06/28/16
DSCF7822

Soms is het leven gewoon k*t!

Soms is het leven gewoon k*t. Dat mag ook al eens gezegd worden vind ik.

De afgelopen maanden waren heel zwaar. Van de roze wolk van de eerste jaren schoot niet meer veel over. Dat simpele leven in de bergen werd een nachtmerrie.

Zelf een nest bouwen werd een loodzware opdracht en het einde leek steeds verderaf.

Met weinig geld overleven werd een grote opgave. Soms durfde ik mijn bankrekening niet meer te bekijken. Ik zou het wel merken als de centen op waren als ik met het schaamrood op de wangen de boodschappen zou moeten achterlaten in de supermarkt.

En er moest ineens zoveel worden toegegeven waar ge al zo lang tegen gevochten had.

Dat ge zo graag een plattelandsmeisje zou willen zijn die het geen reet kan schelen om elke dag in berg bottinnen of birkenstocks rond te huppelen. Maar die schone fijne hakjes schreeuwden me steeds harder toe vanuit een bestofte schoenkist.

Dat niemand hier opkijkt van kleren met vlekken en gaten en bedekt met hondenhaar maar dat ge zelf toch stiekem aan het dromen zijt van uw jumpsuit met open rug en dat sexy zwart jurkje met bandjes in de nek dat ge niet eens meer weet liggen.

En dat ge soms zelf ook eens iets anders wilt aanschouwen dan gebatikte T-shirts, lange wijde jurken waar geen onderbroeken onder worden gedragen of groezelige dreadlocks. Ieder doet zijn ding en over smaak en goesting valt niet te twisten maar soms wilt mijn oog ook wat, of toch iets anders.

En dat gij het wel fijn vindt om uw benen te scheren, uw haar bij de kapper te laten verwennen en uw nagels in een hip kleurtje te zetten.

En dat ge ooit een avontuurlijke wereldreizigster waart die helemaal alleen de verste delen van de wereld bezocht maar dat met uw heel gezin ergens een nieuw leven beginnen totaal niet hetzelfde is.

Dat ge uzelf dan wel een wereldburger vindt maar dat de mensen in België toch op zoveel vlakken dichter bij u staan. Dat culturen nu eenmaal een onuitwisbare indruk achter laten in elk van ons, of we dat nu willen of niet. En dat dat vreselijk kan trekken die wortels. U ontworteld voelen maakt een mens onzeker en klein en ge hoort er toch nooit helemaal bij.

En een andere taal. Mijn god, wat een rijkdom om vele talen te spreken maar als dat allemaal in het begin niet zo vlot dan is taal de grootste kloof tussen mensen. Als ge van een vlotte babbelaarster verandert in een timide klein vogeltje dat amper haar mond durft te openen uit schrik om met blozende wangen een fout te maken dan is dat echt niet leuk. En als ge van uzelf het gevoel hebt dat uw taalniveau dat van een vierjarige benadert dan voelt ge u niet herkend, niet gezien, niet gehoord. En zo blijft ge in cirkeltjes rondlopen.

En dan belandt ge in een isolement want uw conversaties overstijgen nooit de dagelijkse uit beleefdheid gevoerde praatjes over het weer : ‘Comme il fait beau aujourd’hui’ of ‘Comme il fait froid’. ‘Allez, à bientôt, bonne journée’. Zoiets.
En wat wilt ge dan dicht bij uw familie zijn. Bij uw vrienden. Uw nest. Om eens goed te kunnen zagen over hoe moeilijk het allemaal wel niet is. Om dan opgelucht en gesteund weer verder te kunnen gaan. ‘Maar nee, aan uw gezin hebt ge toch genoeg?’ Nougatballen ja! Uw gezin is uw rijkdom maar is niet uw hele leven. En natuurlijk is er niet genoeg geld om even over en weer te reizen. Zo’n simpel leven kan ook een gevangenis worden.

En dan durft ge al eens uit elkaar te groeien. Dan gaat een hart op wandel. En dan wordt die vreselijk lange winter met z’n allen in zo’n mini huisje helemaal ondraaglijk. ‘t Is alsof die koude en die donkerte die het huis al vanaf een uur of vijf omarmt in uw hoofd komt te zitten en uw nek omklemt. En ge verlangt naar vreugde, naar licht, naar luchtigheid, naar schoonheid, naar liefde. En dat alles is nu net niet wat ge krijgt. Omdat het leven soms gewoonweg k*t is.

En dan staat ge ‘s morgens niet op met een blik die die bergen en die natuur vol liefde aanschouwt. Want een berg is ook maar ‘een berg’ en een boom is ook maar gewoon ‘een boom’.

Dus ge sleept u door de dagen want de kinderen zijn er natuurlijk ook nog en er moet eten op de tafel. En de dieren willen streeltjes en dat huis moet af. En er moeten centen verdiend worden. Maar ik word zo moedeloos van al dat wroeten en werken en nieuwe dingen uitvinden om een boterham op onze plank te krijgen want het lijkt allemaal geen zoden aan de dijk te brengen. En schrijven lukt al helemaal niet meer. Wie wilt er immers bittere gal door zijn strot geduwd krijgen?

Dus ge doet wat ge moet doen maar er doemen steeds meer stemmen op in uw hoofd, of dit niet het moment is waarop je de handdoek in de ring moet gooien? When is enough, enough?

Maar het leven heeft ook zo zijn eigen logica en volgt zijn eigen wetten. Als ge het gevoel hebt dat ge niet meer vooruit kunt maar ook niet meer achteruit. Als het enigste wat ge doet is u vastklampen aan een laatste strootje om niet in een diep gat te glijden. Als ge met uw laatste krachten alles probeert bij elkaar te houden. Dan soms geeft het leven u iets terug. Zomaar. Ge hebt gesmeekt en gebeden en ge werd niet gehoord, of toch?

Bij mij borrelde er ineens weer wat kracht en geloof vanbinnen. ‘t Was een zielig miezerig straaltje in het begin en ik had er niet veel vertrouwen in dat het iets te betekenen had. Maar het werd stilaan groter. En plots kijkt ge rondom u heen en ziet ge weer mogelijkheden. En die bergen en bomen krijgen hun kleur terug. En Bert wordt weer mijn schitterende rosse Viking waarmee ik samen aan het roer sta. En ik vind leuk werk. Heel snel. En op datzelfde moment vliegen de koekenbestellingen me rond de oren. Van Marseille tot Bordeaux, van waar komt dat ineens? Er is gewoon geen tijd meer om te kniezen. En vriendschappen worden dieper. Omdat miserie mensen nu eenmaal dichter bij elkaar brengt. En daardoor groeit ook mijn vocabulaire. Plots zit ik in ‘t Frans over mijn diepste zielenroerselen te praten. En word ik gevraagd om mee te werken aan een kunstproject. Mijn tekst in het Frans, stel je voor!

En ja, ons huis. Zelfs half afgewerkt is het een pronkstuk. ‘Plus jamais de ma vie’ dat ik me nog aan zoiets zal wagen maar God, al dat bloed, zweet en tranen, maar ook al die schone momenten en die helpende handen die daarin verweven zitten, het kan niet anders dan het schoonste huis van de wereld worden. Of toch dat van onze wereld. Die wereld van Bert, mezelf en mijn drie jongens die zo de moeite waard is om voor te vechten. En we zeilen vol moed de zomer tegemoet! Peace!

 

 

 

13466041_10206923604794062_856546405409086635_nDSCF7635DSCF789413507194_10206940670220687_5298744519022523204_n

11/21/15
11265395_10154295983309832_166695508491524533_n

Tijd die door je handen glijdt en een wereld die davert

Tja, het leven gleed door mijn handen. Ik had nochtans zo’n drang om te schrijven maar er was wederom die heerlijke zomerdrukte. En dat gaat hier gepaard met zo’n kracht dat ge ineens maanden vooruit wordt gekatapulteerd.
Vrienden, familie, vrijwilligers stromen toe, steken de handen uit de mouwen en bedelen om wat aandacht. En dat wordt met veel plezier gegeven. Ik laaf mij daar aan. Ik leg een reserve potje aan voor de eenzame, stille wintermaanden.
Het strobalenhuis groeit traag maar gestaag. Ik begin voorzichtig te dromen van verhuizen, ergens, hopelijk, volgende zomer…?
Er was werk, veel werk. Koeken bakken, winkeltje spelen, markten doen, huizen kuisen, klusje hier, klusje daar en koken. Ja ik heb de ziel uit mijn lijf gekookt tijdens de vele stages. Geweldige momenten waren dat.
En het was warm, zeg maar, schroeiend heet. Weken zonder een spatje regen. Ik kan me er al niets meer bij voorstellen. Als ik nu naar buiten kijk zie ik dreigende zwarte wolken, kletst de regen tegen de ramen en voeren de bomen een grillige dans uit.

De moestuin heeft erg geleden onder de hitte en mijn afwezigheid. En dat had zo zijn gevolgen voor de oogst. Laten we die gewoon maar als ‘schraal’ omschrijven. Ach ja, je kan niet alles tegelijk doen en volgend jaar beter!

En bij het vallen van de bladeren eigende ik mezelf een schrijvershol toe. Een kamertje in het oude gemeentehuis. Ooit nog het atelier van Freija. Een kamer vol geschiedenis en verhalen. Heerlijk zo’n eigen plek. Ik kan het iedereen aanraden! Een plek waar geen vuile werkmanskleren rondslingeren. Waar geen stro door de lucht dwarrelt. Waar vuile kinderhandjes geen plakkerige sporen kunnen achterlaten.

De jongens trokken na twee maanden ‘vrij leven’ weer naar school. Wat regelmaat en structuur werd door iedereen warm onthaald. Fons zijn laatste jaar in het kleine dorpsschooltje met zijn 34 leerlingen. Het zal wennen worden volgend jaar op ‘de grote school’ in Lamastre. Maar hij is er klaar voor. ‘De kleintjes’ beginnen hem danig op de zenuwen te werken.

En ik schaafde mijn Frans bij. Om mezelf uit mijn isolement te krijgen van afgelopen winter. En ook al staat er nog veel haar op, elke dag klinkt het ‘echter’. En het heeft me zeker geen windeieren gelegd. Na de aanslagen in Parijs, die de wereld doen daveren, bleek het maar goed dat ik me kon mengen in menige discussies. Oeverloos praten en discussiëren zit de Fransen in de genen. Maar een genuanceerde opinie, een onderbouwde mening, jezelf af en toe het zwijgen opleggen… dat is spijtig genoeg niet velen op deze wereld gegeven.

En tussen al dat verbaal en fysiek geweld in de wereld probeer ik een rustig nest te creëren voor mijn kinderen. Ergens op een berg in Frankrijk. In de bossen. Een grote houtstapel herinnert er ons aan dat ze vanaf volgende week sneeuw voorspellen. Dan zal het wonderlijk stil worden en voel je je geborgen. Ik heb die luxe en daar kus ik mijn beide pollekes voor. Ik voel het als mijn plicht, om als tegengewicht voor alle miserie in de wereld, het beste te halen uit het leven. Elke dag opnieuw.

11113910_10154295993379832_9167212707318361456_o

11265395_10154295983309832_166695508491524533_n

11999706_10154295998254832_8846409298596175558_o

12002553_10154295988854832_853701122067097437_o

12014968_10154295994189832_4219252439975583246_o

12015164_10154295998374832_2737895281245185593_o

12022328_10154295992559832_4071624976632945402_o

12038691_10154309871604832_8596417297988434042_o

12039195_10154295987159832_2532719041073869788_n

12042608_10154295986774832_4153466923191685016_n

12045428_10205376010905182_1968004264993890595_o

12068510_10154295988484832_5648538990332919479_o

12080350_10154305394824832_2821950672919545400_o

12095277_10154309871469832_407021215842716937_o

12182507_10205376009785154_3990892993941368284_o

12187994_10205376010105162_818511973682914739_o

IMG_20151110_173949

IMG_20151117_174407

11/21/15

De wetten van de Jungle

Dit artikel verscheen op 10 september 2015 in CHARLIE MAGAZINE.

Afgelopen weekend daalden Thiery en ik de bergen van de Ardèche af met een volle camionette en aanhangwagen om ons aan te sluiten bij het event ‘We gaan naar Calais en nemen mee…’, een burgerinitiatief uit België dat heel veel mensen op de been had gebracht, ook hier in de Ardèche. Uiteindelijk zou ik een heel ander parcours volgen maar daar was ik me toen, die vrijdagochtend om vijf uur in het pikkedonker, totaal nog niet van bewust.

Thiery werkte vier jaren geleden voor Médecins du Monde in de kampen van Calais en omstreken. Een betere reisgezel kan ik me dus niet wensen. Ik vraag hem de oren van het hoofd tijdens de elf uur durende rit naar daar. Maar niets had me kunnen voorbereiden op wat ik in Calais te zien zou krijgen…

Omstreeks vijf uur arriveren we aan het kamp van Calais. Daar is de bedeling van goederen reeds in volle gang. Het is chaotisch en met momenten angstaanjagend. Het lijkt eerder op een plundering: mensen rennen in het rond, trekken aan portieren, duiken in koffers, hier en daar is wat geduw en getrek. Wanneer wij de ingang van het kamp naderen, stormen er vluchtelingen op ons af die op de aanhangwagen proberen te klimmen. Vlug maken wij rechtsomkeer en besluiten het op een andere manier aan te pakken.

We bellen een contact van Thiery, Jean. Jean en zijn familie zijn rasechte ‘cht’i’, zoals de lokale bevolking van Calais wordt genoemd. We worden er met open armen ontvangen door drie generaties die onder hetzelfde dak wonen. We stockeren er onze spullen en schuiven mee aan tafel. De verhalen die ik die avond te horen krijg, gaan mijn verbeelding te boven.
Je kan mensen die op de vlucht zijn voor oorlog of armoede niet tegenhouden.

Al van in het begin helpt iedereen binnen deze familie de vluchtelingen. Het vluchtelingenprobleem in Calais is namelijk geen recent fenomeen. Al meer dan tien jaar is dit het kritieke punt om de overzet naar Engeland te wagen maar ook tijdens de tweede oorlog was dit een belangrijk transitiepunt. De echte problemen begonnen pas toen de Franse regering besloot om in 2002 het legale opvangcentrum Sangatte te sluiten. Vanuit het naïeve idee ‘als we de vluchtelingen niet meer helpen, zullen ze ook niet meer komen’. Maar je kan mensen die op de vlucht zijn voor oorlog of armoede niet tegenhouden. Met als gevolg dat er overal in en rondom Calais ‘squats’ ontstonden. Kleine kampen van vluchtelingen die zich moesten beredderen en afhingen van de vrijgevigheid van de lokale bevolking.

Naast het huis van Jean bevindt zich een groot parkeerterrein voor camions waar zich tot voor kort zo’n squat bevond. Het begon met een klein gebaar: de moeder van Jean vulde flessen en bidons met water en zette die naast het parkeerterrein neer. De dag erop stonden die er leeg terug. Gaandeweg werd er ook voedsel en kleding neergezet. En tijdens de winter hout. En dekens. En speelgoed voor de kleinsten. En nu, zoveel jaren verder, werken Jean en zijn broer elke dag in het kamp (naast hun dagjob) en kennen het als hun broekzak. Ze bouwen huisjes, ze repareren fietsen, ze delen voedsel en kleding uit en hebben nauwe contacten met de vele ‘passeurs’. Dat laatste is een noodzakelijk kwaad, maar de enige manier om dingen gedaan te krijgen. De kinderen verzamelen op school kleding, oude telefoons en andere zaken en sorteren dat thuis. De vluchtelingen weten dat ze altijd bij deze familie terecht kunnen: voor wat eten, een bed voor een nacht, hulp met hun papieren of een gesprek. Een grote pot met snoep staat in het midden van de tafel. “Sommige vluchtelingen hebben nog nooit een ‘bonbon’ gegeten en die gelukzalige gezichten van een kauwend en smakkend jochie verwarmen mijn hart”, vertelt de moeder van Jean me met een vette knipoog.

De volgende ochtend neemt Jean ons mee op sleeptouw in het kamp van Calais. Op het eerste zicht zie je een grote massa vluchtelingen maar eigenlijk zijn dat tientallen kleine communities met aan het hoofd een chef, vaak een ‘passeur’. En het zijn niet alleen Syrische vluchtelingen die je hier aantreft, maar ook Afghanen, Koerden, Eritreërs, Soedanezen, Ethiopiërs, Iraniërs, Irakezen, Oekraïners, Kosovaren, Vietnamezen… Voordien kampeerden deze verschillende nationaliteiten afzonderlijk en verspreid over Calais maar enkele maanden geleden besliste het gemeentebestuur van Calais om de vluchtelingen samen te drijven, op deze plek naast de autostrade. Net op het moment dat de vluchtelingenstroom begint toe te nemen en de overzetpunten strenger bewaakt worden. Nu wonen al die nationaliteiten gedwongen samen en het aantal neemt dagelijks toe. Waren er voordien zo’n 500 vluchtelingen dan is dat de dag van vandaag al meer dan 4000. Iedereen die we passeren groet ons: “Salaam! Bonjour! Hello! Welcome!”

Wat je ziet is een stad die zich ontwikkelt binnen een stad. Mensen beginnen zichzelf te organiseren. Tussen het vuil en de gammele tenten verrezen al een tiental restaurantjes en winkeltjes, een school, een bibliotheek, een kerk en een moskee.

Maar in deze ‘jungle’ heerst de wet van de sterkste. Omdat deze mensen in een uitzichtloze situatie zitten en de Franse en Engelse regeringen hun ogen sluiten, is dit een ideale plek voor criminelen om mensen uit te buiten.

Mensen die uit pure noodzaak hun land moeten verlaten, betalen daar dikwijls grof geld voor aan mensensmokkelaars. Vervolgens leggen ze duizenden kilometers af in mensonterende en ronduit gevaarlijke omstandigheden. En als ze in Calais belanden, worden ze aan hun lot overgelaten en vallen ze opnieuw ten prooi aan malafide personen. Wie aan de overkant wil geraken kan niet zonder een ‘passeur’. Je betaalt 100 euro per persoon voor een poging. En als je in een camion of in een container geraakt, moet je daar minimum nog eens 500 euro per persoon voor ophoesten. Dat verklaart meteen ook waarom sommige mensen al na een dag weg zijn, terwijl anderen er maanden over doen.

Ook hier is er geen rechte lijn tussen ‘goed’ en ‘kwaad’. Velen worden passeur om zo zelf genoeg geld te verdienen om de overtocht te kunnen maken. Als je iets wil regelen in het kamp moet je met de chefs of passeurs onderhandelen. Maar zij zorgen op hun beurt ook voor een zekere rust binnen het kamp, lossen conflicten op, nemen zwakkeren onder hun hoede. En de echte maffia wonen niet in het kamp maar komen af en toe met hun sjieke BMW het geld cashen op het terrein.

En zo ontstaan er absurde situaties. In één van de Soedanese communities is een Pakistaan de grote chef. Amal, een klein, schriel mannetje, heeft zo’n dertig reusachtige Soedanezen onder zijn ‘bevoegdheid’.

Of je hebt ‘singeur’ een Afgaan die zich al jaren voordoet als een gek en de hele dag luidkeels loopt te zingen. Totdat Jean beseft dat hij helemaal niet gek is, maar dat dat zijn dekmantel is om zonder problemen jaren in het kamp te blijven rondhangen als passeur.

We drinken thee bij Azmin. Dat hij talent heeft, zie je aan zijn huisje dat in de hoogte is gebouwd met uitzicht over het kamp. Een prachtige houten constructie, mét schuifdeur en hangslot en de binnenkant is geïsoleerd met een dikke stof vol witte sterren. Een chef, maar wel eentje die zich ontfermd heeft over een gehandicapte jongen die hier alleen is aangemeerd.

De overzet is en blijft gevaarlijk. Waar je vroeger nog op eigen houtje een poging kon wagen is dat met de metershoge hekken, de politiebewaking en technologisch snufjes zoals een CO2 detector, niet meer mogelijk. Vluchtelingen oefenen met plastieken zakken over hun hoofd om zo lang mogelijk hun adem in te houden. Moeders vragen verdovende medicatie voor hun baby’s zodat deze geen lawaai zouden maken. De mensen die gewond door het kamp strompelen hebben er een mislukte poging opzitten.

“‘s Nachts is het hier erg gevaarlijk”, vertelt Adam, die samen met vier andere jonge mensen een Ethiopisch restaurantje runt. En dat is het ook. ‘s Nachts vloeit de drank rijkelijk, drugs kan je hier op elke ‘straathoek’ vinden en de prostitutie tiert welig.

De politie komt nooit in het kamp. Als er een situatie uit de hand loopt, dragen de vluchtelingen zelf de gewonden naar de rand van het kamp.

We passeren een Iraans gezin. Grootvader, moeder, vader en een klein meisje. Ik geef haar een rode ballon en wat potloden. De moeder bedankt me met tranen in de ogen en een hand op het hart. Het kleine meisje kijkt verwonderd naar de rode ballon. Ik kan alleen maar hopen dat ze hier zo snel mogelijk weggeraken. Dit is geen plek voor kinderen. Voor niemand.

Alle vluchtelingen in Calais zijn afhankelijk van de enkele organisaties die er werkzaam zijn. Zo zijn er Médecins du Monde, Salaam, L’Auberge des Migrants, No Border en enkele kleinere verenigingen aan het werk. Vele van deze organisaties zijn opgestart vanuit Calais, als burgerinitiatief, omdat de lokale bevolking de situatie van de vluchtelingen, waar zij dagelijks mee geconfronteerd wordt, niet meer kon aanzien. Zij proberen allemaal met de beste wil van de wereld deze uit zijn voegen barstende situatie onder controle te houden maar er is niet genoeg voedsel, niet voldoende kleding, niet voldoende slaapplek, niet voldoende sanitair. Ik ontmoet veel gepassioneerde maar ook uitgebluste mensen. Mensen die het beu zijn om te vechten tegen een regering die weigert aan haar plichten te voldoen. Mensen die de dagelijkse miserie niet meer aankunnen. Ik verneem het verhaal van een dokter die op de gevaarlijkste plaatsen ter wereld had gewerkt maar een burn-out kreeg in Calais.

Daarom is het werk dat Jean en zijn familie hier verrichten ook zo belangrijk. Er blijft toch een soort afstand tussen de verenigingen die na de werkuren terug huiswaarts keren en in de weekends vaak afwezig zijn. Jean leeft bijna in het kamp en heeft het vertrouwen van velen gewonnen. Hij kan daardoor aan touwtjes trekken om explosieve situaties weer recht te trekken. Zo vertelt hij me een verhaal over hoe hij acht huisjes had gebouwd voor een groep Ethiopiërs. De volgende dag waren deze allemaal platgebrand. “Jaloezie!”, briest hij. Hij is vervolgens met de jaloerse chef gaan praten en kreeg hem zo ver dat hij samen met de concurrerende community de handen in mekaar sloeg. Samen pootten ze in een recordtijd 22 huisjes neer.

Na een lange dag in het kamp ben ik duizelig van de indrukken en emoties. Om in de sfeer te blijven, gaan we eten in een kebabzaak in het centrum van Calais. Zowel binnen als buiten staan tientallen Syrische jongeren, druk communicerend met het thuisfront. Zij kamperen in de naburige straten en parken. Misschien kennen ze de jungle niet? Misschien willen ze er niet naartoe? Of hopen ze hier heel snel weg te geraken? Een blonde vrouw werkt zich in het zweet om al de bestellingen rond te krijgen en wriemelt zich tussen al die bellende en sms’ende mensen. Gratis internet, een plek om je gsm op te laden en eten ‘zoals thuis’ doen hier wonderen voor de plaatselijke economie. Zoveel is duidelijk. We schuiven ergens aan. De jongeman is hier vier uur geleden gearriveerd. Hij gaat vannacht meteen een poging wagen. Hij toont ons een foto van zijn vrouw en twee kleine kindjes. Zij zitten in een vluchtelingenkamp in Libanon. Hij hoopt ze snel weer te zien. Plots veren ze allemaal recht en verdwijnen de nacht in. Wij wuiven en roepen hen na: “Good luck and take care!”

Voor we weer huiswaarts keren, wil Thiery me nog een kamp laten zien in de buurt van Dunkerque. Dat wordt ons door velen afgeraden. Het is zondagmiddag en omdat er dan geen vrijwilligers zijn, is het dé dag voor de passeurs om mensen op te laden. Passeurs houden niet van pottenkijkers, dat spreekt voor zich. “En tegenwoordig hebben ze ook wapens”, zucht de Algerijnse Faroud die al vijf jaar in de kampen werkt. Hijzelf durft niet mee te gaan maar houdt de wacht aan de ingang.

Een klein meisje rent op ons af: “Hello! Hungry! Hungry!” Haar Iraanse moeder vertelt ons dat er vandaag geen voedselbedeling is geweest. We hebben bewust niets meegenomen om een volkstoeloop te vermijden maar het breekt mijn hart om dat kleine meisje teleur te moeten stellen. Vervolgens worden we bijna van de weg gereden door een auto die met een rotvaart en slippende banden het kamp uitrijdt.

Waarschijnlijk een gestolen wagen, volgeladen met wanhopige mensen. Mensen die hopen dat ze na vandaag eindelijk weer een veilig leven kunnen leiden.

En ik hoop dat vurig met hen mee.

jungle0

jungle4

jungle12

jungle14

08/22/15
we-maakten-een-tripje-naar-het-vluchtelingen-kamp-bij-calais109-body-image-1439561016-size_1000

Wij gaan naar Calais en nemen mee…

Machteloosheid. Dat moet zowat het sterkste gevoel zijn dat ik krijg bij de vele en steeds indringender berichten over vluchtelingen. De beelden die in de sociale media circuleren, vervullen me dikwijls met verdriet. Sommige reacties doen mijn maag keren en veroorzaken plaatsvervangende schaamte. Op welk moment zijn we zo ver weg gezakt dat we die vluchtelingen enkel nog als profiteurs of extremisten zien, en niet meer als gewone mens? Een mens zoals ik en jij?

Twee dagen geleden vertelde iemand die zich inzet voor minderbedeelden, dat er zich boven de ruimte waar het eten voor hulpbehoevenden wordt bereid en geserveerd, een appartement leeg stond. Toen kreeg hij het idee om hierin Syrische vluchtelingen onderdak te schenken. En zo kwam hij in contact met een gezin met twee kinderen. Hij zei me dat hij met veel vragen zat. Wat voor mensen zouden dat zijn? Zou het wel lukken allemaal? Maar na de eerste kennismaking besefte hij dat zij ook maar gewoon mensen zijn, ontsnapt aan de waanzin en gruwel van oorlog. Mensen die zich willen integreren, die willen werken, die hun kinderen in veiligheid willen opbrengen. Hij organiseerde een Doodle om meubels bijeen te krijgen en in nog geen twee dagen tijd hadden ze alles wat ze nodig hadden: van kleding voor het hele gezin, een gemeubeld appartement tot zelfs gratis lessen Nederlands toe!

Ik werd zo warm van dat verhaal en bedacht dat we eigenlijk zoveel meer kunnen doen. Waarom wachten tot de politici stoppen met hun zwarte piet door te schuiven om actie te ondernemen? Wij hebben zo veel, te veel.

Diezelfde dag kwam het project van Peter Terryn me aan de oren. Wat begon als een vraag van Peter in de trant van: ‘Wie wil er met mij naar Calais om daar de vele vluchtelingen een hart onder de riem te steken?’, groeide in een mum van tijd uit tot heelder colonnes van mensen uit alle uithoeken van België die zich bereid tonen om spullen weg te geven en die naar Calais te rijden.
Waarom wachten tot de politici stoppen met hun zwarte piet door te schuiven om actie te ondernemen? Wij hebben zo veel, te veel.

In Calais leven vermoedelijk duizend à tweeduizend gestrande vluchtelingen in de zogenaamde ‘Jungle’. Allemaal proberen ze de overtocht naar Groot-Brittannië te maken. Het opvangcentrum in Calais is sinds jaren gesloten vanuit het idee dat als er geen opvang meer geboden wordt, de mensen niet meer zullen komen. Maar de vluchtelingen blijven toestromen. Sommige geraken succesvol aan de overkant, anderen bekopen het met hun leven en velen blijven jaren leven in Calais. In zelf opgezette kampen, gemaakt van afval en als opgejaagd wild, want regelmatig worden ze verjaagd door de politie.

Al maanden loop ik rond met een gevoel dat ik iets concreets moet doen. Et voilà, ik ga met een volle camionette vanuit de Ardèche naar Calais en blijf daar enkele dagen om me achter het project van Peter Terryn te scharen. Dat heeft meerdere kanten. We verzamelen spullen en brengen die in het weekend van 4 en 5 september naar Calais. We delen ze niet zelf uit maar overhandigen hen aan de organisaties die zich over de vluchtelingen ontfermen. We zullen hen trachten te helpen waar nodig. Maar ook: we proberen in contact te komen met de vluchtelingen zelf. We willen luisteren naar hun verhalen, hun hoop, hun dromen.

Over die verhalen en over wat ik zie, zal ik schrijven. Fotografe Sarah gaat mee om foto’s te nemen. Samen zullen wij verslag uitbrengen voor Charlie. Je hoort nog van ons.

(foto’s van Vice: http://www.vice.com/nl/read/Vluchtelingen-in-Calais-894)

172700-1413238786306-size_1000

172702-1413238786141-size_1000

172704-1413238786022-size_1000

172705-1413238785266-size_1000

172706-1413238785222-size_1000

172707-1413238785161-size_1000

172709-1413238785109-size_1000

172710-1413238784923-size_1000

172715-1413238784252-size_1000

172719-1413238783685-size_1000

172720-1413238782567-size_1000

172722-1413238781999-size_1000

we-maakten-een-tripje-naar-het-vluchtelingen-kamp-bij-calais109-body-image-1439561016-size_1000

04/19/15
DSCF5140

De rondborstige migrante met rode huid en accent

Zal ik eens iets toegeven?
Voordat wij begonnen met de biscuiterie had ik nog nooit koekjes gebakken. Echt, nog nooit. Waarom? Geen idee. Ik had nochtans tussen al mijn kookboeken ook veel koekjesrecepten. Maar geen tijd? Geen zin?
In ieder geval was Bert altijd al diegene die beter was in fijnere patisserie. Ik ben de madam van het ‘grote koken’, het brutere werk. Over grote kookpotten gebogen, de kruiden opsnuivend en op ‘t gevoel verder gaan.

Bert heeft de grote pollen van een bakker in combinatie met het engelengeduld en de drang naar precisie die een patissier nodig heeft. Bert werkt rustiger, ordelijker en als hij een deeg uitrolt luistert die onmiddellijk en neemt de gevraagde vorm aan. Terwijl ik een gevecht moet leveren en dan afkom met iets dat je amper een ‘rol’ kan noemen. Eerder een verwrongen tak van een grillige wilgenboom.

Voor mij is experimenteren het leukste onderdeel in de biscuiterie. Daarna gaat het nogal bergaf met de ‘goesting’. En dat een koekje heel wat etappes doorloopt voor het in jullie mond verdwijnt mag geweten zijn. Als de deeg op punt staat, wordt die in grote getalen gemaakt. Nadien versneden, gerold of gespoten. Vervolgens afbakken en afkoelen. Van daaruit begint de tweede productie lijn: zakjes vullen. Zucht… Het begint met zeer precies een sticker van voor en van achteren aanbrengen op de doorschijnende zakjes. Nadien het vullen op de weegschaal. Het dicht sealen en als kers op de taart, euh koek, een gouden strikje. Vervolgens alles dateren en nummeren. Zijt ge nog mee?

Dan gaan de koekjes de stockage in en mogen er pas weer uit als ze verkocht worden. Sinds wij in het bezit zijn van een biscuiterie begrijp ik volkomen waarom een mens machines bedenkt. Waarom er fabrieken bestaan. Een mens, of ik toch, is niet gemaakt om dagenlang monotoon werk te verrichten. Ik ben eens gaan informeren naar zulke machines. Want eerlijk: wie maalt er de dag vandaag nog om dat iets “artisanaal of ambachtelijk” gemaakt wordt? Mensen zagen alleen maar dat ze onze koekjes te duur vinden maar beseffen niet dat elk koekje, ELK koekje dus, door onze handen glijdt! Enfin, ik hernam al snel het handwerk toen de prijzen ‘minstens 20.000 euro per machine in de keten’, me deden duizelen.

Het aller vervelendste echter vind ik ‘het verkopen’. Op veilig terrein in mijn eigen biscuiterie voel ik me als een vis in het water. Leuke praatjes met nieuwsgierige toeristen of een gezellig prietpraatje met één van de ‘locals’, geen probleem. Maar daarmee verdienen wij onze boterham niet. We moeten dus van onze berg af, trekken de grote, wijde wereld in. Markten, degustaties, animaties, winkels bezoeken. Och wat gruwel ik ervan. Daar sta je dan, open en bloot. Stuntelend van de zenuwachtigheid en er komt geen perfect woord Frans uit. Je wordt rood, begint te zweten en smeekt alleen maar dat de aarde zich op dat moment opent en je voorgoed kan verdwijnen.
De mensen staren je aan. Bekijken je van kop tot teen en als je klaar bent met je stotterende uitleg valt er een stilte.

En dan volgt er meestal zoiets als:
‘Een Nederlandse he? Ik heb meteen het Nederlands accent opgemerkt, nietwaar?!’
of
‘Ach ik dacht echt dat je een Nederlandse was want je rijdt met zo’n typisch Nederlandse wagen’ (wij hebben Volkswagen camionet)
of
‘Ja, u hebt echt zo’n huid en figuur als de modellen op de schilderijen van Rubens’

Echt pijnlijk wordt het als je opmerkingen krijgt in de trend van:
‘Een Belgische? Zoveel Belgen dat er hier toekomen, dat mag wel eens stoppen he?!’
of deze:
‘Ja maar, uw product kan je toch niet echt Ardèchois noemen?’ waarna ik uitleg dat we wel degelijk in de Ardèche wonen, lokaal produceren en waar mogelijk met lokale producten werken. ‘Ja maar, U bent toch niet van de Ardèche…’

En ik weet niet wat ik het ergste vind: het feit dat we nog steeds niet genoeg koekjes verkopen om van te leven of dat de mensen onze koekjes gewoon niet zien maar wel ‘een rondborstige migrante met rode huid en een accent’…

DSCF5125

DSCF5140

03/20/15
IMG_20150319_153325_1

Een gewone werkdag

De zon schijnt. Ik beslis om niet met de R4 de berg op te tuffen naar het werk, maar trek mijn berg botinnen aan en neem een kleine omweg door het bos.

De twee honden gaan mee want net zoals ikzelf, hebben zij na een lange winter te luieren op de zetel of voor de open haard, nood aan beweging. Dol enthousiast springen ze als twee leeuwen tegen elkaar op. Amper te houden. En door hun enthousiasme zet ik er ook stevig de tred in.

De lucht is nevelig en hult het bos in een mysterieus, bijna feeërieke sfeer. En zo stappen we met zijn drietjes, in volledige stilte de bergen door. Het bos lijkt nog niet uit zijn winterslaap ontwaakt, geen groen blaadje te bespeuren. Maar de dieren in het bos zijn dat blijkbaar wel. De honden volgen met hun neus dicht tegen de grond allerlei sporen en lopen zigzaggend rond.

Ik denk aan al die wilde dieren: ‘ze zullen wel honger hebben na zo’n lange en koude winter. En dan ontwaken in een nog doods, oneetbaar bos, ik zou daar redelijk slechtgezind van worden…’ Ik ben blij dat ik met onze twee grote loebassen op stap ben want ge zijt toch liever niet alleen als ge een drachtig en hongerig everzwijn tegen het lijf loopt…

Harmonisch als we zijn schrikken we telkens alle drie van het geritsel in het struikgewas. We schieten synchroon een meter opzij als een zonnebadende hagedis plots de weg over spurt.

Ik kijk vertederend naar de eerste dartelende lammetjes maar houd met moeite Brando in bedwang die piepend laat verstaan dat hij liever zijn tanden eens zou zetten in zo’n lief pluizig ding.

Ik buig me vol bewondering over de eerste krokussen maar heb mijn rug nog niet gedraaid of ze hebben er allebei op geplast…zucht…

En met de eerste lentezon op onze snoeten maken we de wandeling steeds langer en langer. Want zonder dat ge het doorhebt stopt ge met denken en laat ge u meevoeren door het bos.

Pas twee uren laten arriveren we in Nozières. Alle drie met rood aangelopen hoofd, allez, ik dan, de honden spreekwoordelijk. Alle drie met onze tong tot op de grond en ogen die bijna uit onze kassen vallen. En water dat we geslurpt hebben.

Zij ploffen zich neer voor de biscuiterie en ik neem een stoel en zet me ernaast. En met mijn ogen dicht, de zon warm op mijn huid denk ik heel langzaam en geeuwend: ‘die koeken bakken, dat kan morgen ook nog…’ Ik sluimer terwijl ik wacht tot de kerktoren half vijf slaat en ik de kinderen moet ophalen aan het schooltje in de schaduw van de kerk. Zo schoon kan het leven hier dus ook zijn…

(Ok, dat laatste verzon ik er maar bij. Het Franse ritme heb ik me nog niet geheel meester gemaakt. Die koeken zijn dus alsnog gebakken, zoals het een noest werkende Vlaming betaamt. Maar mijn einde klonk gewoon mooier in de oren, wat idyllischer, nietwaar?)

IMG_20150319_150518_1

IMG_20150319_150746

IMG_20150319_150759_1

IMG_20150319_151802

IMG_20150319_153325_1

IMG_20150319_153355

IMG_20150319_153726

IMG_20150319_154901_1

03/1/15
10991314_10203865505703496_7990529335292255885_n

Winter blues

Mijn god, wat een bevalling is deze blog geweest. Maanden in mijn hoofd rondgezworven en nu op papier. Bewogen maanden in een vorm proberen gieten.

Ooit zei iemand me: ‘na een jaar of twee, drie val je van je roze wolk…’
We hadden het niet over onze relaties maar over het emigreren. Ik, die toen nog volledig op mijn roze wolk vertoefde, kon me daar niets bij voorstellen. Vandaag, bijna drie jaar verder, stel ik toch wel wat barstjes vast in mijn utopisch beeld.

En misschien ligt het wel aan de lange winter? De koude, de korte dagen, de duisternis? Omdat het nu zo rustig en stil is in het dorp? Omdat er heel wat vrienden vertrokken zijn? Of omdat onze relatie wat onder druk heeft gestaan? Misschien omdat de Kerstmarkt ons niets heeft opgeleverd? Omdat geld verdienen zo verdomd moeilijk is en zonder geld, geen huis en geen brood op de plank? De bouwwerf die er akelig stil bijligt. Of omdat ik een rusteloze ziel heb die soms moeilijk van “het moment” kan genieten? Who will tell…

Dit kleine dorp dat ooit voor mij het paradijs op aarde was, beter kon het bijna niet worden, heeft meer reliëf en realiteit gekregen. Vroeger vond ik dat iedereen hier zo lief, open en hartelijk was. Maar stilaan ontwaar ik nog een andere kant. Mensen die ons, buitenlanders, niet zo goed gezind zijn en die we niet snel zullen ontmoeten.

Grosso modo tekenen er zich drie lijnen af onder de plaatselijke bevolking:
De echte Ardèchois of de ‘anciens’. De boeren die hier al generaties wonen. Grote families met statige namen zoals Desbos, Forot, Barralon. Sommigen zijn ‘open minded’ en zijn blij met ‘nieuw bloed’. Anderen willen dan weer niets met jou te maken hebben, jij ‘die vreemdeling’.
Dan zijn er de ‘baba cools’of hippies. Sinds de jaren zestig is er een grote instroom van mensen die anders en alternatiever willen leven. Gezond biologisch voedsel (de Ardèche was een voorloper in Frankrijk en Europa wat biologische agricultuur betreft), zelfvoorzienend leven, met niet teveel inmenging van de staat en met zo weinig mogelijk kapitalistische druk. Nog steeds trekt deze streek jonge mensen aan die zich in communes vestigen en in coöperatieven werken. Gebatikte T-shirts, regenboogtruien, dreadlocks, yourts en weed zijn hier dan ook schering en inslag.
En dan zijn er de ‘neo rurals’. Mensen zoals ons. Die een hectisch leven zijn ontvlucht, die back to basic willen maar toch ook niet alle comfort en luxe willen en kunnen opgeven. Die een moestuin romantisch vinden, regenlaarzen vol modder avontuurlijk en wildplassen bevrijdend. Maar die tegelijk ook een Ipad en facebook, een warm bad, een wasmachine en van tijd tot tijd een fles lekkere champagne nodig hebben.

En soms voelt ge u wat verloren. Wie zijt ge tussen al die mensen? Zijt ge eerder ‘de Swaane van Antwerpen’ of neigt ge meer naar ‘de Swaane van Nozières’? En in welke categorie valt ge dan juist? Want het is natuurlijk allemaal niet zo simpel, zoals ik hier de dingen in vakjes steek om grip te krijgen op mijn wereld.

Let op, ik vind het geweldig dat ge hier naar een feestje kunt in berg botinnen vol modder of in sandalen met zwarte voeten. Of gewoon zo, op blote voeten. Heerlijk ‘laid back’. En super toch dat er geen haan naar kraait als uw jas bevlekt is of er een gat in uw T-shirt zit waar uw weelderig tierend okselhaar doorpriemt? Niemand draagt hier make up en uw haar in een staartje is gewoon handig. Punt aan de lijn. En douchen? Teveel is niet goed voor de huid en daarbij, water is kostbaar én duur dus 1x per week is ruimschoots voldoende. En dat is heel wat getouwtrek aan de jongens minder. Win-win-win situatie toch?!

Maar eerlijk is eerlijk. Er zit ook een vrouw in mij die zich graag opdirkt. Die graag oncomfortabel en kriebelend maar och zo sexy lingerie aantrekt. Die graag uitgebreid in bad gaat met een kleimasker en een geurend sopje. Die naar de kapper gaan een vorm van therapie vindt. Die zich frisser voelt met een laagje make up. Die graag jurkjes draagt en die zich letterlijk ettelijke centimeters voelt groeien als ze op hoge hakken ronddartelt. In stijl gaan eten, wat sippen aan de nieuwste hippe cocktail van ‘t moment, sorry maar dat blijft echt genieten.

En biologisch voedsel staat hoog op mijn prioriteitenlijst maar soms krijgt het beperkte budget de bovenhand. En wat zou ik graag de seizoenen volgen maar ik kan een tomaat en een krop sla zolang niet missen. En sorry hoor, maar als we met de kinderen eens in de zoveel tijd afdalen naar de grote stad dan rijden wij langs de Quick. Een moestuin is geweldig maar echt belachelijk veel werk. Soms is het zoveel praktischer om een aubergine uit de supermarkt mee te grissen dan maanden te wachten tot er misschien eentje uit mijn graantjes verschijnt. Vorig jaar had ik eigenlijk enkel tomaten, het jaar daarvoor enkel courgetten. Met andere woorden: van groene vingers is er hier nog geen sprake, laat staan van zelfvoorzienend leven.

En ik vind het heel sfeervol als mensen op een feestje spontaan hun instrumenten boven halen, er allerlei folkloristische deuntjes de avond opfleuren en ge in een kring uw volksdanspasjes tentoonspreidt. Maar ik kan er even hard van genieten om thuis met Bert de eighties hits door de living te laten schallen, wij luidkeels meebrullend, mét pruik op én met foute moves. En uiteraard op de achtergrond drie kinderen met vingers in de oren en rollende ogen.

En ik mis mijn dierbaren. Sinds het vertrek van enkele zeer goede vrienden is er toch een leegte. En veel duidelijker dan voorheen mis ik nu de nabijheid van mensen die ik goed ken en liefheb en die mij goed kennen en liefhebben. Ik heb in het verleden veel rondgereisd en heb ook een jaar in Australië gewoond dus ik ben het wel gewoon van lange tijd afgesneden te zijn van alles wat me vertrouwd is, maar toch. Het zit in de kleine dingen. De tater-lunchkes met vriendinnen, met vrienden stevig doorzakken in de Moeskop, knuffelen met Marius en Billie die groeien als kolen, tijd doorbrengen met ons mama die een jaartje ouder wordt, de peptalk, het schaterlachen, het samen genieten. Ook het bruisende stadsleven met zijn vele kleuren en onuitputtelijke energie kan een bron van gemis zijn.

Ijverig probeer ik ook hier vriendschappen op te bouwen. Een Franse versie van Hyacint Bucket indachtig ontsnapt niemand aan mijn ‘dinner invitations’! Maar het is niets nieuws als ik zeg dat een vriendschap moet groeien en dat dat tijd in beslag neemt. Ook is de keuze hier beperkt en vormen taal en cultuur een barrière. Ik voel me dikwijls gehandicapt omdat ik me niet kan uitdrukken zoals ik zou willen. Zo belemmerd. Onzichtbaar. Alsof er een stuk van mijn persoonlijkheid is afgesneden. Alsof er een deel van mezelf hier niet bestaat. Soms voel ik me dom en beschaamd. Wanneer mensen op me neerkijken omdat ik fouten maak. Of nog erger: als mensen op de markt van me weglopen als ze horen aan mijn accent dat ik ‘niet van hier ben’. Zeer vernederend is dat.

Doe daar dan nog een klets financiële stress bovenop en ge weet waarom dit niet zo’n vrolijke blog is. Maar eerlijk is hij wel.

Mijn jongste zus, die zelf al jaren in het buitenland woont, zei me voor mijn vertrek: ‘Eenmaal je naar een ander land verhuist zal je altijd tussen twee werelden blijven hangen. Nooit helemaal thuis in het nieuwe land. Maar vanaf dan ook een vreemde in het thuisland.’ Ontheemd. Ontworteld.

En ik weet het, ik mag niet zagen en klagen. Per slot van rekening heb ik er zelf voor gekozen om naar hier te komen en om afstand te doen van twee goed draaiende horeca zaken, een groot huis, een au pair en god mag weten wat nog allemaal. Ik voel me schuldig als ik denk aan al die mensen die het moeilijk hebben en daar zelf niet voor gekozen hebben. Maar ik ga geen blog bijhouden om alleen maar mooie verhaaltjes te vertellen. Dit is mijn leven zoals het nu is.
En dat de lente nu maar snel begint…

12/10/14
De eerste sneeuw

Not all those who wander are lost…

Na een heerlijk zonnige nazomer breekt de tijd van de stormen aan. Dit jaar worden we niet door één maar wel door drie hele zware stormen geteisterd. De regen valt met bakken uit de lucht en spuit uit de bergen. Wegen worden weggespoeld, velden verschuiven, de bedding van de rivier is nadien van plaats veranderd. Nachtenlang liggen we angstig wakker, zonder elektriciteit, in het pikkedonker en worden we opgeschrikt door felle bliksemschichten en knallende donder. Iedereen is nadien zwaar onder de indruk. Nederig word je van al dat natuurgeweld.

Een herfstvakantie in België. Ongelooflijk hectisch zoals altijd. Minstens twee afspraken per dag. Rennen van jut naar jaar. Maar ook zalig om tussen familie en vrienden te vertoeven. Gaan eten met mijn 90 jarige superoma. Samen met de broers het graf van papa onder handen nemen. Knuffelen met kleine Marius. En met veel ontroering en een hart dat overstroomt van liefde mijn petekindje Billie voor ‘t eerst in de armen sluiten.

En natuurlijk niet vergeten, we rijden deze keer met een koffer én aanhangwagen vol koekjes naar Antwerpen! Na een drukke zomer viel de verkoop in Frankrijk plots stil. Twijfels of je wel op het goede spoor zit. Misschien zit er wel geen brood in koeken? Hoe gaan we hier dan overleven? En hoe kunnen we de reiskosten naar België nu betalen? Onzekerheid en onrust maken zich van ons meester. Een berichtje op facebook zet een stroom van bestellingen in gang die plots amper te overzien is. Slechts zes dagen om duizenden koekjes te bakken. Help! Maar Nozières zou Nozières niet zijn als dit bericht zich niet als een lopend vuurtje verspreidt en mensen zich spontaan komen aanbieden om mee te helpen. Kei hard werken. Een drukte van jewelste. Maar zelden zo hard gelachen. Buikpijn van het schateren en ongelooflijk dankbaar voor al die warme zielen en helpende handen. Och wat een dorp!

Na drie opzwepende weken komt de kentering. Eén na één vertrekken er nu daadwerkelijk mensen. Mensen waarmee ge op twee jaar tijd een waanzinnige intense vriendschap hebt uitgebouwd. Die u hebben zien arriveren. Die u aarzelend een weg zagen zoeken in het dorp en met de Franse taal. Waarmee ge zoveel uren hebt gepraat en samen getwijfeld. Die meedachten. Die u raad gaven als het ge het even niet meer wist. Die ons verdriet voor onze overleden vaders van zo dichtbij hebben meegemaakt. Die u geholpen hebben. Met het huis. De biscuiterie. De tuin. Mensen die na hun vertrek een grote leegte achterlaten.

En met momenten voel ik me zoals de lucht buiten. Grijs en grauw. Een grote tristesse overvalt me. De aanblik van een uitgebloeide moestuin maakt me intriest. Ons huis dat dichtgetimmerd is voor de winter staat er verlaten en grijs bij. De stilte op de normaal zo luidruchtige en levendige werf is ondraaglijk. Op de camping wijst enkel een vergeten waslijn tussen twee bomen op wat enkele maanden geleden nog het centrum van het dorp was. Dat Bert voor enkele weken naar Antwerpse Kerstmarkt vertrekt maakt de leegte compleet. Melancholie op zijn best. Het ene idee al vrolijker dan het andere en de bottom line: ‘het beste hebben we gehad en dat het nooit meer zo leuk zal worden als voorheen’.

De eerste sneeuw brengt stilte met zich mee. Als het ‘s nachts sneeuwt dan word ik daar altijd wakker van. Omdat het dan zo mogelijk nog stiller is hier in het bos. En die stilte die kruipt in mijn lijf en in mijn hoofd.

En door die rust borrelen er kleine sprankelende lichtjes naar boven. Mooie herinneringen die je kan koesteren. Dankbare gevoelens. Het besef dat het leven hier zo mooi is. Soms kan ik plots de dingen weer zien en voelen zoals de eerste keer. Bijvoorbeeld, heel banaal maar toch: de eerste keer dat ik een stenen droogmuur zag met een bonte verzameling aan vetplantjes die in de spleten groeiden. Zo schoon dat ik dat vond. En hoe hard ik ernaar verlangde om dat zelf ook ooit te hebben. En nu staat er hier, waar voorheen enkel zand en gras was, ook een gigantische stenen droogmuur met een schone verzameling aan plantjes. Soms vergeet je welke weg je al hebt afgelegd en dat er nog een hele weg voor je ligt. Stilstaan bij zulke dingen doet een mens deugd en geeft zielenrust.

En de toekomst ziet er ineens weer veel kleurrijker uit. Nieuwe ideeën zoeven door mijn hoofd. Dingen vallen op hun plaats. Januari zal een maand van experimenteren worden in de biscuiterie. Een grote lijst in mijn hoofd. En een tweede kortverhaal wordt vel per vel op papier gezet. Heerlijk dat gekrabbel. Nu nog de moed vinden om het aan iemand te laten lezen…

En ja, het wordt inderdaad nooit meer zoals voorheen. Net zoals de seizoenen elkaar zo statig opvolgen, zo ook alle fasen van het leven.
Je kan niet alles hebben en niets zal altijd hetzelfde blijven. Maar voor elke deur die dichtgaat gaat er een andere open.

Of om het met papa’s woorden te zeggen:
‘Het woord nooit meer zoals vroeger. Maar dat geeft vleugels aan het herinneren.’
Dank voor die wijsheid papsi.

Mijn meisje...

Mijn meisje…


Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières

Storm in Nozières


Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies

Koekies


La Cabane

La Cabane

Herfstig weer

Herfstig weer

Winterdicht huis

Winterdicht huis

Winterdicht huis

Winterdicht huis

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De eerste sneeuw

De eerste sneeuw

Magische zonsopgang

Magische zonsopgang

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin

De uitgebloeide moestuin


Fons zorgt voor hout

Fons zorgt voor hout

Bert op de Kerstmarkt in Antwerpen

Bert op de Kerstmarkt in Antwerpen

10/7/14
DSCF1986

Indian Summer en nomaden

De zomer raast voorbij en de zon verschijnt. Zalige ‘Indian Summer’… Er wordt vlijtig doorgewerkt aan het huis dat een dak vol dakpannen krijgt en waarvan de eerste muren gevuld worden met stro. Elke dag krijgt het een beetje meer vorm, wordt het een beetje meer (t)huis. Zo’n schoon stulpje, om helemaal verliefd op te worden.

Weg uit de caravan terug in ons geleende huisje. Wat een luxe! Wat een comfort! Ook de beestjes zijn duidelijk content. Ik ben het nomadenbestaan soms spuugzat. Maar als alles nu verder wat meezit trekken we volgende zomer in ons zelfgemaakt optrekje. Och wat kijk ik daar naar uit! De Ark van Noah die zal aanmeren op de berg.

We oogsten en oogsten kilo’s tomaten. Het enige dat die ellendige natte en koude zomer goed doorstaan heeft. Dat ik nog een echt ‘bleu-ke’ ben als het op tuinieren aankom mag duidelijk wezen. En mijn eerste jaar ‘permacultuur’ (eerder uit luiheid dan overtuiging) was zeker geen daverend succes al oogt het wel mooi zo’n wilde tuin vol bloemen en planten.

Het nieuwe schooljaar gaat van start en de jongens zijn nu ook met de Franse taal helemaal bijgebeend. Als ge ze zo na de les de school ziet uitrennen om dan met hun ‘copains’ in het dorp kattenkwaad uit te steken, ‘cowboy en indiaantje’ te spelen rond de kerk of samen een caban te bouwen dan denkt ge toch: ‘deze heerlijke kindertijd nemen ze hen nooit meer af!’.

En eindelijk kunnen wij ook even vakantie nemen. We trekken met een hele bende uit Nozières richting zuid Ardèche naar een primitieve camping in een prachtig stukje ongerepte natuur. We sleuren bezweet en zuchtend tenten en zakken de steile bergwand af, struikelen over loszittende stenen, breken teennagels door uitstekende punten maar och wat een paradijs is dat daar! Drie dagen baden we in de zon, zoeken we verkoeling in de rivier, spelen de kinderen samen en hangen de ouders wat rond. La vie en rose… We vergeten de tijd en geven ons over aan wat welverdiend rust. En ok, ik haal mijn knieën helemaal open en sta doodsangsten uit omdat ik in een overmoedige bui, in enkel een badpak, wat lenig en soepel aan speleologie denk te gaan doen en me diep onder de grond waag. Maar daar gaan we hier verder niet over uitwijden…

En we zijn ook weer een jaar verder sinds de beide vaders de laatste adem uitbliezen. Zo snel gaat dat dus. En ook al is het nu wel doorgedrongen dat ze dood zijn en ge ze nooit meer zult zien, het gemis wordt er alleen maar groter op. Hoeveel dingen dat ik ondertussen al niet verzameld heb in mijn hoofd die ik zou willen delen, waarover ik zou willen praten, waarover ik nog iets zou willen vragen. Ik zou ze allebei zo graag het huis willen laten zien. En Jozef zou zo mee dat dak opgeklommen zijn om te helpen. En papa zou genoten hebben van de verhalen en dat ook de oude burgemeester kwam meehelpen met zijn tractor. En ik wil hem vertellen over kleine Marius die om op te eten is. En dat zijn kleinzonen nu zo goed Frans spreken. En dan denk ik ‘amai, als dat nog zo’n dertig jaar doorgaat dan heb ik mezelf een punthoofd bijeen gespaard aan niet gedeelde ervaringen enzomeer.’

En voor alles een eerste keer. Zo droom ik over papa zonder uitbundig te huilen waardoor hij het op een lopen zet. En deze keer liggen we, zoals we op het einde wel meer deden, samen op bed films te bekijken. We praten en lachen om de stomste dingen. Ik voel zijn warmte. Het is zo echt. En als ik wakker word ben ik zeer goedgezind en gelukkig. Net zoals vroeger na een leuke avond met papa. Ik kijk al uit naar onze volgende ontmoeting.

En over ontmoetingen gesproken. Voor het eerst ga ik op stap in Lamastre. Beetje opgetut. Hakjes van onder het stof. En hup, den berg af. Geen kat meer op straat maar het café is wel open. En we mogen tot 23h blijven zitten, stel je voor! Maar dan zijn Freija en ik nog niet uitgepraat. Dus babbelen wij nog uren lustig verder in de auto, aan de rand van een bos, in het pikkedonker onder een prachtige sterrenhemel. Zo kan het dus ook!

En zoveel mensen die passeren en kortstondig of langdurig meehelpen. Heerlijk dat de wereld naar ons toekomt. Voor de kinderen ook een geweldige tijd met zoveel nieuwe ervaringen en mensen. Maar in het leven blijft niets duren. Sommige vaste bergbewoners beslissen om weer te gaan. Het leven stuurt ze een andere richting uit. En dat doet wel pijn, zo’n vertrek. Want in zo’n kleine gemeenschap bouwt ge op korte tijd diepe vriendschappen op. Een bende nomaden bij elkaar. Niemand is zeker of er over een paar maanden nog wel voldoende geld zal zijn om te kunnen blijven. Soms trekt de stad. Of familie. Is er nood aan een ander schoolsysteem. Of zijn het die lange winters die mensen zuidelijker drijven. Het is zeker niet het meest makkelijke leven, zo ergens anders van nul beginnen. En er zijn vele momenten van twijfels. Maar ik zou het onmiddellijk allemaal terug opnieuw doen want het is ook het meest mooie avontuur uit mijn leven en ik heb me de afgelopen jaren nog geen seconde verveelt. Laat staan dat ik een greintje sleur heb gekend. De band in ons gezin is hechter dan ooit. De stress die we kennen is van een totaal andere orde. En ik heb zoveel mooie menselijke daden gezien. En eindelijk komt er stilaan meer tijd om te doen wat ik het liefste doe, namelijk schrijven.

Follow my blog with Bloglovin

08/24/14
10613044_819467838098265_4809440777291975626_n

Beproevingen…

Niets had ons kunnen voorbereiden op wat deze zomer in petto zou hebben. Het zal een zomer worden vol beproevingen al zijn we ons daar in het geheel nog niet van bewust als we begin juli weer in onze caravan kruipen. Wij denken maar aan één ding: deze zomer bouwen wij ons huis! En strakke planning en veel helpende handen, dat is het enige dat wij voorzien hebben.
Dit jaar staan we niet op de bouwgrond wegens teveel bedrijvigheid maar vinden we een rustige stek in de weide ernaast. Dat het in begin regent laten we nog niet aan ons hart komen. We weten uit ervaring dat de zomers hier verschrikkelijk warm en droog zijn dus zijn we best blij met nog wat regen.

Eén na één arriveren er vrijwilligers: familie, vrienden maar ook totaal onbekenden die meewerken onder het statuut van ‘chantier participatif’. Er ontstaat een mini camping in Nozières. In de regen.

Vrachtwagens vol materiaal passeren: stro, hout, dakpannen enzomeer. In de regen. Materiaal en stro worden nat en onbruikbaar, door die regen. Ge zou er bijna een zenuwinzinking van krijgen. Zoveel regen hebben ze hier tijdens de zomermaanden nog nooit gezien.

En we wachten en wachten en wachten op een zomer die maar niet begint. Soms zit de biscuiterie, onze enige droge plek, afgeladen vol. Dan bakken we uit miserie nog maar wat koekjes met z’n allen. En voor ge het weet zwiert er iemand een plaatje op en wordt er tussen het bakken, koken en afwassen door luidkeels gezongen en gedanst. Ze zullen het geweten hebben in het rustige Nozières: die Belgen die daar een huis neerpoten en koekjes bakken terwijl ze zingen en swingen!

Telkens als de zon eventjes doorbreekt barst er een bom aan energie en werkvreugde. Mensen van overal stromen toe want dat dak moet erop. Zo snel mogelijk. Iedereen krijgt een taak. Planken schuren, gyproc schilderen, strobalen losmaken, planken vast timmeren en voor de durvers: balanceren hoog boven de grond. Maar ook: trappen uitgraven in de steile bergwand, de moestuin verzorgen en koken in shiften voor al dat werkvolk, vrouwen en kinders in een biscuiterie die bijna uit haar voegen barst.

Tussen de regenbuien en onweders door hebben we nu een half dak. Een planning hebben we ondertussen al lang niet meer. En veel helpers zijn ondertussen alweer verder getrokken of huiswaarts gekeerd. Ik heb gemerkt dat het steeds moeilijker wordt: dat afscheid nemen. In een korte tijd bouw je een sterke band op als je zo samen leeft en werkt. En ik word telkens opnieuw overvallen door een gevoel van heimwee als ik denk aan al die mooie en bijzondere momenten die we hier met zovelen al hebben beleefd. Soms springt mijn hart bijna uit mijn borst van alle dankbaarheid.

Maar door al dat harde werken en die drukte gebeurt het wel eens dat ge, als koppel, elkaar niet meer kent. Dat ge ineens beseft dat uw wederhelft zich op een andere berg bevindt en dat ge elkaar niet meer hoort en verstaat. Gelukkig bestaat er dan een stad als Marseille. Als we er met ons tweetjes arriveren worden we eerst overvallen door de hitte, drukte en stank. ‘Hoe gaan we ooit rust vinden tussen die krioelende mensenmassa?’ denk ik bezorgd. Maar dan beseft ge weer hoe het moet met die grote steden. Je moet je laten verdwalen, je laten meevoeren. En dan ineens is het daar. Je danst als het ware samen met de stad. Van hier naar daar volg je haar passen. Ineens geeft de stad je energie en geeft ze haar vele geheimen en leuke plekjes prijs. En terwijl ge daar alle twee in die grote stad, op de straten wat verloren loopt vindt ge elkaar terug. En beseft ge eens zo goed: ‘zonder Bert geen Swaane en zonder Swaane geen Bert’.
Ja zo’n eigen huis bouwen, het is nu al een overweldigend avontuur om nooit meer te vergeten. En aan iedereen die ons totnutoe al geholpen heeft: woorden om iedereen te bedanken vind ik niet maar jullie weten allemaal dat jullie voor altijd een plekje hebben in Nozières! Bedankt! Merci! Thank you!

Prachtig filmpje van Florent ‘Flosh’ Gryson: https://www.youtube.com/watch?v=WQ__sxXQDmk&feature=youtu.be

_0665844

_0665851

_0665854

_0665858

_0665866

_0665891

_0665942

_0665954

_0665968

_0666035

_0666056

_0666083

_0666091

IMG_6641

IMG_6644

IMG_6662

IMG_6683

IMG_6694

IMG_6703

IMG_6707

IMG_6717

IMG_6735

IMG_6789

IMG_6790

IMG_6806

IMG_6811

IMG_6815

IMG_6821

IMG_6839

IMG_6842

IMG_6868

IMG_6879

IMG_6888

59737_10204081079688112_7136377401447652567_n

1622228_10204081088568334_6621887478488967289_n

10334434_10204081074807990_8511059213506178626_n

10357175_10204081079808115_387157025734397089_n

10378220_10204081076488032_4198721933765087830_n

10384104_10204081078368079_4335980684900428172_n

10405519_10204081076968044_8199137152199023379_n

10409470_10204081077088047_47426027858111409_n

10412001_10204081084768239_8272578970589625379_n

10424999_10204081081128148_3914341363303323547_n

10441047_10204081079368104_8176522091812383770_n

10446505_10204081081488157_8511200592765805100_n

10480979_10204081081768164_8852595296340560633_n

10494637_10204081085128248_8808424355544708007_n

10514702_10204081083248201_3119109148198138319_n

10517585_10204081077608060_3290579295963470754_n

10525986_10204081074927993_2730626581685666013_n

10526109_10204081083608210_5281644174753236876_n

10530744_10204081080208125_1069479329204367883_n

10530877_10204081079088097_2323265133627378930_n

10532338_10204081082168174_8459068224020709753_n

10532351_10204081080848141_3920221269865669525_n

10532472_10204081080448131_7694743590568150523_n

10553516_10204081087128298_6085066300929603815_n

10574160_10204081084008220_1667180065308349885_n

10574223_10204081073967969_7335339461796205070_n

10576962_10204081088248326_5959864342338283224_n

10577051_10204081082008170_1886801508604195069_n

10590581_10204081085488257_3725564759135564609_n

10599723_10204081076368029_1285316226722506395_n

10613044_819467838098265_4809440777291975626_n

IMG_6937

IMG_7042