Le Cheylard, die zich in de tuin bevindt van een oud kasteel, staan er drie gigantisch grote en oude sparren. Meer dan 150 jaar geleden aangekocht door de rijke eigenaars in Amerika en Canada, als exotisch en tropische bomen voor in hun tuin. Nu zovelen jaren later zijn ze een bron van fantasie voor de kinderen. We leggen onze oren te luister tegen de dikke bast en horen de kabouterjes die erin leven. De jongens noemen het ‘Enten’, zoals de levende bomen uit Lord of the Rings, die ons ‘s nachts beschermen.

En Jules, die de rijkste fantasie heeft van allemaal en ook een echte ‘praatjesmaker’ is, ‘vindt’ regelmatig achter zo’n boom een koekje! Fier komt hij het laten zien en zegt dan dat de Enten dat daar ‘s nachts voor hem hebben klaargelegd en dat hij het mocht opeten, helemaal alleen! Tja, wat zeg ja daar dan op?

 

 

Huizenjacht

Veel mensen vragen ons hoe het nu zit met het huizenzoeken maar het is zo’n lange zoektocht dat het niet op één-twee-drie uit te leggen is.

Het gaat ook veel verder dan het perfecte pand voor een B&B te vinden want onze plannen zijn tijdens dat onderweg zijn al wel wat gewijzigd. We leggen immers ook ‘vanbinnen’ een grote weg af.

Zo zijn we niet meer op zoek naar een grote B&B met gîtes ed maar zoeken we gewoon een pand waar we een leuke woonst van kunnen maken en als er dan extra kamers/verblijven zijn om te verhuren is dat mooi meegenomen maar we hebben ondertussen beslist dat we geen grote zaak meer willen.

Eerder willen we soberder leven en zoveel mogelijk in ons eigen onderhoud voorzien dmv een grote moestuin, dieren etc en daarnaast werk zoeken om de verbouwingen mee te  bekostigen en van te leven.

Dit is ook het meest realistische gezien ons budget. En daarbinnen zagen we al prachtige dingen maar waren er ook veel ‘maar-en’.

Zo zagen we in de Pyreneeën mooie bergeries maar die waren onbereikbaar tijdens de winter. Of zeer authentieke boerderijen in de Gers, Aveyron, Lot en Garonne maar daar durfden we ons, gezien onze niet bestaande kennis van het restaureren van muren-van-eikenbalken-opgevuld-met-leem, aan te wagen. En daar misten we toch ook het wijdse gevoel van de bergen.

Daarnaast is Frankrijk ook een verschrikkelijk groot land met ontzettend veel mooie plekken waar we zouden kunnen leven. Gelukkig is ondertussen ons zoekterrein verkleind naar de Ardèche maar ook dat is nog een zeer uitgebreid stuk grond.

En we zagen hier ook al veel pareltjes maar er was ook telkens een addertje onder het gras.

Zo zagen we een magnifiek terrein, met twee kleine huisjes op, in een gehucht dat voor de rest een ruine was geworden. Je had veel vlak terrein (belangrijk voor een moestuin), heel veel land (13 hectaren!), een killer view en de rust waar we zo naar snakken. Maar… weeral een maar, er is onduidelijkheid over het water.

En ik heb nooit zo hard beseft hoe belangrijk water wel niet is tot ik hier in Frankrijk op zoek ben gegaan naar een huis. Als er geen water is via de gemeente, wat bijna nooit het geval is bij de panden die wij bezoeken omdat wij zeer afgelegen willen zitten, dan MOET je een eigen bron hebben. En die blijkt er niet te zijn.

Er wordt door de makelaar nogal vaag over gedaan: ‘Je mag de bron gebruiken van één van de buren want dat was altijd al zo en nu woont er toch niemand meer’. Maar dat wordt ons door iedereen ten stelligste afgeraden, want als iemand dan ooit ‘njet’ zegt, dan hebben we geen water meer!

De makelaar zegt dat we ook beroep kunnen doen op een ‘sourcier’. Daar hadden we nog nooit van gehoord maar dat blijkt dus eigenlijk een wichelroedeloper te zijn. Stel je voor! Ik, die altijd dacht dat zo’n wichelroede je reinste kwakzalverij was, leer hier nu dat dat in Frankrijk de normaalste zaak van de wereld is en dat het nog werkt ook!

Maar goed, een praatje met de buurman wat verderop leert ons dat er al wat wichelroedelopers voor andere potentiële kopers zijn langsgeweest en dat die steeds zijn bron aanduiden als mogelijke waterbron. En water delen kan je hier niet want in de zomer is er amper genoeg voor één gezin.

Als we hem vragen hoe het komt dat het gehucht verlaten is zegt hij meteen: ‘Niet genoeg water!’. En zo zie je maar, hier betekent geen water, geen leven, mensen die vertrekken en ruines die achterblijven…

Andere panden liggen dan weer te diep in een dal en daar word ik clausterfobisch van. Of liggen naast een dennenbos en daar krijg ik ‘Twin Peaks’ kriebels van. Andere vinden we gewoon heel lelijk. Of het terein is veel te steil. Of je hebt een gsm-mast pal naast je deur staan. Enfin, zo is het altijd wel weer iets.

Dan bekijken we ook de mogelijkheid om een eigen huis te bouwen van stro en leem maar als we dan naarstig op zoek gaan naar bouwgronden blijken die altijd aan de rand van een dorp/gehucht te liggen. Uiteraard ook wel goed dat de natuur hier zo beschermd en niet meteen verkaveld wordt.

Of waarom niet in een Yurt leven terwijl we een ruine in een paar jaar tijd weer nieuw leven inblazen? Dat zijn nog allemaal opties.

Er duiken dus steeds nieuwe mogelijkheden op en we leren meer mensen kennen die weer iets te koop weten staan dus we zitten zeker niet stil.

Veel mensen zeggen dat we wel iets zullen vinden als we er de tijd voor nemen. Want de beste koopjes doe je natuurlijk via de lokale bevolking maar je moet eerst het vertrouwen winnen van zo’n noeste Ardèchois. En daar heb je tijd voor nodig. Want velen willen niet verkopen via een makelaar en ook niet meer aan buitenlanders die er dan een vakantiehuis van maken. Om er zo voor te zorgen dat er tijdens de winter hier vele spookgehuchten  zijn.

En ok, tijd hebben we, maar geduld iets minder. Het lange tijd niets doen vreet al langer aan mij, maar nu soms ook aan Bert. Die een hele nacht droomt dat hij bomen versleept, maw een eigen nest aan het bouwen is.

Maar we hebben er nog alle vertrouwen in dat we hier ooit een fantastische nieuwe fase in ons leven zullen beginnen. En ik hoor nog steeds wat zovelen me voor ons vertrek zeiden: ‘Swaane vergeet niet, het is niet de eindbestemming, maar de weg ernaartoe, die het tot een geweldig avontuur zal maken!’.

 

Huisjesjacht.

Killer views…

Freija, Aidan en Pitu wonen bij uitstek in de mooiste Yurt ooit!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

La vie en Rose

Het leven in ons tijdelijk huisje kent zijn hoogtepunt als Oma op verrassingsbezoek komt!

De jongens weten van niets en we hebben hen wijsgemaakt dat we (weeral) naar een huisje moeten gaan kijken. Dat vinden de jongens ondertussen de meest verschrikkelijke bezigheid die je je kan bedenken. Eerst in zo’n klein kantoortje stil moeten zitten, om vervolgens heel lang in de auto te zitten om dan, naar wat zij noemen ‘een krot’, te gaan kijken! Ze snappen er niets van en zo’n dag eindigt altijd weer in jengelende, krijsende kinderen en wij die ons generen tegenover de mensen die met ons een serieus gesprek proberen te voeren.

Dus we hebben ze echt heel veel zoets en lekkers moeten beloven om ze mee in de auto te krijgen. Als we bij het TGV station aankomen vindt Fons het precies een vlieghaven. Bert verzekert hem echter dat dit het grootste immobiliënkantoor ter wereld is en dat er hier binnen een mevrouw op ons wacht om ons een huisje te laten zien.

Als we binnen bijna direct op Oma botsen, zien ze haar niet meteen. Als ze dan ineens beseffen dat ze die vrouw wel degelijk kennen gaat er iets van een shock door hen heen. Ze staan stokstijf stil en worden eerst heel rood en dan heel erg wit. Ik voel me al schuldig dat ik hen dit aandoe. Ze zijn er de eerste minuten alledrie helemaal stil van en geloof me, daar moet je wat voor doen.

Die dag maken we plannen om vanalles te gaan bezoeken en bekijken maar verder dan de markt geraken we nooit.

 

De zonnige week kabbelt verder en de jongens laten zich die extra aandacht van Oma zeer wel gevallen.

Brandnetels uit de tuin voor een soepje.

Bootjes voor op het riviertje hier wat verder.

Sjoelbakken.

Gust zorgt voor al de scharminkeltjes uit de buurt.

Bellen blazen.

Elke dag gaat er een reuze klaproos meer open.

De natuur staat in volle bloei en dat is niet alleen super mooi maar ik krijg ook bijna dagelijks bloemetjes. Heerlijk!

Openlucht cinema.

En voor we het weten zijn de vijf dagen alweer om en zetten we Oma terug af.

Afscheidstaart voor Oma.

Gust snapt er niets van en zoekt Oma regelmatig in één van de kamers van het huis: ‘Waar is Oma?’. Fons en Jules stellen hem dan gerust dat we Oma over 10 daagjes weer terug zullen zien. Ik zeg maar niet dat het wel wat langer zal duren.

Maar ondertussen zijn er zoveel herinneringen en foto’s om te koesteren.

Deze ochtend zaten we met zijn vieren in bad en begonnen ze weer over één van hun favoriete gespreksonderwerpen:

Fons: ‘Wij hebben alledrie in jouw buik gezeten he?’

Ik: ‘Ja.’

Fons: ‘En ik kwam er eerder uit terwijl Jules en Gust nog even bleven zitten he? Want er was te weinig plaats en wij maakten veel ruzie in jouw buik he?’

Ik: ‘Zoiets ja.’

Jules: ‘En jij hebt in de buik van Oma gezeten he?’

Ik: ‘Ja.’

Fons: ‘Dus dan had Oma een super dikke buik want jij, ik, Jules én Gust zaten er dan in?’

En voor ik kan uitleggen dat het in een beetje een andere volgorde is verlopen slaat hun fantasie volledig op hol en keuvelen ze rustig met hun tweetjes verder…

Jules: ‘En toen deden wij heel zot in Oma’s buik en dan wiebelde die heel de tijd zo.’ (schudt met zijn poep heen en weer)

Fons: ‘Ja, en Oma was dan soms wel wat boos maar ze vond het ook grappig want Oma is nooit boos op ons.’

Jules: ‘Nee, Oma die verwendt ons heel erg.’

Fons: ‘Ja, van Oma mogen wij echt aaaalles!’

Jules: ‘Ja zelfs vijf ijsjes op een dag.’

Fons: ‘Ja want Oma die heeft respect voor ons!’

La maison.

Gelukkige is er afleiding na het vertrek van Oma. Hanne, Jonas, Mingus, Oskar, Freija, Aiden en Pitu komen spelen, eten en blijven uiteindelijk slapen.

Een super gezellige boel. Wat is het heerlijk voor ons allemaal, groot en klein, om hier ook al wat vriendschapsbanden te smeden.

(Gust goot zijn bellenblazer altijd leeg in het zwembad, dat verklaart dus het schuim)

Als het huisje uiteindelijk toch leeg is trekt er een stevig onweer over ons heen en de dag erna regent het onophoudelijk.

Maar nu we in een huisje zitten hoor je ons niet klagen: houtkachel aan, Franse chansons op de platenspeler, pannenkoeken, Pastis en spelen maar… La vie en Rose…