ON EST PARTI! Een nieuw leven beginnen in Frankrijk.

Monthly Archives: May 2012

You are browsing the site archives by month.

Home sweet Home!

Nee, we hebben nog geen huis gevonden en nee, nee, we hebben er niet de brui aan gegeven en zijn terug in Antwerpen zoals de titel misschien suggereert. Maar we hebben wel een tijdelijk huisje! We hebben een vakantiehuis gehuurd voor een week. De reden hiervoor zal in een volgende blog wel duidelijk worden, maar laten we de spanning er wat inhouden he?

We hebben letterlijk en figuurlijk een lange weg afgelegd. Niet alleen zijn we al meer dan 6 weken onderweg in de caravan, wat tijdens al die regen echt wel zijn tol begon te eisen. We beginnen ook stilaan, na onze fameuze ‘tour de France’, een heel sterk gevoel te krijgen dat we ons gaan settelen in de Ardèche. Zulke dingen leg je moeilijk uit, het is dat gevoel van thuiskomen dat we hebben, als we na een langere periode van afwezigheid, de Ardèche weer binnenrijden, op weg naar ons vakantiehuis.

Dat bergen ‘ons ding’ zijn, weten we nu al wel langer. Maar de Pyreneeën hebben ons (totnutoe) niet zo bekoord als de Ardèche.

We rijden de Pyreneeën binnen.

Als we hier laat in de avond toekomen en het slot omdraaien van wat ooit een oude schoolpoort moet geweest zijn, liggen de jongens meteen languit op de grond te spelen, zo blij met eindelijk wat ruimte.

Bert stookt een groot vuur in de houtkachel en ik flans snel snel een pasta-pesto in elkaar. En als Gust slaapt en Fons & Jules nog even een filmpje bekijken in bed

genieten Bert en ik op het terras van een glaasje wijn.

De regen is eindelijk gestopt maar nu zoeven de meikevers ons rond de oren. Bert vindt het de meest loempe insecten ooit, en ok, het zijn echt ongeleidde projectielen die overal tegenaan vliegen en dan hulpeloos spartelend op hun ruggetje terrecht komen, maar ik vind dat ze iets aandoenlijks hebben. Zo’n dikke, geblokte kever en dan dat kleine fijne, geweitje, zo mooi…

De afgelopen dagen hebben we al zo genoten van dit prachtige oude schoolgebouwtje. Het is heerlijk om eindelijk nog eens in een echt bed te slapen, een bad pakken heeft een extra dimensie gekregen en een wasmachine vind ik dé beste huishoudelijke uitvinding ooit!

De jongens kunnen eindelijk, weer of geen weer, spelen dat het een lieve lust is.

Maar af en toe mag er ook wat gewerkt worden.

Hanne en Jonas hebben eindelijk een dak!

 

En deze foto’s van Le Gouffre de Padirac, wil ik jullie niet weerhouden.

We dalen 103meter af en bekijken daar de prachtige onderaardse wereld. Ik vertel de jongens die erg onder de indruk zijn dat we nu in de buik van de aarde zitten. Maar Jules zegt het nog veel mooier: ‘Nee mama, we zitten nu in het hart van de aarde!’.

Modder en Rio de Janeiro

Het duurt een aantal dagen voor we de tristesse uit onze kleren kunnen schudden. Ik sta ervan versteld hoe diep onze Youps onder onze huid is gekropen. Ik voel me lusteloos, heb geen zin om te schrijven, te koken of wat dan ook te doen. Ook niet echt om les te geven en Fons treedt me daarin bij. Hij vindt de lessen van Juffrouw Knackworst ineens zeer saai en wil liever een meester. Hij wil ook niet vormtekenen en als ik hem dan maar vrij laat tekenen komt er dit uit.

Zegt genoeg nietwaar?

En zo is het een beetje voor iedereen een tijd van ‘nationale rouw binnen onze kleine enclave’.

En dan begint het na een gigantisch onweer in de Pyreneeën ook nog te regenen. Niet plaatselijk boven ons hoofd ofzo maar over heel Franrkijk. En dat weten wij omdat wij ondertussen de weerkaarten als fanatiekelingen om de zoveel uur bestuderen. ‘Is er echt nergens een streepje zon waar we ons naartoe kunnen reppen?’ En goed, die eerste dagen heb je echt nog het gevoel dat je die regen de baas kunt. ‘We gaan ons toch niet klein laten krijgen door wat water he?’ Zeker niet na al die tijd van zon die ons heeft verbrand en voorzien van een leuk kleurtje. Maar goed, soms vloeit het water toch wel rijkelijk. Té rijkelijk.

Er was een tijd dat ik smalend deed over mijn medekampeerders in hun grote witte mobilhomes. Villa’s op wielen met vloerverwarming, satteliettv, douche, toilet, volledig uitgeruste keuken, etc etc

Zij lachen luidop met ons: ‘Reizen jullie echt met vijf mensen in zo iets kleins rond?’ En wij denken dan binnensmonds: ‘Waarom moet je met zo’n decadent, gigantisch groot en comfortabel ding rondrijden terwijl echt kamperen toch over ‘buiten leven’ gaat? Waar is het avontuur gebleven?’

Maar ik geef grif toe dat er nu met momenten toch een zekere afgunst de kop opsteekt. Zeker als ik altijd als enige met mijn armen vol afwas door de regen naar een afwasbak moet lopen. Of als wij met een bende kinderen naar de douche hollen met de paar weinige droge kleren die we nog hebben, om direct na de douche, door de gietende regen, naar de caravan te moeten rennen en meteen weer dingen mogen drogen.

Of als ons gezellig caravannetje één grote droogmachine is geworden. Waar een klein electrisch blazertje de hele nacht al onze natte spullen, die overal hangen, moet proberen droog te krijgen: schoenen, botten, sokken, mutsen, jassen, broeken, etc

En daardoor zitten we al snel in een stoomcabine, waar de condens langs de ramen op onze matrassen en kussens drupt. En dan moeten we een dakraampje openen waarlangs het dan weer netjes binnenregent. En zo blijft een mens bezig natuurlijk.

En on top of that worden de campings steeds vuiler en groezeliger naarmate we het binnenland van de Midi-Pyreneeën verkennen en op huizenjacht zijn.

Elke keer denk je dat je het wel gezien hebt maar hoe langer hoe meer stel je een afwas en een douche uit tot ‘een betere camping’. Niet dat daar door de jongens ooit met één woord wordt over geklaagd natuurlijk.

En voor we het goed en wel doorhebben worden we toch een beetje ‘Sauvage’. Bert en ik lopen al geruime tijd met een muts rond. Niet zozeer voor de koude wat mij betreft, maar eerder om mijn vettige haar te camoufleren. En omdat propere kleren allang niet meer aan de orde zijn, enkel een verse onderbroek telt nu nog, is droge modder die ergens aan kleeft nog helemaal ok.

Je verschiet er echt van hoe snel een mens zijn grenzen verlegt. Modderige lakens? Zand in je wijn? Slakken tussen de afwas? Regenbotten vol water? Oorwormen in je bed? Spinnen in je toilettas? Muskusratten in de rivier naast je caravan? I mean, who cares?

Maar er zijn nog grenzen. Op de laatste camping ging het even te ver. En ok, ik kan nogal vies zijn van dingen, maar als zelfs mijn mannen hun neus ophalen voor het sanitair en de dagen erop de bosjes gebruiken dan weet je gewoon dat er iets goed mis is.

Ik weet dat ik douche, was en afwas wederom zal moeten uitstellen maar als er dan ook nog geen wijn meer blijkt te zijn, knapt er iets. Maar voor ik het op een gillen kan zetten moet Bert iets in mijn ogen hebben gezien en trekt hij de duisternis in met de belofte dat hij nog een flesje wijn zal versieren. Ergens…

En na lange tijd komt hij zeer goed geluimd weer aangelopen mét een flesje rode wijn onder de arm. En zoals ik al vermoedde had hij weer vrienden gemaakt. Blijkt dat er op het einde van deze vuile camping een Braziliaans restaurantje is. Super gezellig volgens Bert. En de toffe Braziliaanse eigenaar had hem met veel plezier een flesje wijn meegegeven maar eerst moest Bert van zijn zelfgemaakte Armagnac proeven.

En zo gebeurt het dat we avond daarop, in dit druilerig en mistroostig stukje Frankrijk, ons ineens in Rio de Janeiro bevinden. We drinken, heupwiegend op de samba, Mojito’s in een ongelooflijk kitcherig decor van felle kleuren, Braziliaanse vlaggen, papegaaien, palmbomen en spiegels versierd met pluimen! En komt het nu door de cocktails, of omdat we warm en droog zitten, ik vind het allemaal prachtig en geweldig!

En ‘s avonds in bed vragen Bert en ik ons, nog steeds lachend, af hoe die verdwaalde Braziliaan ooit in dit godvergeten oord is beland. Met een grote glimlach vallen we in slaap en ik vraag me nog net af of we morgen niet wakker zullen worden en beseffen dat het één grote bizarre, Lynchiaanse droom is geweest …

En dit is het dorpje Rocamadour, weliswaar in de regen, maar toch zeer mooi.

A tribute to Youpie

YOUPIE aka DE WOESTE GRIEKSE KRIJGER!

(Born: ? Thessaloniki, Greece. Died: 11/05/2012 Le Crestet, France)

 

Youps is niet meer…

Zijn toch wel bewogen en avontuurlijke leven verdient het om neergepend te worden.

Het begon ergens, niemand weet juist wanneer, op de straten van het Griekse Thessaloniki. En dat verklaart ook meteen zijn naam, Youpie , want nee, die kozen wij niet zelf, maar is in het Grieks, zoiets als ‘Bobby’ voor ons. Daar is hij geboren tussen die zovele andere strattiers waar nooit over geschreven wordt. Maar Youpie zijn leven zal wel een hele aparte wending nemen.

Youpie is gekend in de straten van Thessaloniki en mijn moeder vertelt me pas later dat hij daar ook wel Ares wordt genoemd, ‘de God van de oorlog’ en dat heeft alles te maken met zijn heldhaftig verleden.

Eén van die verhalen gaat als volgt: in de straten van Thessaloniki, is er een zeer gemene pitbull die zowel hond als mens, terroriseert. Hij denkt dat hij alles mag en kan en is zeer agressief. Iedereen is bang van hem.Maar dat is uiteraard buiten Youpie gerekend. Youpie is klein, en ook niet zo heel erg slim, maar wel zeer moedig. Misschien met momenten overmoedig, maar ja, niemand is perfect, n’est pas?

En op een dag heeft Youpie zo genoeg van al dat getreiter en die bangmakerij dat hij het durft om met die pitbull een gevecht aan te gaan! En on top of that, tijdens dat gevecht met dat gevaarlijke, zoveel grotere monster, bijt hij diens oor af! Youpie geraakt hierdoor zelf zwaar gewond maar de strijd is beklonken en de pitbull druipt af.

Youpie zijn achterpoot is bijna van zijn lijfje gerukt en half doodgebloed wordt hij gevonden door Thomas, een Griek die in Thessaloniki leeft. Hij ontfermt zich over de halfdode Youpie maar geen enkele dierenarts geeft hem nog een kans. Maar Thomas zet door en na enkele weken van zweven tussen leven en dood, komt hij erdoor! Het is een waar mirakel maar Youpie kan terug de straat op en wordt door iedereen als een held onthaald!

Maar dan is Youpie nog niet in België, laat staan in Frankrijk.

Het verhaal vervolgt zich op een trein. Waar mijn mama, op reis doorheen Griekenland, Thomas leert kennen en ze verliefd worden op elkaar. Als mama Thomas gaat bezoeken in Thessaloniki hoort ze van Youpie en komt ze hem ook af en toe tegen in de straten daar.

Maar de Olympische spelen loeren om de hoek en de straten van Griekenland moeten ontdaan worden van hun vele straathonden die allemaal vergast worden. Mama kan de gedachte niet verdragen dat dit lot misschien ook Youpie is beschoren en besluit weer iets te doen, dat voor diegenen die haar kennen, echt typisch mijn moeder is. Ze besluit namelijk Youpie mee te nemen op het vliegtuig richting België! Maar hiervoor moet Youpie ten minste al drie maanden ingeënd zijn tegen weet ik niet veel wat. En daar is dus geen tijd meer voor. Mijn moeder beweegt tenslotte hemel en aarde, lees: koopt een dierenarts om, die Youpie inent en die inentingen antidateert in zijn identiteitsboekje.

En dus zo belandt Youpie na een lange vlucht, in een kooitje met voor ‘t eerst in zijn leven een halsbandje om, in België.

Maar hoe graag mama hem ook ziet, Youpie blijkt niet zo lief te zijn voor mama’s poezencollectie en ja, er kan nu eenmaal niemand tussen mama en haar poezen komen.

Dus krijgen Bert en ik, die net samen zijn en druk bezig een Walrus te laten groeien uit een bouwwerf, een telefoontje. ‘Of we Youpie niet heel even in huis willen halen? Echt niet lang. Tot zij een goede thuis voor hem heeft gevonden.’

En zo geschiedde.

En zoals dat meestal gaat zijn we na één week al helemaal verzot op dat wilde, bijna ontembare beest dat zich altijd losrukt en als een half dolgedraaid wild dier wegrent en probeert in de banden te bijten van voorbijrijdende aanhangwagens. En hij blijkt niet alleen een gruwelijke hekel te hebben aan aanhangwagens, ook witte schoothondjes en mannen met oranje broeken wekken enorme woede op bij hem.

 Youpie trekt bij ons in.

En omdat hij Grieks ‘spreekt’ duurt het een eeuwigheid voor hij één van onze commando’s begrijpt. En van stokken terugbrengen of achter een bal hollen zal er zelfs nooit sprake zijn. Youpie houdt van de vrouwen en wil telkens opnieuw vechten met de mannen. Met andere woorden: hij is een echte zuiderse macho. En zijn hoogmoed heeft verstrekkende gevolgen: we belanden meermaals met een gewonde Youpie bij de dierenarts. Het lijkt maar niet tot hem door te dringen dat een Duitsche scheper of iets anders van dat formaat, niet echt iets is waar je als klein hondje zomaar in kan bijten.

Maar hoe wild en agressief hij soms ook kan zijn, hij is het nooit met kinderen. Hij heeft ze allemaal geboren weten worden. De roedel breidt zich keer op keer uit en met een snufje en likje wordt de nieuwkomer direct aanvaard. De kinderen mogen zoveel staartje- of oortjetrek doen als ze willen. Hij zal enkel met een ‘kajiet’ aangeven dat hij dat absoluut niet leuk vindt.

De roedel breidt zich uit.

Kids are everywhere pffff

De laatste keer samen spelen

De hoge ouderdom maakt hem met momenten ‘a grumpy old man’ maar hoe zouden we zelf zijn. Met een lijf dat niet meer echt meewil.

En dan is er die zomerse avond, gisteren,  in Frankrijk. Youpie heeft enkele dagen ervoor, na een encounter met een andere hond, voor de derde maal een hyperventilatie aanval gekregen. Deze keer duurt het langer voor hij weer normaal kan ademenen en de dagen erna merken we dat hij erg moe is. Dus besluiten we hem rustig in de caravan te laten slapen terwijl wij op bezoek gaan bij vrienden in de buurt.

Het is een super leuke avond en luid zingend rijden we terug naar ons caravannetje. Maar die uitgelaten sfeer slaat helemaal om als we Youps dood aantreffen. Hij lijkt vredig te slapen dus we kunnen alleen hopen dat het een rustige dood is geweest. En daar zit ik dan ineens, snotterend aan zijn oortje te frullen tot het te koud is om buiten te blijven zitten. En ‘s nachts word ik wakker omdat het veel te stil is. Geen snurkende oude hond, geen stinkscheten, geen gewroet omdat hij moet plassen.

‘s Morgens kruipen de jongens bij ons in bed. We liggen als sardientjes in een blikje naast elkaar en zij fantaseren over de hondenhemel. ‘Zou hij er al aangekomen zijn? Met wie zou hij spelen? En of er ook poezen zijn want daar loopt hij zo graag achter? En mag hij dan eindelijk alles eten wat hij lekker vindt? Maar hoe kunnen geesten nu eten als ze doorzichtig zijn?’ Etc

Hij krijgt een prachtige begrafenis op de mooiste plek ooit. Onder een hele oude kerselaar met een geweldig uitzicht op een vallei. Met kaarsen, bloemen en muziek. En met veel honderbrokken want de jongens hadden schrik dat hij anders honger zou krijgen onderweg naar de hemel.

Het regent en het is heel mistig. We zitten echt tussen de wolken. Bert vertelt de jongens dat we Youpie tot aan de hemelpoort hebben gereden zodat hij minder ver moet lopen en dus zeker geen honger zal leiden.

Na de begrafenis rijden we door richting Pyreneën. Met in mijn buik een wee gevoel en een hart dat wringt. We laten een reisgenoot achter maar ik ben zo blij dat hij bij vrienden begraven is en niet ergens helemaal alleen. Dank hiervoor aan Hanne, Jonas, Mingus en Oskar!

 

 

 

 

 

 

De Joskes!

En dan breekt de dag aan waar we allemaal zo naar hebben uitgekeken.

Gisterenavond kregen we bericht dat de Joskes onderweg zijn naar ons! We pakken ons boeltje in en rijden richting Pont d’Arc waar we samen een weekje vakantie zullen doorbrengen.

Het is verschrikkelijk slecht weer en als we door de bergen rijden sta ik doodangsten uit. Het regent pijpenstelen, er staan stevige rukwinden en de wolken hangen zo laag dat we amper iets zien. Maar we komen heelhuids aan en alsof ook de weergoden weten dat de Joskes er aan komen stopt het eindelijk met regenen.

En wat een heerlijk weerzien is het! Ondanks het modderige terrein en de vochtige koude lucht zijn de kinderen direct vertrokken in hun samenspel en babbelen de mama’s en papa’s honderduit.

En Gust, ja die is overduidelijk verliefd. Als hij ‘s morgens zijn oogjes opendoet is er maar één vraag die telt: ‘Waar is Nina?’. Heel de dag is het ‘Nina!’ of ‘Nini!’ wat de klok slaat en rent hij achter haar aan. Nina slaat er, zoals het een echte prinses betaamt, weinig acht op.

Maar ze delen samen één liefde en dat is Youppie, onze oude Griekse rakker. En hij laat zich al die aandacht wel bevallen. Hij rolt en dolt in het gras alsof hij weer een dartelend puppietje is. Hij vindt het zelfs zo leuk dat ze aan zijn oortjes mogen komen, zijn meest gevoelig plekje.

Er wordt ongelooflijk gespeeld in die vijf dagen en Nina staat zo flink haar mannetje tussen al die jongens.

En de grote mensen doen wat ze het liefst doen als ze op vakantie zijn, zo weinig mogelijk. We brengen een bezoekje aan de Pont d’Arc, echt een magische plek.

Eten een ijsje in het dorp.

De mannen spelen dagelijks een eigen versie van petanque, nl Mudball terwijl de vrouwen zich ontfermen over het eten.

En voor de rest genieten we van ons prachtige plekje in de Gorges aan de oever van de Ardèche.

Wat gaan we de Joskes missen…

En toch ook af en toe les in de mooiste klas van de wereld!

 

De storm en de mierenhoop

Maar goed, we zijn hier niet alleen om op onze luie krent te zitten, er moeten ook streken verkend worden en huizen bezocht.

We trekken naar de Ardeche, meer bepaald, Nozières, waar we vrienden van vrienden ontmoeten: Hanne en Jonas met hun twee zonen Mingus en Oscar en een grote poezenclan.

We zijn moe van het lange rijden en Bert voelt zich niet lekker maar toch wordt het een zeer gezellige avond. We eten wat brood en kaas en drinken wat wijn in hun tijdelijke openlucht keuken met een fantastisch uitzicht over glooiende bergen en dalen. What a view!

De kinderen spelen in de velden en wij luisteren met veel bewondering naar hun verhalen over het leven in Frankrijk en stellen honderden vragen.

Met ontzag bewonder ik Hanne’s moestuin en serre. Ik droom al zo lang van een eigen moestuin. Van met mijn handen in de grond te wroeten. Als een klein kind vind ik het nog steeds pure magie van wat er uit zulke kleine zaadjes allemaal kan groeien. Allemaal zoveel lekkerder en gezonder.

We hoeven het niet tegen elkaar te zeggen maar weten dat dit het soort leven is dat we willen. Die woeste bergen, het ruige klimaat, de prachtige uitzichten, de verbroedering en behulpzaamheid van de mensen daar. Het simpele en sobere leven. De jongens die hier tot het donker wordt buitenspelen. Ja! Zo willen we het!

Die nacht voelen we hoe hard het leven hier soms kan zijn. Hevige rukwinden, regen en hagel teisteren de omgeving en ons klein carvannetje. Ik lig bang te luisteren naar al die oorverdovende geluiden en denk aan Hanne en Jonas die hoog in de bergen tijdelijk in een Yourt leven tot hun huis af is…

En mijn gevoel blijkt juist: als we elkaar de volgende dag treffen op een boerderij-opendeurdag, hadden ze een onstuimige nacht achter de rug. Toen de planken vloer van de Yourt begon te bewegen zijn ze in allerijl naar de buren gevlucht!

Terwijl de stormschade bij ons beperkt bleef tot een volledig kapot gewaaid wasrek en modderige pas gewassen kleren, ondervinden we die nacht ook dat onze caravan pal op een mierennest staat en in no time helemaal ingepalmd wordt. Elk klein en groot kruimeltje wordt direct naar buiten gedragen door ellenlange kolonnes van mieren die zich niets aantrekken van de bende slapende mensen waar ze overheen trekken.

Ik krijg er nog kriebels van als ik eraan terudenk: het eerste wat je ziet als je na een woelige stormnacht, je oog opentrekt is een krioelende menigte! Brrrr

De kinderen darentegen vinden het nog leuk ook: terwijl ik in no time alles uit de caravan sleur pikken zij met hun vingertjes wel honderden mieren dood. Normaal kan ik er niet tegen als welk levend wezen dan ook zomaar wordt gedood maar nu heb ik geen medelijden: Trop c’est trop!

Lome Dagen…

Als er zich boven Avignon ook wolken opstapelen, bekijk ik de weerkaart, kies het plekje met de warmste temperatuur en meeste zon en hup, we rijden door tot aan Le Brusc, een onbekend kuststadje aan de Côte d’Azur.

Op de camping aangekomen belanden we op een prachtig domein met heel veel groen, en… zo verlaten. De eigenares vertelt ons dat iedereen net gaan lopen is owv de wind. ‘De wind?’ denken wij, ‘wat kan ons die nu schelen. Wij willen zon en warmte!’ en dat is hier in dit rustige, slaperige dorpje in overvloed.

Ondanks de soms heftige mistral, zitten we goed beschut in ons paradijsje niet ver van het strand. En al snel kruipt de warmte in ons lijf en worden we loom. We geven ons over aan een heerlijk nietsdoen. We kunnen vanalles doen maar waarom nu iets doen, als er morgen nog een dag is?

En zo glijden de dagen voorbij terwijl we opstaan met country en baguettes, spelen en lezen in de zon, en als we weer honger krijgen kopen we kaas en witte wijn en gaan naar ‘t strand. We sluiten de dag af met rode wijn bij een ondergaande zon en jazz…mmmmm….

Er maakt een bijna betoverend gevoel zich van ons meester waardoor we de tijd vergeten maar gelukkig moet Fons ook les krijgen en dat geeft ons toch een beetje houvast in die zee van tijd. Deze week begint immers zijn klas met juffrouw knackworst!

De lessen gaan door als Gust middagdut. We zetten ons tafeltje in de schaduw en beginnen met vormtekenen. Ik merk direct dat dat Fons helpt om geconcentreerd en gefocust te raken. Dan taal, rekenen en afsluiten met handwerk en een verhaal.

Voor we starten was ik nogal onzeker of ik de lessen wel leuk en interessant zou kunnen houden maar daar zorgt Fons zelf wel voor. Sinds kort heeft hij een fascinatie voor grote getallen in combinatie met babies:

Fons: ‘Mama, stel dat jij nog duizend babies zou krijgen, hoe groot moet onze auto dan zijn?’

Mama: ‘Dan moeten we heel veel dubbeldekbussen kopen’

Fons: ‘En als jij nog zestigduizend babies zou krijgen, hoeveel pampers zou jij dan moeten kopen?’

Mama: ‘Een heel huis vol’

Fons: ‘En als jij nog driemiljoentriljoenvijfhonderduizendenzeven babies zou krijgen en die gaan allemaal tegelijk gillen?’

Mama: ‘Dan ben ik weg!’